bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
/
Proverbs 22
Proverbs 22
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
← Chapter 21
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 23 →
1
Een goede naam is meer waard dan een groot vermogen, Bemind te zijn is beter dan zilver en goud.
2
Rijk en arm ontmoeten elkaar, Jahweh is hun aller Schepper.
3
De wijze ziet onheil en trekt zich terug; De onnozelen lopen door, en moeten ervoor boeten.
4
Het loon voor ootmoed en vreze voor Jahweh Is rijkdom, aanzien en leven.
5
Doornen en strikken liggen op de weg van den valsaard; Wie zijn leven liefheeft, blijft er ver vandaan.
6
Oefen kinderen in de weg, die ze moeten gaan, Dan wijken ze ook in hun ouderdom er niet van af.
7
Wie rijk is, heerst over de armen; Wie leent, wordt de slaaf van wie uitleent.
8
Wie onrecht zaait, zal onheil oogsten; De vrucht van zijn arbeid gaat te niet.
9
Een vriendelijk mens wordt gezegend, Want hij deelt met den arme zijn brood.
10
Jaag den spotter weg, en het twisten houdt op, Er komt een eind aan vechten en schimpen.
11
De zuivere van harte wordt door Jahweh bemind, De vleier is de vriend van den koning.
12
De ogen van Jahweh houden vol kennis de wacht; Hij verijdelt de woorden van den zondaar.
13
De luiaard zegt: Buiten loopt een leeuw, Midden op straat word ik nog verscheurd!
14
Een diepe kuil is de mond van vreemde vrouwen; Op wien Jahweh vertoornd is, die valt erin.
15
Al zit de dwaasheid in het hart van een kind geworteld, De tuchtroede haalt ze er uit!
16
Wie een arme verdrukt, brengt hem voordeel; Wie aan een rijkaard iets geeft, veroorzaakt gebrek
17
Woorden van wijzen Neig uw oor en luister naar mijn woorden; Zet uw aandacht erop, om ze te leren kennen.
18
Het is goed, als ge ze ter harte neemt, En ze allen bestendig op uw lippen hebt.
19
Opdat ge in Jahweh uw vertrouwen moogt stellen, Maak ik ze heden bekend, ook aan u!
20
Een dertigtal heb ik er voor u opgeschreven: Ze bevatten goede raad en ervaring;
21
Ze leren u de waarheid en betrouwbare woorden, Zodat ge een goed antwoord kunt geven aan hen die u ondervragen
22
Buit een arme niet uit, omdat hij arm is, Trap in de poort niet op den kleinen man;
23
Want Jahweh zal het voor hen opnemen, En die hèn beroven, van het leven beroven.
24
Sluit geen vriendschap met een driftkop, Laat u niet in met een heethoofd;
25
Anders raakt ge vertrouwd met hun wegen, En zet ge een valstrik voor uzelf.
26
Behoor niet tot hen, die handslag geven, En borg blijven voor schulden;
27
Als ge niets hebt om te betalen, Haalt men het bed onder u weg.
28
Raak niet aan de eeuwenoude grenzen, Die uw voorvaderen hebben getrokken.
29
Ziet ge iemand die handig is met zijn werk, Hij komt bij koningen in dienst; Het gewone volk hoeft hij niet te dienen!
← Chapter 21
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 23 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31