bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
/
Proverbs 22
Proverbs 22
Dutch (BB) 2016 BasisBijbel
← Chapter 21
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 23 →
1
Als andere mensen je prijzen, is dat beter dan rijk zijn. Als andere mensen je waarderen, is dat beter dan zilver en goud.
2
Rijke mensen en arme mensen hebben allebei dezelfde Maker.
3
Een verstandig mens ziet moeilijkheden aankomen en zorgt dat hij in veiligheid komt. Maar slechte mensen gaan maar door en worden gestraft.
4
Mensen die bescheiden zijn en diep ontzag voor de Heer hebben, krijgen als beloning rijkdom, eer en leven.
5
Slechte mensen komen altijd in moeilijkheden. Als je leven je lief is, blijf je dus bij hen uit de buurt.
6
Leer je kinderen al vanaf jonge leeftijd hoe ze moeten leven. Wanneer ze volwassen zijn geworden, zullen ze op dezelfde weg verdergaan.
7
Een rijk mens heeft macht over arme mensen. Als je leent, kom je in de macht van de man van wie je geleend hebt.
8
Als je oneerlijkheid zaait, zul je rampen oogsten. De stok waarmee je slaat, zal breken.
9
Voor mensen die vriendelijk zijn, zal God goed zijn, omdat ze hun eten delen met de arme mensen.
10
Als je een ruziezoeker wegjaagt, gaat de ruzie over. Het schelden en geruzie houden op.
11
Een eerlijk en vriendelijk mens is een vriend van de koning.
12
De Heer let er op dat de waarheid bovenkomt. Hij zorgt ervoor dat de leugens van bedriegers aan het licht komen.
13
Iemand die lui is, zegt: "Er loopt buiten een leeuw op straat! Ik blijf vandaag maar thuis, anders word ik nog gedood!"
14
Als de vrouw van iemand anders je begint te vleien met lieve woordjes, is zij net zo gevaarlijk als een diepe put. Als de Heer tegen je is, val je er in.
15
Kinderen doen gauw domme dingen. Alleen straf helpt daartegen.
16
Als je arme mensen uitbuit en rijke mensen omkoopt, zal het slecht met je aflopen.
17
Luister goed naar wijze woorden. Vergeet niet wat ik je leer.
18
Het zal je goed doen als je mijn woorden in je hart bewaart. Want dan zul jij zelf ook wijze dingen kunnen zeggen tegen anderen.
19
Ik leer je deze dingen, zodat je helemaal op de Heer zal vertrouwen.
20
Ik heb de belangrijkste spreuken voor je opgeschreven. Ze bevatten goede raad en wijsheid.
21
Daarmee wil ik je leren wat verstandig en goed is. Dan zul je wijze antwoorden kunnen geven als de mensen je om raad vragen.
22
Buit arme mensen niet uit omdat ze arm zijn [en toch niets tegen je kunnen doen]. Behandel hen niet onrechtvaardig in een rechtszaak.
23
Want de Heer zal voor hen opkomen. Als je een arme berooft, zal de Heer jou van het leven beroven.
24
Ga niet om met driftige mensen. Wees niet bevriend met mensen die snel kwaad zijn.
25
Want anders neem je hun slechte gedrag over en zal het slecht met je aflopen.
26
Ga niet te gemakklijk borg staan voor de schulden van iemand anders.
27
Want als je zijn schulden niet kan betalen, halen ze zelfs je bed onder je vandaan.
28
Verleg niet de grenzen [van de akkers] die lang geleden door je voorouders zijn vastgesteld.
29
Iemand die goed in zijn vak is, zal voor koningen mogen werken. Het is niet goed om hem te laten werken voor mensen die zijn werk niet waarderen.
← Chapter 21
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 23 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31