bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
/
Daniel 7
Daniel 7
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
← Chapter 6
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 8 →
1
In het eerste regeringsjaar van koning Belsazar van Babel had Daniël een droom en zag hij bijzondere beelden in zijn geest terwijl hij op bed lag. Hij schreef de droom op en hier volgt zijn verslag.
2
Daniël zei: Ik kreeg 's nachts een visioen. Ik zag hoe uit de vier windrichtingen de wind losbrak en de grote zee in beroering bracht.
3
Toen kwamen er vier verschillende, enorme beesten uit de zee op.
4
Het eerste leek op een leeuw, maar het had de vleugels van een arend. Ik bleef kijken en zag dat zijn vleugels werden uitgerukt. Het beest werd van de grond opgetild en op twee voeten gezet als een mens. Ook kreeg het het hart van een mens.
5
En zie, er verscheen nog een beest, dat op een beer leek. Het richtte zich op en het hield in zijn muil drie ribben tussen zijn tanden. En er werd tegen het beest gezegd: "Sta op, eet veel vlees."
6
Ik bleef kijken en zie, een volgend beest verscheen, dat op een luipaard leek, maar het had vier vogelvleugels op zijn rug en het had vier koppen. Hem werd de macht gegeven.
7
In mijn nachtelijke visioen bleef ik kijken en zie, er verscheen een vierde beest, dat huiveringwekkend, angstaanjagend en zeer sterk was. Het had grote, ijzeren tanden die verslonden en verbrijzelden. Wat er overbleef vertrapte het met zijn poten. Het beest was anders dan de beesten die hiervoor verschenen waren, en het had tien horens.
8
Terwijl ik nadacht over die horens, rees daartussen plotseling een andere, kleinere hoorn op. Drie van de eerste horens werden ervoor uitgerukt. De nieuwe hoorn had ogen die mensenogen leken en een mond vol grootspraak.
9
Terwijl ik bleef toekijken, werden er tronen neergezet. En Hij die van oudsher is nam op een troon plaats. Zijn gewaad was zo wit als sneeuw en zijn haar zo wit als zuivere wol. Zijn troon bestond uit vuurvlammen en de wielen ervan uit een laaiend vuur.
10
Een rivier van vuur ontsprong uit zijn tegenwoordigheid en stroomde voor Hem uit. Duizendmaal duizenden dienden Hem, tienduizendmaal tienduizenden stonden vóór Hem. Toen nam de rechtbank plaats en de boeken werden geopend.
11
Toen keek ik weer naar de hoorn, vanwege de grootspraak die de hoorn uitte. Ik keek toe en zag dat het beest werd gedood. Zijn lichaam werd vernietigd, het werd in het laaiende vuur geworpen.
12
Wat betreft de andere beesten, ook hun werd de heerschappij ontnomen, maar er werd hun nog een levensduur van een vastgestelde periode van tijd gegeven.
13
In mijn nachtelijke visioen bleef ik toekijken en zie, op de wolken van de hemel kwam Iemand die eruitzag als een mensenzoon. Hij ging naar Hem die van oudsher is en werd in zijn tegenwoordigheid gebracht.
14
Hem werd de macht, de eer en het koningschap gegeven: alle volken, natiën en talen dienden Hem. Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij waaraan nooit een einde zal komen en zijn Koninkrijk zal nooit ten onder gaan.
15
Ik, Daniël, was tot in het diepst van mijn geest geschokt en de beelden in mijn geest joegen mij angst aan.
16
Ik ging naar een van degenen die daar stonden en vroeg hem wat dit alles precies betekende. Hij legde mij alles uit.
17
"Deze grote beesten, alle vier, zijn vier koningen die uit de aarde opkomen.
18
Maar de heiligen van de Allerhoogste zullen het Koninkrijk ontvangen, en zij zullen dat Rijk voor eeuwig bezitten, ja, in alle eeuwigheid."
19
Toen vroeg ik naar de exacte betekenis van het vierde beest, dat zo verschillend was van alle andere, en dat zo vreselijk angstaanjagend was, en dat met zijn ijzeren tanden en koperen klauwen verslond en verbrijzelde en met zijn poten vertrapte wat er overbleef;
20
en naar de betekenis van de tien horens op zijn kop en van de andere hoorn die opkwam en waarvoor drie andere horens vielen, namelijk de hoorn die ogen had en een mond vol grootspraak en die indrukwekkender werd dan de andere horens.
21
Ik keek toe en zag dat die hoorn strijd leverde tegen de heiligen en dat hij hen overwon.
22
Toen kwam Hij die van oudsher is en er werd recht verschaft aan de heiligen van de Allerhoogste, en de tijd brak aan waarop de heiligen het Koninkrijk verkregen.
23
Hij antwoordde: "Het vierde beest is het vierde rijk dat op aarde zal komen, dat verschillend zal zijn van al die andere rijken. Het zal de hele aarde verslinden en vertrappen en verbrijzelen.
24
Wat betreft de tien horens: uit dat koninkrijk zullen tien koningen voortkomen. Na hen zal er nog een koning aan de macht komen. Hij zal verschillend zijn van zijn voorgangers en hij zal drie koningen ten val brengen.
25
Hij zal zich met zijn woorden tegen de Allerhoogste keren, hij zal de heiligen van de Allerhoogste verdrukken en zal proberen tijden en wet te veranderen. Ze zullen een tijd, tijden en een halve tijd in zijn macht overgeleverd worden.
26
Daarna zal de rechtbank zitting houden en hem de heerschappij ontnemen en hem daarna voorgoed verdelgen en vernietigen.
27
Dan zal het koningschap, de macht en de grootheid van alle koninkrijken onder de hele hemel worden gegeven aan het volk van de heiligen van de Allerhoogste. Zijn Koninkrijk is een eeuwig koninkrijk en alles wat heerschappij heeft zal Hem eren en gehoorzamen."
28
Dit is het einde van mijn verhaal. En ik, Daniël, was diep geschokt en verontrust door mijn gedachten en ik zag er bleek van. Maar ik bewaarde dit alles in mijn hart.
← Chapter 6
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 8 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12