bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2007 (HTB)
/
Jeremiah 41
Jeremiah 41
Dutch 2007 (HTB)
← Chapter 40
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 42 →
1
Maar in de zevende maand kwam Ismaël in Mizpa aan. Hij was de zoon van Nethanja en kleinzoon van Elisama, lid van de koninklijke familie en één van de hoogste functionarissen van de koning. Hij had tien mannen bij zich. Gedalja nodigde hem uit voor het eten.
2
Tijdens die maaltijd sprongen Ismaël en zijn tien mannen plotseling op, trokken hun zwaarden en doodden Gedalja.
3
Toen gingen zij naar buiten en richtten een slachting aan onder de Joden en de Babylonische soldaten, die zich rond Gedalja in Mizpa hadden geschaard.
4
De volgende dag, nog voordat men buiten Mizpa wist wat daar was gebeurd,
5
kwamen tachtig mannen uit Sichem, Silo en Samaria in Jeruzalem aan. Zij kwamen om de HERE in Zijn tempel te aanbidden. Zij hadden hun baard afgeschoren, hun kleren gescheurd en zichzelf gesneden en hadden offers en reukwerk bij zich.
6
Ismaël ging hen vanuit Mizpa tegemoet en huilde. Toen hij vlakbij was, zei hij: "Kom toch mee en kijk wat met Gedalja is gebeurd!"
7
Toen de mannen echter in de stad aankwamen, doodden Ismaël en zijn mannen zeventig van hen en gooiden de lijken in een put.
8
De tien overige mannen wisten hun leven te redden door Ismaël te beloven dat hij hun rijke voorraden tarwe, gerst, olie en honing, die zij ergens in het open veld hadden verstopt, zou krijgen.
9
De put waarin Ismaël de lijken van de vermoorde mannen gooide, was de grote put die koning Asa maakte toen hij Mizpa versterkte om zich te beschermen tegen koning Baësa van Israël. (A)
10
Ismaël nam de dochters van de koning gevangen, evenals de mensen die Nebuzaradan onder de hoede van Gedalja in Mizpa had achtergelaten. Korte tijd later vertrok hij met hen naar het land van de Ammonieten.
11
Maar toen Johanan, de zoon van Karéah, en de andere verzetsmensen hoorden wat Ismaël had gedaan,
12
gingen zij met al hun manschappen op weg om tegen hem te vechten. De twee groepen ontmoetten elkaar bij het meer bij Gibeon.
13
Toen de mensen die bij Ismaël waren, Johanan en zijn mannen zagen verschijnen, schreeuwden zij van vreugde en sloten zich direct bij hen aan.
15
Ismaël ontsnapte ondertussen met acht van zijn mannen naar het land van de Ammonieten.
16
Daarop gingen Johanan en zijn mannen naar het dorp Geruth-Kimham, dichtbij Bethlehem. Zij namen alle bevrijde mensen (soldaten, vrouwen, kinderen en regeringsfunctionarissen) mee om zich klaar te maken voor vertrek naar Egypte.
18
Want zij waren bang voor wat de Babyloniërs zouden doen als die hoorden dat Ismaël gouverneur Gedalja had vermoord. Deze was tenslotte persoonlijk benoemd door de koning van Babel.
← Chapter 40
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 42 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52