bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
/
James 2
James 2
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
← Chapter 1
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 3 →
1
Mijn broeders en zusters, bij het geloof in onze Heer Jezus Christus, de Heer van de heerlijkheid, past het niet om onderscheid te maken tussen mensen.
2
Stel dat er in jullie bijeenkomst een man binnenkomt met een gouden ring aan zijn vinger en duur gekleed, en ook een arme man in armoedige kleding,
3
en je zou opzien tegen de rijkgeklede man en tegen hem zeggen: "Gaat u hier maar zitten, op deze goede plaats," maar tegen de arme: "Ga jij daar maar staan," of: "Ga jij maar hier naast mijn voetenbank op de grond zitten,"
4
dan maak je toch onderscheid? Dan heb je je toch opgesteld als een rechter die zich door verkeerde motieven laat leiden?
5
Luister, mijn geliefde broeders en zusters! Heeft God niet de armen van deze wereld uitgekozen om rijk te zijn in het geloof en deel te krijgen aan het Koninkrijk dat Hij belooft aan degenen die Hem liefhebben?
6
Maar jullie hebben de armen vernederd! En zijn het niet juist de rijken die jullie onderdrukken en voor de rechter slepen?
7
Zijn zij het niet die de goede naam belasteren waaraan jullie verbonden zijn?
8
Als je dus de Koninklijke Wet naleeft zoals die in de Schrift staat: "Je moet je naaste liefhebben als jezelf," dan doe je het goed.
9
Maar als je onderscheid maakt tussen mensen, zondig je en word je door de Wet als overtreder bestempeld.
10
Want wie zich aan de hele Wet houdt, maar op één punt struikelt, is schuldig ten opzichte van de hele Wet.
11
Immers, Hij die gezegd heeft: "Jullie mogen geen overspel plegen," heeft ook gezegd: "Jullie mogen niemand vermoorden." Als je geen overspel pleegt, maar wel een moord begaat, ben je toch een wetsovertreder geworden.
12
Spreek en leef dan zoals past bij iemand die door de 'Wet die vrijmaakt' geoordeeld zal worden.
13
Want onbarmhartig zal het oordeel zijn over wie onbarmhartig is geweest. Maar barmhartigheid overwint het oordeel.
14
Mijn broeders en zusters, welk nut heeft het als iemand zegt dat hij gelooft, wanneer zich dat niet uit in daden? Kan dat geloof hem redden?
15
Stel dat een broeder of zuster gebrek heeft aan kleding en eten,
16
en iemand van jullie zou zeggen: "Het beste ermee! Kleed je warm en eet maar goed!" maar hem niet van het nodige voorziet, wat voor nut heeft dat?
17
Zo is het ook met het geloof: als het zich niet uit in daden, is het dood.
18
Mocht iemand daarop zeggen: "Jij hebt geloof, ik de daden," toon mij dan zonder daden dat je gelooft, en ik zal tonen dat ik geloof, door middel van mijn daden.
19
Jij gelooft dat God Eén is? Daaraan doe je goed, maar ook de demonen geloven dat, en ze sidderen.
20
Wat een gebrek aan inzicht! Wil je bewijs hebben dat geloof zonder daden dood is?
21
Onze voorvader Abraham werd toch rechtvaardig verklaard juist vanwege zijn daden, toen hij zijn zoon Izaäk als offer op het altaar legde?
22
Je ziet dan toch wel dat zijn geloof samenging met daden, en dat zijn geloof pas compleet werd door die daden?
23
Wat de Schrift zegt is in vervulling gegaan: "Abraham geloofde God en dat werd hem als rechtvaardigheid toegerekend" en hij werd een vriend van God genoemd.
24
Begrijp dan toch dat een mens om zijn daden rechtvaardig verklaard wordt, niet alleen om zijn geloof.
25
Werd niet ook de hoer Rachab om haar daden rechtvaardig verklaard, omdat ze de verkenners in huis nam en langs een andere weg liet vertrekken?
26
Zoals een lichaam zonder geest dood is, zo is geloof zonder daden dood.
← Chapter 1
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 3 →
All chapters:
1
2
3
4
5