bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
/
Matthew 11
Matthew 11
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
← Chapter 10
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 12 →
1
Toen Jezus klaar was met het geven van zijn bevelen aan zijn twaalf discipelen, ging Hij vandaar weg om te onderwijzen en te prediken in hun steden.
2
Toen Johannes in de gevangenis van de werken van de Christus hoorde, zond Hij enkele van zijn discipelen.
3
Hij zei tegen Hem: “Bent U degene die komen zou of moeten wij een ander verwachten?”
4
Jezus antwoordde en zei tegen hen: “Ga heen en bericht Johannes wat jullie horen en zien!
5
Blinden zien, verlamden lopen, melaatsen worden gereinigd, doven horen, doden staan op en aan armen wordt het Goede Nieuws verkondigd
6
en gelukkig is hij die geen aanstoot aan Mij neemt.”
7
Toen zij vertrokken, begon Jezus tegen de menigten over Johannes te zeggen: “Wat zijn jullie in de woestijn gaan zien? Een riet dat door de wind heen en weer wordt bewogen?
8
Zo niet, wat zijn jullie dan gaan zien? Een mens bekleed met fluweel zachte klederen? Zie, zij die fluweel zachte klederen dragen, zijn in het huis van de koningen.
9
Zo niet, wat zijn jullie dan toch gaan zien? Een profeet soms? Ja, Ik zeg jullie, zelfs meer dan een profeet.
10
Want deze is het van wie geschreven staat: ‘Zie, Ik zend mijn bode voor uw aangezicht, die uw weg voor U uit bereiden zal.’
11
Voorwaar Ik zeg jullie, onder hen die uit vrouwen geboren zijn, is er niemand opgestaan die groter is dan Johannes de Doper. Toch is de kleinste in het Koninkrijk van de hemelen groter dan hij.
12
Vanaf de dagen van Johannes de Doper tot nu toe is het Koninkrijk van de hemelen onderhevig aan geweld en geweldenaars grijpen ernaar.
13
Want alle profeten en de Wet hebben geprofeteerd tot aan Johannes.
14
Als jullie het willen aanvaarden: hij is Elia, die komen zou.
15
Wie oren heeft om te horen, laat hij horen.”
16
“Waarmee zal Ik dit menselijk geslacht vergelijken? Het zijn net kinderen die op de markt zitten en hun kameraadjes toeroepen,
17
en zeggen: ‘Wij hebben voor jullie gezongen, maar jullie hebben niet gedanst. Wij hebben voor jullie geweeklaagd, maar jullie zijn niet bedroefd geworden’.
18
Want Johannes is gekomen, die niet at en niet dronk, en zij zeggen: ‘Er huist een boze geest in hem!’
19
De Mensenzoon, die eet en drinkt, is gekomen en zij zeggen: ‘Zie, een gulzig mens, een wijndrinker, een vriend van tollenaren en zondaren!’ Maar de Wijsheid wordt gerechtvaardigd door haar werken.”
20
Toen begon Hij de steden, waarin de meeste krachten van Hem uitgegaan waren, te verwijten, dat zij zich niet bekeerd hadden.
21
“Wee jij, Chorazin, wee jij, Bethsaïda! Want als in Tyrus en Sidon de krachten waren verricht die in jou verricht zijn, dan zouden zij zich allang in zak en as bekeerd hebben.
22
Maar Ik zeg jullie, dat het voor Tyrus en Sidon draaglijker zal zijn in de dag van het oordeel dan voor jullie!
23
En jij, Kapernaüm, jij die tot aan de hemel toe verheven bent, jij zult neerdalen in het dodenrijk. Want als in Sodom die krachten verricht waren, die in jou verricht zijn, dan zou het tot op vandaag toe gebleven zijn.
24
Maar Ik zeg je, dat het voor het land van Sodom draaglijker zal zijn op de dag van het oordeel dan voor jou.”
25
In die tijd begon Jezus te zeggen: “Ik dank U, Vader, Heer van de hemel en van de aarde, dat U deze dingen voor wijzen en verstandigen verborgen hebt, maar aan kleine kinderen hebt geopenbaard.
26
Ja, mijn Vader, want zo hebt U het gewild.
27
Alle dingen zijn aan Mij overgegeven door mijn Vader en niemand kent de Zoon dan de Vader en niemand kent de Vader dan de Zoon en aan wie de Zoon het wil openbaren.”
28
“Kom tot Mij, allen die vermoeid zijn en lasten dragen en Ik zal jullie rust geven.
29
Neem mijn juk op je en leer van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en jullie zullen rust vinden voor jullie zielen.
30
Want mijn juk is zacht en mijn last is licht.”
← Chapter 10
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 12 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28