bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
/
Nehemiah 13
Nehemiah 13
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
← Chapter 12
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
1
Die dag werd het volk voorgelezen uit het boek van Mozes. Zo ontdekte men dat daarin staat dat de Ammonieten en de Moabieten voor eeuwig niet in de gemeente van God mogen worden toegelaten,
2
omdat zij de Israëlieten geen brood en water hadden willen geven en zelfs Bileam tegen hen hadden ingehuurd om hen te vervloeken. Onze God veranderde die vervloeking echter in een zegen.
3
Zodra de mensen deze wet hoorden, zonderden ze allen af van Israël die van buitenlandse afkomst waren.
4
Voordat dit gebeurde had de priester Eljasib, die opzichter was over de voorraadkamer in het huis van onze God en aangetrouwde familie was van Tobia,
5
voor Tobia een groot vertrek ingericht dat eerst werd gebruikt voor de opslag van het meel van de meeloffers, de wierook, de gereedschappen en de tienden van het graan, de wijn en de olie voor de Levieten, de zangers en de deurwachters, en de opslag van de hefoffers voor de priesters.
6
Ik was echter niet in Jeruzalem toen dat gebeurde, want in het 32ste regeringsjaar van koning Artasasta van Babel was ik naar de koning teruggegaan. Maar na enige tijd kreeg ik van de koning toestemming weer te vertrekken.
7
Toen ik in Jeruzalem aankwam, hoorde ik van de wandaad van Eljasib, namelijk dat hij Tobia een vertrek had gegeven aan de voorhof van Gods huis.
8
Ik was hevig verontwaardigd en smeet alle huisraad van Tobia naar buiten.
9
Vervolgens werd op mijn bevel het vertrek gereinigd. Daarna bracht ik de gereedschappen van Gods huis, het meel van de meeloffers en de wierook daar weer in terug.
10
Ook vernam ik dat de Levieten en de zangers niet langer hun deel kregen, zodat ze hun werk verlaten hadden en vertrokken waren naar hun eigen akkers.
11
Ik riep de bestuurders ter verantwoording en zei: "Hoe komt het dat het huis van God verwaarloosd wordt?" Ik riep de Levieten terug en liet hen hun taken weer opnemen.
12
Daarop bracht heel Juda weer de tienden van het graan, de wijn en de olie naar de voorraadkamers.
13
De priester Selemja, de schrijver Zadok en de Leviet Pedaja liet ik toezicht houden op de voorraadkamers. Ze werden daarbij terzijde gestaan door Hanan, de zoon van Zakkur, de zoon van Mattanja. Omdat zij bekendstonden als betrouwbare mannen, kregen zij de taak alles onder de andere priesters en Levieten te verdelen.
14
– Mijn God, denk toch aan mij, vergeet niet alle goeds dat ik gedaan heb voor het huis van mijn God en voor alle taken daar.
15
In die tijd zag ik in Juda op de sabbatsdag mensen aan het druiven trappen in de wijnpersen en bezig met het aandragen en op ezels laden van bundels graan, en mensen die druiven, vijgen, wijn en allerlei andere zaken op de sabbat Jeruzalem binnenbrachten, en ik waarschuwde hen toen ze het voedsel gingen verkopen.
16
De Tyriërs die er woonden, voerden vis en allerlei andere koopwaar aan, die zij op de sabbat verkochten aan de Judeeërs, ook in Jeruzalem.
17
Ik riep de vooraanstaande mannen van Juda ter verantwoording en zei hun: "Hoe durven jullie zoiets vreselijks te doen? Jullie ontwijden de sabbatsdag!
18
Deden jullie voorouders niet precies hetzelfde en was dat niet de reden dat God ons en onze stad met al dit onheil trof? Door de sabbat te ontwijden vergroten jullie Gods toorn tegen Israël!"
19
Zodra het kort voor de aanvang van de sabbat donker begon te worden in de poorten van Jeruzalem, gaf ik bevel de poortdeuren te sluiten en ze niet te openen tot na de sabbatsdag. En ik liet een aantal van mijn mannen bij de poorten de wacht houden om er op toe te zien dat er op de sabbat geen koopwaar de stad binnengebracht zou worden.
20
Toen bleven de handelaars en de verkopers van allerlei koopwaar buiten de poorten van Jeruzalem overnachten. Dat gebeurde meerdere keren.
21
Ik waarschuwde hen: "Waarom overnachten jullie bij de stadsmuur? Als jullie dat nog een keer doen, laat ik jullie gevangennemen." Vanaf dat moment kwamen ze niet meer op de sabbat.
22
Verder beval ik de Levieten zich te reinigen en daarna de poorten te komen bewaken, om zo de heiligheid van de sabbat te bewaren. – Mijn God, denk toch aan mij, omdat ik ook dit gedaan heb, en heb geduld met mij, omwille van uw grote barmhartigheid.
23
Ook kwam ik er in die tijd achter dat er Joden waren die met vrouwen uit Asdod, Ammon en Moab waren getrouwd.
24
Zeker de helft van hun kinderen sprak alleen de taal van Asdod of wat de taal van hun eigen volk ook maar was, maar geen Judees.
25
Woedend riep ik die mannen ter verantwoording, sommigen van hen sloeg ik, trok hun de haren uit en liet hen bij God zweren: "Zweer dat jullie je dochters niet meer aan hun zonen tot vrouw geven, en hun dochters niet meer tot vrouwen nemen voor jezelf of voor je zonen!
26
Dat was toch immers de zonde die koning Salomo van Israël beging? Want hoewel er onder de volken geen koning was als hij, en hij geliefd was door zijn God, en God hem tot koning over heel Israël had aangesteld, toch werd ook hij door zijn uitheemse vrouwen tot zonde verleid.
27
Moet ik dan nu horen dat jullie hetzelfde grote kwaad begaan en dat jullie zondigen tegen onze God door met uitheemse vrouwen te trouwen?"
28
Een van de zonen van Jojada, de zoon van de hogepriester Eljasib, was de schoonzoon geworden van Sanballat uit Bet-Horon. Daarom joeg ik hem weg en mocht hij niet meer in mijn buurt komen.
29
– Mijn God, vergeld het hun, want zij hebben het priesterschap en het verbond van het priesterschap en van de Levieten ontwijd.
30
Zo zuiverde ik het volk van alle vreemdelingen. En ik zorgde ervoor dat de priesters en Levieten volgens het dienstrooster hun taken uitvoerden,
31
en dat op de vaste tijden het offer van het hout en het offer van de eerstelingen werden afgeleverd. – Mijn God, wees mij toch goedgezind.
← Chapter 12
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13