bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
/
Psalms 104
Psalms 104
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
← Chapter 103
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 67
Chapter 68
Chapter 69
Chapter 70
Chapter 71
Chapter 72
Chapter 73
Chapter 74
Chapter 75
Chapter 76
Chapter 77
Chapter 78
Chapter 79
Chapter 80
Chapter 81
Chapter 82
Chapter 83
Chapter 84
Chapter 85
Chapter 86
Chapter 87
Chapter 88
Chapter 89
Chapter 90
Chapter 91
Chapter 92
Chapter 93
Chapter 94
Chapter 95
Chapter 96
Chapter 97
Chapter 98
Chapter 99
Chapter 100
Chapter 101
Chapter 102
Chapter 103
Chapter 104
Chapter 105
Chapter 106
Chapter 107
Chapter 108
Chapter 109
Chapter 110
Chapter 111
Chapter 112
Chapter 113
Chapter 114
Chapter 115
Chapter 116
Chapter 117
Chapter 118
Chapter 119
Chapter 120
Chapter 121
Chapter 122
Chapter 123
Chapter 124
Chapter 125
Chapter 126
Chapter 127
Chapter 128
Chapter 129
Chapter 130
Chapter 131
Chapter 132
Chapter 133
Chapter 134
Chapter 135
Chapter 136
Chapter 137
Chapter 138
Chapter 139
Chapter 140
Chapter 141
Chapter 142
Chapter 143
Chapter 144
Chapter 145
Chapter 146
Chapter 147
Chapter 148
Chapter 149
Chapter 150
Chapter 105 →
1
Halleluja! Looft Jahweh, verkondigt zijn Naam, Maakt onder de volken zijn daden bekend;
2
Zingt en juicht Hem ter ere, En verhaalt al zijn wonderen!
3
Roemt in zijn heilige Naam: Vreugd moet er zijn in de harten der Jahweh-vereerders!
4
Wendt u tot Jahweh en zijn macht, Houdt niet op, zijn aanschijn te zoeken;
5
Denkt aan de wonderen, die Hij deed, Aan zijn tekenen, aan zijn gerichten:
6
Gij kinderen van Abraham, zijn dienaar; Gij zonen van Jakob, zijn vriend!
7
Hij, Jahweh, is onze God; Voor heel de aarde gelden zijn wetten!
8
Hij blijft zijn verbond voor eeuwig indachtig, En zijn belofte in duizend geslachten:
9
Het verbond, met Abraham gesloten, De belofte, aan Isaäk gezworen.
10
En Hij heeft die belofte aan Jakob bekrachtigd, Aan Israël het eeuwig verbond:
11
Hij zeide: "Aan u zal Ik geven Het land van Kanaän als uw erfdeel."
12
Toch waren ze daar maar gering in getal, Nog zonder aanzien en vreemd.
13
En toen ze nog zwierven van volk tot volk, Van het ene rijk naar het andere,
14
Duldde Hij niet, dat iemand ze kwelde, Maar tuchtigde koningen om hunnentwil:
15
"Raakt mijn gezalfden niet aan, En doet mijn profeten geen leed!"
16
En toen Hij honger in het land had ontboden, Alle broodstokken stuk had geslagen,
17
Zond Hij een man voor hen uit, Werd Josef verkocht als een slaaf;
18
Men sloeg zijn voeten in boeien, In ijzeren ketens werd hij gekluisterd.
19
Maar toen eindelijk zijn voorzegging vervuld was, En Jahweh’s uitspraak hem in het gelijk had gesteld,
20
Beval de koning, hem te bevrijden, Liet de heerser der volken hem los;
21
Hij stelde hem aan tot heer van zijn huis, Tot bestuurder van heel zijn bezit.
22
En terwijl hij diens vorsten door zijn geest onderrichtte, En wijsheid leerde aan zijn oudsten,
23
Trok Israël Egypte binnen, Werd Jakob gast in het land van Cham.
24
Daar liet Hij zijn volk heel vruchtbaar worden, Veel talrijker dan zijn verdrukkers.
25
Maar toen hun hart verstarde, en zij zijn volk gingen haten, En trouweloos zijn dienaren kwelden,
26
Zond Hij Moses, zijn dienstknecht, Aäron, dien Hij zelf had gekozen;
27
En zij verrichtten zijn tekenen onder hen, En wonderen in het land van Cham.
28
Hij zond duisternis af, en maakte het donker; Maar men achtte niet op zijn bevel.
29
Hij veranderde hun wateren in bloed, En doodde hun vissen.
30
Hun land krioelde van kikkers, Tot in de zalen zelfs van hun koning.
31
Hij sprak: Daar kwamen de muggen, Muskieten over heel hun gebied.
32
Hij gaf hun hagel voor regen, En het vuur laaide op in hun land.
33
Hij sloeg hun wijnstok en vijg, En knakte de bomen op hun grond.
34
Hij sprak: Daar kwamen de sprinkhanen aan, En ontelbare slokkers;
35
Ze verslonden al het gewas op het veld, En schrokten de vruchten weg van hun akker.
36
Hij sloeg alle eerstgeborenen in hun land, Al de eersten van hun mannenkracht.
37
Toen voerde Hij hen uit met zilver en goud, En geen van hun stammen bleef struikelend achter.
38
Egypte was blij, dat ze gingen; Want de schrik voor hen had ze bevangen.
39
En Hij spreidde een wolk uit tot dek, Een vuur, om de nacht te verlichten.
40
Zij baden: Hij liet de kwakkels komen, En verzadigde hen met brood uit de hemel;
41
Hij spleet de rotsen: daar borrelden de wateren, En vloeiden door de woestijn als een stroom:
42
Want Hij was zijn heilige belofte indachtig, Aan Abraham, zijn dienaar, gedaan!
43
Zo leidde Hij zijn volk met gejubel, Zijn uitverkorenen onder gejuich.
44
Hij schonk hun de landen der heidenen, En ze erfden het vermogen der volken:
45
Opdat ze zijn geboden zouden volbrengen, En zijn wetten onderhouden!
← Chapter 103
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 67
Chapter 68
Chapter 69
Chapter 70
Chapter 71
Chapter 72
Chapter 73
Chapter 74
Chapter 75
Chapter 76
Chapter 77
Chapter 78
Chapter 79
Chapter 80
Chapter 81
Chapter 82
Chapter 83
Chapter 84
Chapter 85
Chapter 86
Chapter 87
Chapter 88
Chapter 89
Chapter 90
Chapter 91
Chapter 92
Chapter 93
Chapter 94
Chapter 95
Chapter 96
Chapter 97
Chapter 98
Chapter 99
Chapter 100
Chapter 101
Chapter 102
Chapter 103
Chapter 104
Chapter 105
Chapter 106
Chapter 107
Chapter 108
Chapter 109
Chapter 110
Chapter 111
Chapter 112
Chapter 113
Chapter 114
Chapter 115
Chapter 116
Chapter 117
Chapter 118
Chapter 119
Chapter 120
Chapter 121
Chapter 122
Chapter 123
Chapter 124
Chapter 125
Chapter 126
Chapter 127
Chapter 128
Chapter 129
Chapter 130
Chapter 131
Chapter 132
Chapter 133
Chapter 134
Chapter 135
Chapter 136
Chapter 137
Chapter 138
Chapter 139
Chapter 140
Chapter 141
Chapter 142
Chapter 143
Chapter 144
Chapter 145
Chapter 146
Chapter 147
Chapter 148
Chapter 149
Chapter 150
Chapter 105 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58
59
60
61
62
63
64
65
66
67
68
69
70
71
72
73
74
75
76
77
78
79
80
81
82
83
84
85
86
87
88
89
90
91
92
93
94
95
96
97
98
99
100
101
102
103
104
105
106
107
108
109
110
111
112
113
114
115
116
117
118
119
120
121
122
123
124
125
126
127
128
129
130
131
132
133
134
135
136
137
138
139
140
141
142
143
144
145
146
147
148
149
150