bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
/
Mark 1
Mark 1
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 2 →
1
Het begin van het goede nieuws van Jezus Christus, de Zoon van God.
2
In de Profeten staat geschreven: 'Zie, Ik zend mijn bode voor U uit om voor U de weg te banen.
3
Een stem roept in de woestijn: Baan de weg voor de Heer! Maak de weg vrij voor Hem!'
4
Zo kwam Johannes en in de woestijn doopte hij en verkondigde hij dat men zich moest bekeren en laten dopen om zo vergeving van zonden te krijgen.
5
Heel Judea en alle inwoners van Jeruzalem liepen naar hem uit. Ze lieten zich allemaal door hem dopen in de rivier de Jordaan, waarbij ze openlijk hun zonden bekenden.
6
Johannes droeg kleding van kameelhaar en een leren gordel om zijn middel. Hij at sprinkhanen en honing van wilde bijen.
7
Hij verkondigde: "Hij die na mij komt is machtiger dan ik. Ik ben het niet eens waard om me voor Hem te bukken en de riemen van zijn sandalen los te maken.
8
Ik heb jullie wel in water gedoopt, maar Hij zal jullie dopen in de Heilige Geest."
9
In die tijd kwam Jezus vanuit Nazaret in Galilea om Zich door Johannes te laten dopen in de Jordaan.
10
Op het moment dat Hij uit het water kwam, zag Hij de hemel openscheuren en de Geest als een duif op Zich neerdalen.
11
En er klonk een stem uit de hemel: "Jij bent mijn geliefde Zoon, die Mij met vreugde vervult."
12
Meteen daarna dreef de Geest Jezus naar de woestijn.
13
Hij bleef veertig dagen in de woestijn, waar Hij door de satan op de proef gesteld werd. Hij leefde er tussen de wilde dieren en de engelen dienden Hem.
14
Nadat Johannes gevangengenomen was, ging Jezus naar Galilea en verkondigde daar het goede nieuws van het Koninkrijk van God.
15
Hij zei: "De tijd is aangebroken, het Koninkrijk van God is nabij. Bekeer je en geloof het goede nieuws."
16
Toen Hij langs het meer van Galilea liep, zag Hij Simon en diens broer Andreas op het meer hun netten uitwerpen, want ze waren vissers.
17
Jezus zei tegen hen: "Volg Mij, dan maak Ik van jullie vissers van mensen."
18
Ze lieten onmiddellijk hun netten achter en volgden Hem.
19
Toen Hij wat verder was gelopen, zag Hij Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en zijn broer Johannes, die in hun boot de visnetten aan het herstellen waren.
20
Meteen riep Jezus hen. Ze lieten hun vader Zebedeüs met de dagloners in de boot achter en volgden Hem.
21
Ze kwamen in Kapernaüm. Meteen op de eerste sabbatsdag ging Jezus de synagoge binnen en begon er onderricht te geven.
22
Ze stonden versteld van zijn onderricht, want Hij onderwees hen met gezag en niet als de schriftgeleerden.
23
Er was daar in de synagoge ook een man die in de macht was van een onreine geest. Hij schreeuwde:
24
"Laat ons met rust! Wat moet U van ons, Jezus van Nazaret? Bent U gekomen om ons te vernietigen? Ik weet wel wie U bent: de Heilige van God!"
25
Jezus bestrafte hem en zei: "Zwijg en verlaat deze man!"
26
De onreine geest deed de man stuiptrekken en onder luid geschreeuw verliet hij hem.
27
De mensen stonden versteld en zeiden tegen elkaar: "Wat is dit? Wat is dit voor een nieuwe leer? Want met gezag geeft Hij zelfs de onreine geesten bevelen, en ze gehoorzamen Hem!"
28
En al gauw ging het verhaal over Hem rond door de hele streek van Galilea.
29
Toen ze de synagoge verlieten, gingen ze meteen naar het huis van Simon en Andreas, met Jakobus en Johannes.
30
Simons schoonmoeder lag met koorts in bed en ze vertelden Hem meteen over haar.
31
Hij ging naar haar toe, nam haar hand en hielp haar overeind. De koorts verliet haar onmiddellijk en ze bediende hen.
32
Toen het avond werd en de zon onderging, bracht men allen bij Hem die ziek of in de macht van demonen waren.
33
De hele stad had zich bij de deur verzameld.
34
En Hij genas vele zieken van allerlei kwalen en dreef vele demonen uit. Daarbij verbood Hij de demonen te spreken, omdat zij wisten wie Hij was.
35
's Morgens heel vroeg, nog diep in de nacht, stond Jezus op en ging naar een eenzame plek om te bidden.
36
Simon en de anderen die bij Hem waren, gingen Hem achterna.
37
Toen ze Hem gevonden hadden, zeiden ze tegen Hem: "Iedereen zoekt U!"
38
Hij antwoordde: "Laten we naar de dorpen hier in de omgeving gaan. Ik wil ook daar prediken, want daarvoor ben Ik gekomen."
39
En in heel Galilea predikte Hij in de synagogen en dreef Hij demonen uit.
40
Er kwam een man naar Hem toe die melaats was. Hij liet zich voor Jezus op zijn knieën vallen en zei smekend: "Als U het wilt, kunt U mij rein maken."
41
Vol medelijden stak Jezus zijn hand uit, raakte hem aan en zei tegen hem: "Ik wil het, word rein!"
42
Toen Hij dat gezegd had, verdween de melaatsheid onmiddellijk en de man werd rein.
43
Jezus stuurde hem meteen weg en gebood hem met klem:
44
"Denk erom dat je tegen niemand iets zegt, maar ga je aan de priester laten zien en breng het door Mozes voorgeschreven reinigingsoffer, als bewijs voor de mensen."
45
Maar toen hij was weggegaan, begon hij het overal uitgebreid te vertellen. Daardoor kon Jezus niet meer openlijk een stad binnenkomen en Hij verbleef buiten op eenzame plaatsen. Van alle kanten kwamen de mensen naar Hem toe.
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 2 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16