bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
/
Hosea 12
Hosea 12
Dutch (NBG) Nederlands Bijbel Genootschap 1951
← Chapter 11
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 13 →
1
Met leugen heeft Efraïm Mij omringd, met bedrog het huis Israëls – terwijl Juda zich voortdurend bandeloos gedraagt tegenover God en tegenover de Hoogheilige, die getrouw is.
2
Efraïm weidt wind, en jaagt de gehele dag de oostenwind na, het vermeerdert leugen en verwoesting. Zij sluiten een verbond met Assur, en er wordt olie naar Egypte gebracht.
3
De HERE heeft een rechtsgeding met Juda; Hij gaat Jakob straffen voor zijn wandel, naar zijn daden zal Hij hem vergelden.
4
In de moederschoot bedroog hij zijn broeder, en in zijn mannelijke kracht streed hij met God.
5
Hij streed tegen een engel en overwon. Hij weende en smeekte Hem om genade. Te Betel vond hij Hem, en daar sprak Hij met ons,
6
namelijk de HERE, de God der heerscharen, wiens naam HERE is.
7
Gij dan, keer tot uw God terug, bewaar liefde en recht en wacht bestendig op uw God.
8
Kanaän – in zijn hand is een bedrieglijke weegschaal, afpersen is zijn lust.
9
Maar Efraïm zegt: Waarlijk, ik ben rijk geworden, ik heb mij rijkdom verworven; in al mijn vermogen vindt men bij mij geen ongerechtigheid die zonde zou zijn.
10
Maar Ik ben de HERE, uw God, van het land Egypte af. Ik zal u weer doen wonen in tenten als in de dagen der samenkomst.
11
En Ik zal tot de profeten spreken en Ik zal veel gezichten geven, en door de dienst van profeten zal Ik in gelijkenissen spreken.
12
Was Gilead boosheid, zij zijn tot louter niets geworden; heeft men in Gilgal stieren geofferd, ook hun altaren zullen als steenhopen worden in de voren van het veld.
13
Jakob vluchtte naar het veld van Aram, en Israël diende om een vrouw en om een vrouw was hij veehoeder.
14
Door een profeet heeft de HERE Israël uit Egypte gevoerd, en door een profeet werd het gehoed.
15
Bitter krenkend heeft Efraïm gehandeld, maar zijn HERE zal zijn bloedschuld op hem doen neerkomen, en hem zijn smaad vergelden.
← Chapter 11
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 13 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14