bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
/
Proverbs 2
Proverbs 2
Dutch SVV 2018 (Statenvertaling Jongbloed-editie)
← Chapter 1
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 3 →
1
Mijn zoon! zo gij mijn redenen aanneemt, en mijn geboden bij u weglegt;
2
Om uw oren naar wijsheid te doen opmerken; zo gij uw hart tot verstandigheid neigt;
3
Ja, zo gij tot het verstand roept, uw stem verheft tot de verstandigheid;
4
Zo gij haar zoekt als zilver, en naspeurt als verborgen schatten;
5
Dan zult gij de vreze des HEEREN verstaan, en zult de kennis van God vinden.
6
Want de HEERE geeft wijsheid; uit Zijn mond komt kennis en verstand.
7
Hij legt weg voor de oprechten een bestendig wezen; Hij is een Schild dengenen, die oprechtelijk wandelen;
8
Opdat zij de paden des rechts houden; en Hij zal den weg Zijner gunstgenoten bewaren.
9
Dan zult gij verstaan gerechtigheid, en recht, en billijkheden, en alle goede pad.
10
Als de wijsheid in uw hart zal gekomen zijn, en de wetenschap voor uw ziel zal liefelijk zijn;
11
Zo zal de bedachtzaamheid over u de wacht houden, de verstandigheid zal u behoeden;
12
Om u te redden van den kwaden weg, van den man, die verkeerdheden spreekt;
13
Van degenen, die de paden der oprechtheid verlaten, om te gaan in de wegen der duisternis;
14
Die blijde zijn in het kwaad doen, zich verheugen in de verkeerdheden des kwaden;
15
Welker paden verkeerd zijn, en afwijkende in hun sporen;
16
Om u te redden van de vreemde vrouw, van de onbekende, die met haar redenen vleit;
17
Die den leidsman harer jonkheid verlaat, en het verbond haars Gods vergeet;
18
Want haar huis helt naar den dood, en haar paden naar de overledenen.
19
Allen die tot haar ingaan, zullen niet wederkomen, en zullen de paden des levens niet aantreffen;
20
Opdat gij wandelt op den weg der goeden, en houdt de paden der rechtvaardigen.
21
Want de vromen zullen de aarde bewonen, en de oprechten zullen daarin overblijven;
22
Maar de goddelozen zullen van de aarde uitgeroeid worden, en de trouwelozen zullen er van uitgerukt worden.
← Chapter 1
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 3 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31