bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
/
Galatians 3
Galatians 3
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
← Chapter 2
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 4 →
1
Och, onverstandige Galaten! Wie heeft jullie betoverd, dat jullie de waarheid niet langer gehoorzamen, terwijl ik jullie de gekruisigde Jezus Christus toch zo duidelijk afgeschilderd heb?
2
Laat mij jullie deze ene vraag stellen: hebben jullie de Geest ontvangen door het naleven van de Wet, of doordat jullie gehoor gaven aan het geloof?
3
Zijn jullie dan zo onverstandig? Jullie waren begonnen met de Geest; eindigen jullie dan nu met menselijke inspanning?
4
Is alles wat jullie geleden hebben dan helemaal voor niets geweest? Het lijkt vergeefs te zijn geweest...
5
Hij die jullie de Geest heeft gegeven en wonderen bij jullie doet, doet Hij dat omdat jullie de Wet naleven, of omdat jullie gehoor hebben gegeven aan het geloof?
6
Ook Abraham geloofde God, en dat werd hem als rechtvaardigheid toegerekend.
7
Jullie zien dus dat zij die geloven, kinderen van Abraham zijn.
8
De Schrift, die voorzag dat God de andere volken door het geloof rechtvaardig zou verklaren, heeft van tevoren het goede nieuws aan Abraham bekendgemaakt: "In jou zullen alle volken gezegend worden."
9
Degenen die geloven, worden dus samen met de gelovige Abraham gezegend.
10
Iedereen die vertrouwt op het naleven van de Wet, is vervloekt. Er staat immers geschreven: "Vervloekt is ieder die zich niet nauwkeurig houdt aan alles wat het boek van de Wet voorschrijft."
11
En dat door de Wet niemand voor God rechtvaardig bevonden wordt, is duidelijk, want: "de rechtvaardige zal door geloof leven."
12
Bij de Wet gaat het echter niet om geloof, maar: "De mens die deze dingen doet, zal daardoor leven."
13
Christus heeft ons vrijgekocht van de vervloeking van de Wet, door in onze plaats vervloekt te worden – want er staat geschreven: "Vervloekt is ieder die aan een hout hangt" –
14
opdat in Christus Jezus de zegen van Abraham ook op de andere volken zou komen en wij door geloof de beloofde Heilige Geest zouden ontvangen.
15
Broeders en zusters, ik zal dit uitleggen met een menselijk voorbeeld: een rechtsgeldig testament van een mens kan door niemand buiten werking gesteld worden en niemand kan er iets aan toevoegen.
16
Nu is het zo dat de beloften zijn gedaan aan Abraham en zijn afstammeling. God zei niet: 'afstammelingen', alsof het om velen gaat, maar het gaat om één: 'jouw afstammeling' – en dat is Christus.
17
Ik bedoel dit: het verbond dat vroeger door God rechtsgeldig werd gemaakt met het oog op Christus, wordt niet buiten werking gesteld door de Wet die vierhonderddertig jaar later kwam. De Wet maakt geen eind aan de belofte.
18
Als de erfenis wordt verkregen op grond van de Wet, wordt die niet verkregen op grond van de belofte; maar uit genade schonk God Abraham de erfenis op grond van een belofte.
19
Waarvoor dient dan de Wet? De Wet is toegevoegd vanwege de overtredingen, totdat de Afstammeling gekomen zou zijn op wie de belofte doelde. De Wet is door engelen aan een tussenpersoon gegeven.
20
Een tussenpersoon is er niet als er maar één persoon is, maar God is Eén.
21
Is de Wet dan in strijd met Gods beloften? Beslist niet! Want als de Wet in staat was geweest de mensen leven te brengen, zou men inderdaad door de Wet na te leven rechtvaardig verklaard worden.
22
Maar de Schrift maakt duidelijk dat allen zitten opgesloten in de zonde, zodat de belofte alleen door geloof in Jezus Christus aan de gelovigen gegeven zou worden.
23
Maar voordat dit geloof er kwam, werden we bewaakt door de Wet. We zaten opgesloten, tot het geloof geopenbaard zou worden.
24
De Wet was onze leermeester en toezichthouder totdat Christus zou komen, opdat we door geloof rechtvaardig verklaard zouden worden.
25
En nu het geloof is gekomen, staan we niet langer onder toezicht van de leermeester.
26
Want door jullie geloof in Christus Jezus zijn jullie allemaal zonen van God geworden,
27
want jullie die in Christus zijn gedoopt, zijn met Christus bekleed.
28
Hierbij is er geen onderscheid tussen Jood of Griek, slaaf of vrij mens, man of vrouw. Jullie zijn namelijk allemaal één in Christus Jezus.
29
En als jullie van Christus zijn, zijn jullie afstammelingen van Abraham en, op grond van de belofte, erfgenamen.
← Chapter 2
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 4 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
Aanbevolen literatuur
Commentaar
Commentaren op Galatians
→
Dagboek
Dagboek Galatians
→
Deze Bijbel
Studiebijbel (Venster Bijbel)
→