bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2007 (HTB)
/
Jeremiah 46
Jeremiah 46
Dutch 2007 (HTB)
← Chapter 45
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 47 →
1
Hier volgen de boodschappen, die de HERE aan Jeremia gaf met betrekking tot andere volken.
2
DE EGYPTENAREN Deze boodschap tegen Egypte werd gegeven na de slag bij Karkemis, waar het leger van Farao Necho bij de Eufraat werd verslagen door koning Nebukadnezar van Babel. Dat gebeurde in het vierde regeringsjaar van koning Jojakim van Juda, de zoon van Josia:
3
Neem al uw schilden en trek ten strijde, Egyptenaren!
4
Maak uw paarden klaar en stijg op. Neem uw posities in, zet uw helmen op, slijp uw speren en trek uw wapenrusting aan.
5
Maar kijk! Het Egyptische leger slaat in paniek op de vlucht; verslagen rennen de dapperste soldaten weg zonder achterom te kijken. Ja, de angst zal hen aan alle kanten omringen, zegt de HERE.
6
Zelfs de snelsten kunnen niet ontsnappen, evenmin als de sterksten. In het noorden, langs de Eufraat, zullen zij struikelen en vallen.
7
Wat is dat voor een machtig leger, oprijzend als de Nijl, die bij vloed al het land overstroomt?
8
Het is het Egyptische leger dat brult dat het de aarde zal overstromen als een stormvloed, de steden zal verwoesten en elke tegenstander vernietigen.
9
Kom dan maar, paarden, strijdwagens en dappere soldaten van Egypte! Kom op, mannen uit Kusch en Put, die het schild hanteren en de boog spannen!
10
Want dit is de dag van de HERE, de God van de hemelse legers, een dag van wraak op Zijn vijanden. Het zwaard zal verslinden tot het doordrenkt, ja, dronken is van uw bloed, want de HERE, de God van de hemelse legers, zal vandaag een offer ontvangen in het noordelijke land aan de oevers van de Eufraat!
11
Ga naar Gilead om zalf te halen, maagdelijke dochter van Egypte! Maar al gebruikt u nog zoveel geneesmiddelen, voor u bestaat geen genezing.
12
De volken hebben gehoord over uw schande. De aarde is gevuld met uw kreten van vertwijfeling en verslagenheid; uw beste soldaten zullen over elkaar struikelen en samen vallen.
13
Toen gaf de HERE Jeremia de volgende boodschap over de komst van koning Nebukadnezar van Babel om Egypte aan te vallen:
14
Roep het om in Egypte; maak het bekend in de steden Migdol, Memfis en Tachpanhes! Maak u klaar voor de strijd, want het vernietigende zwaard zal iedereen verslinden.
15
Waarom is uw sterke held (A) gevallen en niet weer opgestaan? Omdat de HERE hem neersloeg.
16
Velen zijn gestruikeld en vallen over elkaar heen. Dan zal de rest van dat leger zeggen: "Laten wij teruggaan naar ons vaderland, weg van deze slachtpartij!"
17
Thuisgekomen roepen ze: "Farao is een opschepper, hij heeft zijn kans niet gegrepen."
18
Zowaar Ik leef, zegt de koning, de HERE van de hemelse legers, er komt iemand naar Egypte (B), die net zo groot is als de berg Tabor of de berg Karmel aan de kust!
19
Pak uw bezittingen bij elkaar, maak u klaar om in ballingschap te gaan, inwoners van Egypte, want de stad Memfis zal totaal worden verwoest en zonder overlevenden worden achtergelaten.
20
Egypte lijkt op een mooie jonge koe, maar een horzel uit het noorden komt op haar af! Zelfs haar befaamde huurlingen lijken nu op vetgemeste kalveren. Zij draaien zich om en zetten het op een rennen, want dit is een rampzalige dag voor Egypte, de tijd voor de straf.
22
Sissend als een wegglijdende slang vlucht Egypte; het aanvallende leger marcheert binnen. Talloze soldaten slaan uw mensen neer als houthakkers die een bos omkappen.
24
Egypte is hulpeloos als een jong meisje tegenover de mannen uit het noorden.
25
De HERE van de hemelse legers, de God van Israël, zegt: Ik zal Amon, de god van Thebe, en alle andere Egyptische goden straffen. Ook Farao zal Ik straffen, evenals allen die op hem vertrouwen.
26
Ik zal hen in handen geven van degenen die hen naar het leven staan, in handen van koning Nebukadnezar van Babel en zijn leger. Pas lang daarna zal het land zich weer herstellen van de door de oorlog aangerichte verwoestingen.
27
Maar u hoeft niet bang te zijn, volk van Mij dat terugkeert naar uw eigen land. Wees niet angstig, want Ik zal u uit de verte beschermen en uw kinderen uit den vreemde terugbrengen. Ja, Israël zal terugkeren en rust krijgen. Niets zal haar nog bang maken.
28
Vrees niet, mijn dienaar Jakob, zegt de HERE, want Ik ben bij u. De volken waarheen Ik u in ballingschap stuur, zal Ik vernietigen, maar u verwoest Ik niet volledig. Ik zal u straffen, maar niet meer dan nodig is om u op het rechte pad te houden.
← Chapter 45
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 47 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52