bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
/
Psalms 106
Psalms 106
Dutch 1939 (De Heilige Schrift, Petrus Canisiusvertaling, 1939)
← Chapter 105
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 67
Chapter 68
Chapter 69
Chapter 70
Chapter 71
Chapter 72
Chapter 73
Chapter 74
Chapter 75
Chapter 76
Chapter 77
Chapter 78
Chapter 79
Chapter 80
Chapter 81
Chapter 82
Chapter 83
Chapter 84
Chapter 85
Chapter 86
Chapter 87
Chapter 88
Chapter 89
Chapter 90
Chapter 91
Chapter 92
Chapter 93
Chapter 94
Chapter 95
Chapter 96
Chapter 97
Chapter 98
Chapter 99
Chapter 100
Chapter 101
Chapter 102
Chapter 103
Chapter 104
Chapter 105
Chapter 106
Chapter 107
Chapter 108
Chapter 109
Chapter 110
Chapter 111
Chapter 112
Chapter 113
Chapter 114
Chapter 115
Chapter 116
Chapter 117
Chapter 118
Chapter 119
Chapter 120
Chapter 121
Chapter 122
Chapter 123
Chapter 124
Chapter 125
Chapter 126
Chapter 127
Chapter 128
Chapter 129
Chapter 130
Chapter 131
Chapter 132
Chapter 133
Chapter 134
Chapter 135
Chapter 136
Chapter 137
Chapter 138
Chapter 139
Chapter 140
Chapter 141
Chapter 142
Chapter 143
Chapter 144
Chapter 145
Chapter 146
Chapter 147
Chapter 148
Chapter 149
Chapter 150
Chapter 107 →
1
Brengt Jahweh dank, want Hij is goed, En zijn genade duurt eeuwig!
2
Zo moeten getuigen, die door Jahweh verlost zijn, En door Hem uit de nood zijn gered;
3
Die Hij van alle kant hierheen heeft gebracht, Van oost en west, van noord en zuid.
4
Sommigen doolden in woestijn en wildernis rond, Zonder de weg naar hun woonplaats te vinden;
5
Ze leden honger en dorst, En hun leven verkwijnde.
6
Maar ze riepen Jahweh aan in hun nood, En Hij verloste hen van hun angsten:
7
Hij bracht ze weer op de veilige weg, Zodat ze hun woonplaats bereikten.
8
Laat ze Jahweh voor zijn goedheid dan danken, En voor zijn wonderen voor de kinderen der mensen:
9
Want den dorstige heeft Hij gelaafd, Den hongerige heeft Hij verzadigd!
10
Anderen zaten in duister en donker, In ellende en boeien gekluisterd;
11
Want ze hadden zich tegen Gods geboden verzet, En de vermaning van den Allerhoogste veracht;
12
Zo was door rampspoed de moed hun ontzonken, En reddeloos stortten ze neer.
13
Maar ze riepen Jahweh aan in hun nood, En Hij verloste hen van hun angsten:
14
Hij haalde ze uit het duister en donker, En verbrak hun boeien.
15
Laat ze Jahweh voor zijn goedheid dan danken, En voor zijn wonderen voor de kinderen der mensen:
16
Want metalen poorten heeft Hij verbrijzeld, Ijzeren grendels in stukken geslagen!
17
Anderen werden ziek door hun zondige wandel, Hadden smarten te lijden om hun schuld;
18
Alle voedsel begon hun te walgen, En ze stonden al dicht bij de poorten des doods.
19
Maar ze riepen Jahweh aan in hun nood, En Hij verloste hen van hun angsten.
20
Hij sprak: en ze werden genezen, En Hij ontrukte hen weer aan het graf.
21
Laat ze Jahweh voor zijn goedheid dan danken, En voor zijn wonderen voor de kinderen der mensen:
22
Laat ze dankoffers brengen, En jubelend zijn werken vermelden!
23
Anderen staken op schepen in zee, Om handel te drijven op de onmetelijke wateren.
24
Ook zij hebben Jahweh’s werken aanschouwd, In de kolken zijn wonderen.
25
Hij sprak: en er stak een stormwind op, Die zwiepte de golven omhoog;
26
Ze vlogen op naar de hemel, ploften neer in de diepten, En vergingen van angst;
27
Ze rolden en tuimelden, als waren ze dronken, En al hun zeemanschap was tevergeefs.
28
Maar ze riepen Jahweh aan in hun nood, En Hij verloste hen van hun angsten:
29
Hij bedaarde de storm tot een bries, En de golven legden zich neer;
30
Wat waren ze blij, toen het kalm was geworden, En Hij hen naar de verbeide haven geleidde!
31
Laat ze Jahweh voor zijn goedheid dan danken, En voor zijn wonderen voor de kinderen der mensen:
32
Hem in de volksgemeente roemen, Hem in de raad der oudsten prijzen!
33
Rivieren maakt Hij tot steppe, Waterbronnen tot dorstige grond;
34
Vruchtbaar land tot zilte bodem, Om de boosheid van zijn bewoners.
35
Maar van de steppe maakt Hij een vijver, Waterbronnen van het dorre land;
36
Daar zet Hij de hongerigen neer, Om er zich een woonplaats te stichten.
37
Ze bezaaien hun akkers, beplanten hun gaarden, En oogsten hun vruchten.
38
Hij zegent hen: ze worden zeer talrijk, En Hij vermeerdert hun vee.
39
En nemen ze af in getal, en gaan ze ten onder Door verdrukking, ellende en jammer:
40
Dan geeft Hij de tyrannen prijs aan de schande, En laat ze door de wildernis dolen.
41
Maar den arme heft Hij uit de ellende weer op, En maakt zijn geslacht weer talrijk als kudden:
42
De vromen zien het, en juichen; Maar wat boos is, zwijgt stil.
43
Wie wijs is, neemt het ter harte, En beseft de goedheid van Jahweh!
← Chapter 105
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 67
Chapter 68
Chapter 69
Chapter 70
Chapter 71
Chapter 72
Chapter 73
Chapter 74
Chapter 75
Chapter 76
Chapter 77
Chapter 78
Chapter 79
Chapter 80
Chapter 81
Chapter 82
Chapter 83
Chapter 84
Chapter 85
Chapter 86
Chapter 87
Chapter 88
Chapter 89
Chapter 90
Chapter 91
Chapter 92
Chapter 93
Chapter 94
Chapter 95
Chapter 96
Chapter 97
Chapter 98
Chapter 99
Chapter 100
Chapter 101
Chapter 102
Chapter 103
Chapter 104
Chapter 105
Chapter 106
Chapter 107
Chapter 108
Chapter 109
Chapter 110
Chapter 111
Chapter 112
Chapter 113
Chapter 114
Chapter 115
Chapter 116
Chapter 117
Chapter 118
Chapter 119
Chapter 120
Chapter 121
Chapter 122
Chapter 123
Chapter 124
Chapter 125
Chapter 126
Chapter 127
Chapter 128
Chapter 129
Chapter 130
Chapter 131
Chapter 132
Chapter 133
Chapter 134
Chapter 135
Chapter 136
Chapter 137
Chapter 138
Chapter 139
Chapter 140
Chapter 141
Chapter 142
Chapter 143
Chapter 144
Chapter 145
Chapter 146
Chapter 147
Chapter 148
Chapter 149
Chapter 150
Chapter 107 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58
59
60
61
62
63
64
65
66
67
68
69
70
71
72
73
74
75
76
77
78
79
80
81
82
83
84
85
86
87
88
89
90
91
92
93
94
95
96
97
98
99
100
101
102
103
104
105
106
107
108
109
110
111
112
113
114
115
116
117
118
119
120
121
122
123
124
125
126
127
128
129
130
131
132
133
134
135
136
137
138
139
140
141
142
143
144
145
146
147
148
149
150