bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
/
Acts 14
Acts 14
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
← Chapter 13
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 15 →
1
Ook in Ikonium gingen ze samen naar de synagoge van de Joden en spraken dusdanig dat een grote menigte Joden en Grieken tot geloof kwam.
2
Maar de Joden die weigerden hun woorden gehoor te geven, hitsten de Grieken op tot vijandigheid tegen de broeders.
3
Ze bleven daar geruime tijd en spraken vrijmoedig in vertrouwen op de Heer, die het woord van zijn genade bevestigde met de tekenen en wonderen die Hij door middel van hen liet gebeuren.
4
De inwoners van de stad raakten verdeeld: sommigen stonden aan de kant van de Joden, anderen aan de kant van de apostelen.
5
Maar toen de apostelen ontdekten dat de Grieken en Joden, met hun leiders, hun kwaad wilden doen en hen wilden stenigen,
6
vluchtten ze naar de streek Lykaonië, naar de steden Lystra en Derbe en de streek daaromheen.
7
Daar verkondigden ze het goede nieuws.
8
In Lystra woonde een man die al vanaf zijn geboorte verlamde voeten had en nog nooit had gelopen.
9
Deze man luisterde naar Paulus. Paulus keek hem scherp aan en zag dat de man geloof had om genezen te worden.
10
Daarop zei Paulus luid: "Ga op je voeten staan!" En de man sprong overeind en liep.
11
Toen de menigte zag wat Paulus had gedaan, begonnen de mensen in het Lykaonisch te schreeuwen: "De goden zijn in mensengedaante naar ons afgedaald!"
12
Barnabas noemden ze Zeus en Paulus Hermes, omdat hij het woord deed.
13
En de priester van de Zeustempel die vlak buiten de stad lag, bracht ossen en kransen naar de stadspoort om met de menigte offers te gaan brengen.
14
Maar toen de apostelen Barnabas en Paulus dat hoorden, scheurden ze hun kleren, sprongen de menigte in en riepen:
15
"Mannen, wat zijn jullie aan het doen? Wij zijn ook maar mensen, net als jullie! Wij maken jullie juist bekend dat jullie deze machteloze goden moeten verlaten; dat jullie je moeten bekeren tot de levende God, die de hemel, de aarde, de zee en alles wat er is heeft gemaakt!
16
In het verleden heeft Hij de volken hun eigen wegen laten bewandelen,
17
hoewel Hij Zich ook toen niet onbetuigd liet door zijn weldaden: Hij schonk ons vanuit de hemel regen en vruchtbare tijden, en verzadigde ons hart met voedsel en vreugde."
18
Maar zelfs met deze woorden konden ze de menigte er maar nauwelijks van weerhouden aan hen te offeren.
19
Maar er kwamen Joden uit Antiochië en Ikonium, die de menigte wisten om te praten. Ze stenigden Paulus en sleepten hem de stad uit, in de veronderstelling dat hij dood was.
20
Maar toen de leerlingen om hem heen waren komen staan, stond hij op en ging de stad weer in. De volgende dag vertrok hij met Barnabas naar Derbe.
21
Ook aan die stad verkondigden ze het goede nieuws. Nadat ze er een groot aantal leerlingen hadden gemaakt, keerden ze terug naar Lystra, Ikonium en Antiochië [in Pisidië],
22
om de leerlingen daar te versterken en hun op het hart te drukken het geloof vast te houden en dat we veel verdrukking zullen moeten doorstaan om het Koninkrijk van God binnen te gaan.
23
Toen ze in elke gemeente oudsten benoemd hadden door te bidden en te vasten en vervolgens te stemmen, droegen ze hen op aan de Heer in wie ze geloofden.
24
Nadat ze Pisidië doorgereisd waren, kwamen ze in Pamfilië.
25
Daar verkondigden ze het woord in Perge en reisden vervolgens verder naar Attalia.
26
Van daar voeren ze naar Antiochië [in Syrië], waar ze destijds aan de genade van God waren opgedragen voor de taak die ze nu hadden volbracht.
27
Daar aangekomen riepen ze de gemeente bijeen en deden verslag van de grote dingen die God door hen had gedaan. Ze vertelden dat Hij ook voor de andere volken de deur van het geloof geopend had.
28
Ze bleven daar geruime tijd bij de leerlingen.
← Chapter 13
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 15 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28