bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
/
Leviticus 26
Leviticus 26
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
← Chapter 25
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 27 →
1
"Jullie mogen geen afgoden maken – geen afgodsbeelden neerzetten, geen heilige stenen oprichten en geen afbeeldingen van afgoden maken – en die aanbidden, want Ik, de Heer***, ben jullie God.
2
Jullie moeten mijn sabbatten houden en ontzag hebben voor mijn heiligdom. Ik ben de Heer***.
3
Als jullie volgens mijn voorschriften leven en nauwkeurig doen wat Ik jullie heb bevolen,
4
zal Ik jullie op de juiste tijd regen geven. Het land zal rijke oogsten leveren en de vruchtbomen zullen volop vrucht dragen.
5
De dorstijd zal duren tot de tijd van de druivenpluk, en de druivenpluk zal duren tot de zaaitijd. Jullie zullen volop te eten hebben en veilig in het land kunnen wonen.
6
Ik zal jullie vrede geven in het land, zodat jullie kunnen slapen zonder dat iemand jullie opschrikt. Ik zal de wilde dieren uit jullie land verjagen en het land zal niet geteisterd worden door oorlogen.
7
Jullie zullen je vijanden achtervolgen en ze zullen door jullie zwaard worden geveld.
8
Vijf van jullie zullen er honderd achtervolgen en honderd van jullie zullen er tienduizend achtervolgen. Jullie vijanden zullen door jullie zwaard worden geveld.
9
Ik zal jullie goedgezind zijn en jullie vruchtbaar en talrijk maken. Ik zal doen wat Ik jullie in mijn verbond heb toegezegd.
10
Terwijl jullie nog eten van de oude oogst, kunnen jullie de voorraden wegdoen om plaats te maken voor de nieuwe oogst.
11
Ik zal te midden van jullie wonen en Ik zal geen afschuw van jullie krijgen.
12
Ik zal in jullie midden wandelen. Ik zal jullie God zijn en jullie zullen mijn volk zijn.
13
Ik ben jullie Heer*** God, die jullie uit Egypte heeft weggeleid opdat jullie niet langer hun slaven zouden zijn. Ik heb de stangen van jullie slavenjuk gebroken, zodat jullie weer rechtop kunnen lopen."
14
"Maar als jullie niet naar Mij willen luisteren en jullie je niet aan deze geboden houden,
15
als jullie mijn voorschriften verachten en een afkeer hebben van mijn wetten, zodat jullie niet doen wat Ik jullie heb bevolen en jullie je verbond met Mij verbreken,
16
dan zal Ik het volgende met jullie doen. Ik zal jullie treffen met ziekten en koortsen waarvan jullie ogen dof gaan staan en het leven langzaam uit jullie wegkwijnt. Tevergeefs zullen jullie je zaad zaaien, want jullie vijanden zullen de oogst opeten.
17
Ik zal Mij tegen jullie keren, zodat jullie door je vijanden verslagen zullen worden. Degenen die jullie haten, zullen over jullie heersen. Jullie zullen vluchten, ook als niemand jullie achtervolgt.
18
Als jullie ondanks dat nog steeds niet naar Mij willen luisteren, zal Ik jullie nog zwaarder treffen en zal Ik jullie nog zeven keer zo zwaar straffen voor jullie zonden.
19
Jullie trots op jullie kracht zal Ik breken. De hemel boven jullie zal Ik als ijzer maken en de aarde als koper.
20
Tevergeefs zullen jullie je inspannen, want jullie land zal geen oogsten opleveren en de vruchtbomen zullen geen vrucht dragen.
21
Als jullie je dan nog tegen Mij blijven verzetten en jullie nog steeds niet naar Mij willen luisteren, zal Ik jullie nog zeven keer zo zwaar straffen voor jullie zonden.
22
Ik zal de wilde dieren op jullie afsturen, die jullie van kinderen zullen beroven en jullie vee zullen verscheuren. Ze zullen jullie volk zo uitdunnen, dat de wegen verlaten zullen zijn.
23
Als jullie hiervan nog steeds niet geleerd hebben en jullie je tegen Mij blijven verzetten,
24
zal Ik Mij ook tegen jullie verzetten en jullie nog zeven keer zo zwaar straffen voor jullie zonden.
25
Dan zal Ik jullie met het zwaard treffen, als vergelding voor het verbreken van het verbond. Als jullie dan naar de steden vluchten, zal Ik daar de pest laten uitbreken en jullie zullen in handen van de vijand vallen.
26
En Ik zal het brood schaars maken, die staf waar de mens op steunt zal Ik breken. Al het brood van tien vrouwen zal in één oven gebakken kunnen worden, ieders rantsoen zal precies afgewogen worden. Jullie zullen niet genoeg te eten hebben om je honger te stillen.
27
En als jullie ondanks dat nog steeds niet naar Mij willen luisteren en jullie je tegen Mij blijven verzetten,
28
zal Ik Mij net zo koppig tegen jullie blijven verzetten en jullie nog zeven keer zo zwaar straffen voor jullie zonden.
29
Jullie zullen je eigen zonen en dochters opeten.
30
Ik zal jullie offerhoogten verwoesten en jullie zonnebeelden stukslaan. Ik zal jullie levenloze lichamen neergooien op jullie levenloze, walgelijke afgoden en Ik zal Mij vol walging van jullie afkeren.
31
Jullie steden zal Ik in puinhopen veranderen en jullie heiligdommen zal Ik verwoesten. Ik zal een afkeer hebben van wat jullie Mij offeren als een aangename geur.
32
Ja, Ik zal dat land verwoesten, zodat de vijanden die er zijn gaan wonen er ontzet over zullen zijn.
33
Bovendien zal Ik jullie verspreiden onder de volken en achter jullie een zwaard trekken. Jullie land zal veranderen in een wildernis en jullie steden zullen puinhopen worden.
34
Dan zal het land zijn sabbatten inhalen in de tijd dat het braak ligt en jullie in het land van je vijanden wonen. Het land zal rust hebben en zijn sabbatsjaren vergoed krijgen.
35
Al de tijd dat het land braak ligt, zal het rusten, omdat het van jullie geen sabbatsrust kreeg toen jullie er woonden.
36
Het hart van wie er van jullie overgebleven zijn, zal Ik met angst vullen in de landen van jullie vijanden, zodat het geritsel van een opwaaiend blad hen al zal opjagen. Ze zullen wegvluchten zoals men vlucht voor het zwaard, en ze zullen neervallen, hoewel er niemand is die hen achtervolgt.
37
Ze zullen over elkaar struikelen alsof ze vluchten voor het zwaard, hoewel niemand hen achtervolgt. Jullie zullen niet tegen je vijanden kunnen standhouden.
38
Jullie zullen omkomen onder de andere volken, het land van jullie vijanden zal jullie verslinden.
39
Wie van jullie zijn overgebleven, zullen vanwege hun wandaden wegkwijnen in de landen van jullie vijanden, ja, ook vanwege de wandaden van hun ouders zullen ze net als zij wegkwijnen."
40
"Dan zullen ze openlijk erkennen dat zij en hun voorouders kwaad bedreven hebben, dat ze ontrouw aan Mij zijn geweest en zich tegen Mij hebben verzet,
41
en dat Ik Mij daarom ook tegen hen verzet heb en hen naar het land van hun vijanden heb gebracht. Wanneer hun onbesneden hart zich dan buigt en ze de straf voor hun zonden aanvaarden,
42
zal Ik weer denken aan mijn verbond met Jakob, en aan mijn verbond met Izaäk, en aan mijn verbond met Abraham zal Ik denken. En Ik zal denken aan het land.
43
Wanneer het land vanwege hen braak zal liggen en zijn sabbatsjaren vergoed krijgt in de tijd dat het door hen verlaten is, zullen zij intussen hun straf ondergaan voor hun verachting van mijn wetten en hun afkeer van mijn voorschriften.
44
Maar zelfs wanneer zij in het land van hun vijanden wonen, zal Ik hen niet verwerpen. Ik zal niet zo'n grote afkeer van hen hebben dat Ik hen vernietig en mijn verbond met hen verbreek, want Ik ben hun Heer*** God.
45
Omwille van hen zal Ik denken aan het verbond met hun voorouders, die Ik voor de ogen van de andere volken uit Egypte wegleidde om hun God te zijn. Ik ben de Heer***."
46
Dit zijn de voorschriften, regels en wetten die gelden tussen de Heer*** en de Israëlieten en die de Heer*** op de berg Sinaï door Mozes heeft gegeven.
← Chapter 25
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 27 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27