bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
/
Zephaniah 1
Zephaniah 1
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 2 →
1
Het woord van de Heer*** dat kwam tot Zefanja, de zoon van Kusi, de zoon van Gedalja, de zoon van Amarja, de zoon van Hizkia, tijdens de regering van koning Josia van Juda, de zoon van Amon.
2
"Ik zal alles volledig van de aardbodem wegvagen, zegt de Heer***.
3
Mensen en dieren zal Ik wegvagen, de vogels en de vissen zal Ik wegvagen, en de goddelozen samen met alles wat hen ten val heeft gebracht. Ja, Ik zal de mens van de aardbodem verdelgen, zegt de Heer***.
4
En Ik zal mijn hand opheffen tegen Juda en tegen alle inwoners van Jeruzalem. Ik zal uit deze plaats ieder spoor van Baäl wegdoen, de namen van al zijn dienaren en priesters,
5
allen die zich op de daken van hun huizen neerbuigen voor de menigte hemellichten, allen die zich neerbuigen en zweren bij de Heer***, maar ook zweren bij Milkom,
6
allen die de Heer*** verlaten, de Heer*** niet zoeken en niet naar Hem vragen.
7
Wees stil voor de Heer Heer***, want de dag van de Heer*** is nabij! De Heer*** heeft een offermaal bereid en zijn genodigden geheiligd.
8
Op de dag van het offermaal van de Heer*** straf Ik de heersers, de zonen van de koning en allen die uitheemse kleding dragen.
9
Op die dag zal Ik ook allen straffen die over de drempel springen, en allen die het huis van hun Heer vullen met geweld en bedrog.
10
Op die dag, zegt de Heer***, hoor: luid geschreeuw in de Vispoort, gejammer in de Nieuwstad, een luid gekraak vanuit de heuvels.
11
Huil, bewoners van de Vijzelwijk, want alle handelaars zijn afgeslacht, allen die geld afwegen zijn uitgemoord.
12
In die tijd zal Ik Jeruzalem met lampen doorzoeken en alle mannen straffen die zo gezapig zijn als wijn die op zijn droesem rust, die in hun hart zeggen: 'De Heer*** doet niets: geen goed en geen kwaad.'
13
Daarom zullen hun rijkdommen worden buitgemaakt en hun huizen verwoest. Ze bouwen wel huizen, maar zullen ze niet bewonen; ze planten wel wijngaarden, maar zullen de wijn ervan niet drinken."
14
"De grote dag van de Heer*** is nabij. Hij is nabij en nadert zeer snel! Hoor! Het geluid van de dag van de Heer***! Krijgshelden schreeuwen het uit.
15
Die dag is een dag van toorn, een dag van angst en ellende, een dag van verwoesting en vernietiging, een dag van donkerheid en duisternis, een dag van wolken en diep duister,
16
een dag van hoorngeschal en krijgsgeschreeuw tegen de versterkte steden en hoge torens.
17
Ik zal de mensen zoveel angst aanjagen, dat ze rondlopen als blinden. Omdat ze tegen de Heer*** hebben gezondigd, wordt hun bloed verspreid als stof en hun vlees als mest.
18
Hun zilver en goud kan hen niet redden op de dag van de toorn van de Heer***. Door het vuur van zijn jaloersheid zal het hele land worden verwoest. Hij zal een zeker en snel einde maken aan de hele bevolking van het land."
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 2 →
All chapters:
1
2
3