bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
/
Ezekiel 19
Ezekiel 19
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
← Chapter 18
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 20 →
1
En u, hef een klaaglied aan over de vorsten van Israël,
2
en zeg: Wat was uw moeder? Een leeuwin! Tussen de leeuwen lag zij. Te midden van de jonge leeuwen bracht ze haar welpen groot.
3
Zij voedde een van haar welpen op; hij werd een jonge leeuw, leerde prooi te verscheuren, at mensen op.
4
Toen heidenvolken over hem hoorden, werd hij gevangen in hun kuil. Zij brachten hem aan haken naar het land Egypte.
5
Toen zij zag dat zij tevergeefs verwacht had, en haar hoop vergaan was, nam zij een van haar andere welpen, en maakte er een jonge leeuw van.
6
Die ging rond te midden van de leeuwen, werd een jonge leeuw, leerde prooi te verscheuren, at mensen op.
7
Hij paarde met hun weduwen, en verwoestte hun steden, zodat het land met al wat het bevatte, verstarde door het geluid van zijn gebrul.
8
Maar de heidenvolken uit de omliggende gewesten keerden zich tegen hem. Zij spreidden hun net over hem uit. In hun kuil werd hij gevangen.
9
Zij zetten hem met haken vast in een kooi, zodat zij hem naar de koning van Babel konden brengen. Zij brachten hem in vestingen, zodat zijn stem niet meer gehoord werd op de bergen van Israël.
10
Uw moeder was als een wijnstok, net als u, geplant aan het water, vruchtbaar en vol ranken vanwege het vele water.
11
Hij kreeg sterke takken, voor scepters van heersers geschikt, hij rees omhoog tussen de dichte twijgen; hij viel op door zijn hoogte, door de veelheid van zijn takken.
12
Maar hij werd met grimmigheid uitgerukt, tegen de aarde geworpen, en de oostenwind heeft zijn vrucht verdroogd. Weggerukt en verdroogd zijn zijn sterke takken, vuur heeft hem verteerd.
13
En nu is hij geplant in de woestijn, in een dor en dorstig land.
14
Er kwam vuur uit de stam van zijn takken, dat zijn vrucht verteerde, zodat er aan hem geen sterke tak meer zat, geschikt voor een scepter om te heersen. Dit is een klaaglied en het werd een klaaglied.
← Chapter 18
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 20 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48