bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
/
2 Corinthians 6
2 Corinthians 6
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
← Chapter 5
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 7 →
1
Als zijn medewerkers roepen we jullie ook op ervoor te zorgen dat jullie Gods genade niet tevergeefs ontvangen hebben.
2
Want Hij zegt: "In de tijd van genade heb Ik je verhoord, op de dag van redding heb Ik je geholpen." Zie, nu is het de tijd van genade, nu is het de dag van redding!
3
Niets wat wij doen mag aanstoot geven, opdat het werk niet in opspraak komt.
4
In alles laten we zien dat we dienaren van God zijn: door geduldig alles te verdragen bij verdrukking, in gebrek, in moeilijkheden,
5
bij mishandeling, in gevangenschap, in oproer, bij zwaar werk, in nachten zonder slaap, bij gebrek aan eten;
6
door een zuivere levenswandel, door kennis, door geduld, door vriendelijkheid, door de Heilige Geest, door oprechte liefde,
7
door het woord van de waarheid, door de kracht van God en door de wapens van de gerechtigheid op te nemen, zowel voor de verdediging als de aanval;
8
of we nu geprezen of beledigd worden, of er nu goed of kwaad van ons gesproken wordt. We worden als bedriegers bestempeld, maar we zijn betrouwbaar;
9
we zijn als onbekenden, maar toch bekend; als stervenden, maar – zie! – we blijven in leven; als zwaar gestraften, maar niet terechtgesteld;
10
als bedroefde mensen, maar toch altijd blij; als armen, maar toch velen rijk makend; als mensen die niets hebben, maar toch alles bezitten.
11
Open en eerlijk spreken we tegen jullie, Korintiërs, ons hart staat wijd voor jullie open.
12
Wij zijn naar jullie toe niet te bekrompen, maar jullie gevoelens voor ons zijn dat wel.
13
Alsof jullie mijn eigen kinderen zijn, vraag ik jullie: doe mij nu recht, en zet jullie hart net zo wijd open voor mij.
14
Vorm geen ongelijk span met ongelovigen. Want wat hebben rechtvaardigheid en onrechtvaardigheid met elkaar gemeen? Waarin komen licht en duisternis met elkaar overeen?
15
Wat heeft Christus gemeenschappelijk met Belial, of wat heeft een gelovige gemeen met een ongelovige?
16
Wat heeft de tempel van God gemeenschappelijk met de afgoden? Jullie zijn immers de tempel van de levende God, zoals Hij gezegd heeft: "Ik zal onder hen wonen en te midden van hen wandelen, en Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn.
17
Ga daarom uit hun midden weg en zonder je van hen af, zegt de Heer. Raak niets aan wat onrein is. Dan zal Ik jullie aannemen:
18
Ik zal jullie tot Vader zijn en jullie zullen Mij tot zonen en dochters zijn, zegt de Heer, de Almachtige."
← Chapter 5
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 7 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13