bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
/
Proverbs 2
Proverbs 2
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
← Chapter 1
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 3 →
1
Mijn zoon, luister naar mijn woorden. Vergeet nooit wat ik je heb gezegd.
2
Verlang ernaar om wijze dingen te horen. Verlang ernaar om verstandig te worden.
3
Verlang ernaar om wijs te worden en verstandige dingen te kunnen zeggen.
4
Zoek ernaar alsof het zilver is. Zoek ernaar als naar een verborgen schat.
5
Want dan zul je begrijpen hoe belangrijk het is om diep ontzag voor de Heer te hebben. En je zal begrijpen hoe belangrijk het is om God te kennen.
6
Want de Heer geeft wijsheid. Alles wat Hij zegt, is wijs en verstandig.
7
Hij geeft wijsheid aan de mensen die leven zoals Hij het wil. Hij is een beschermend schild voor mensen die Hem gehoorzaam zijn.
8
Hij zorgt ervoor dat ze rechtvaardig zijn. Hij beschermt zijn vrienden.
9
En je zal begrijpen wat eerlijk en rechtvaardig is. Je zal weten hoe je op de goede weg kan blijven.
10
Want als de wijsheid in je hart is gekomen en je ervan geniet,
11
zul je jezelf kunnen beheersen. Je wijsheid zal je beschermen.
12
Zo zul je geen verkeerde beslissingen nemen. Je zal niet gaan meedoen met bedriegers,
13
met mensen die het slechte pad opgaan en verkeerde dingen doen,
14
die ervan houden om slechte dingen te doen en genieten van hun misdadige plannen.
15
Hun paden zijn krom. Ze lopen op dwaalwegen.
16
Als de wijsheid in je hart is gekomen, zul je je ook niet laten verleiden door de vrouw van een ander, zelfs niet als ze je nog zo vleit.
17
Die vrouw is ontrouw aan haar man. Ze houdt zich niet aan haar [trouw] beloften, het verbond met haar God.
18
Met haar loopt het slecht af. Haar manier van leven komt uit bij de dood.
19
Wie naar haar toe gaat, komt nooit meer terug op de weg van het leven.
20
Blijf dus op het rechte pad. Blijf bij de mensen die leven zoals God het wil.
21
Want zij zullen in het land blijven wonen. Wie leven zoals God het wil, zullen daar altijd blijven.
22
Maar de mensen die zich niets van God aantrekken, zullen worden gedood. Mensen die niet trouw aan God zijn, zullen uit het land worden weggerukt.
← Chapter 1
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 3 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31