bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2007 (HTB)
/
1 Samuel 3
1 Samuel 3
Dutch 2007 (HTB)
← Chapter 2
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 4 →
1
De kleine Samuël diende de HERE als hulp van Eli. De HERE sprak in die tijd maar zelden door een profetie.
2
Op een nacht echter, toen Eli al naar bed was, (hij was op zijn hoge leeftijd praktisch helemaal blind geworden) lag Samuël te slapen in de buurt van de ark in de tempel. Terwijl de kandelaar nog niet was uitgegaan,
4
riep de HERE: "Samuël! Samuël!" "Ja, wat is er?" reageerde Samuël. Hij sprong uit bed en liep snel naar Eli. "Hier ben ik. Waarom riep u mij?" vroeg hij Eli. "Ik heb je niet geroepen", zei Eli. "Ga maar weer terug naar bed." Samuël deed dat.
6
Maar kort daarna riep de HERE opnieuw zijn naam. Samuël kwam weer uit bed en liep naar Eli. "Hebt u iets nodig?" vroeg hij. "Nee, mijn zoon. Ik heb je niet geroepen", zei Eli, "ga maar weer gauw slapen."
7
Samuël had nog nooit eerder een boodschap van de HERE gekregen.
8
Toen riep de HERE hem voor de derde keer en opnieuw sprong Samuël uit bed en liep snel naar Eli. "Ja, wat is er?" vroeg hij, "u hebt toch geroepen." Toen begreep Eli dat de HERE tegen de jongen had gesproken.
9
Daarom zei hij tegen Samuël: "Ga maar weer liggen en als je weer wordt geroepen, moet je zeggen: 'Ja HERE, ik luister." Samuël ging terug naar bed.
10
Nu kwam de HERE bij Samuël en riep net als de vorige keren zijn naam. Samuël deed wat Eli hem had gezegd en zei: "Ja HERE, ik luister."
11
Toen zei de HERE tegen Samuël: "Ik ben van plan in Israël dingen te doen, die niemand zal willen geloven.
12
Ik ga alle vreselijke dingen uitvoeren, die Ik Eli heb voorzegd.
13
Ik heb hem en zijn familie gedreigd met een eeuwige straf, omdat zijn zonen zich godslasterlijk hebben gedragen, maar hij heeft hen niet onder handen genomen.
14
Daarom heb Ik gezworen dat de zonden van Eli en zijn zonen nooit meer zullen worden vergeven door geschenken en offers."
15
Samuël bleef tot de volgende morgen in bed en opende toen de deuren van de tempel, zoals hij altijd deed. Hij zag er erg tegenop Eli te vertellen wat de HERE had gezegd.
16
Maar Eli riep hem. "Jongen", zei hij, "wat heeft de HERE tegen je gezegd? Vertel mij alles. God zal je straffen als je ook maar iets voor mij achterhoudt van wat Hij heeft gezegd!"
18
Samuël vertelde hem alles. "Het is de wil van de HERE. Laat Hij doen wat naar Zijn inzicht het beste is", was Eli's reactie.
19
Toen Samuël ouder werd, gaf de HERE hem wijsheid.
20
Heel Israël, van Dan tot Berséba, was ervan overtuigd dat Samuël als profeet van de HERE was aangewezen.
21
De HERE verscheen steeds weer in Silo en sprak dan tegen Samuël.
← Chapter 2
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 4 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31