bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
/
2 Kings 16
2 Kings 16
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
← Chapter 15
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 17 →
1
In het zeventiende jaar van Pekah, de zoon van Remalia, werd Achaz koning. Hij was de zoon van Jotam, de koning van Juda.
2
Achaz was twintig jaar oud toen hij koning werd. Hij regeerde zestien jaar in Jeruzalem. Hij deed niet wat recht is in de ogen van de HEERE, zijn GOD, zoals zijn vader David.
3
Hij wandelde op de weg van de koningen van Israël. Hij liet zelfs zijn zoon door het vuur gaan overeenkomstig de gruweldaden van de volken, die de HEERE voor de zonen van Israël uit verdreven had.
4
Hij bracht slachtoffers en reukoffers op de hoogten en op de heuvels en onder elke groene boom.
5
Toen trok Rezin, de koning van Aram, met Pekah, de zoon van Remalia, de koning van Israël, ten strijde tegen Jeruzalem. Zij belegerden Achaz, maar zij konden hen niet overwinnen.
6
In diezelfde tijd heroverde Rezin, de koning van Aram, Elath voor Aram en hij verdreef de Joden uit Elath en de Arameeërs kwamen in Elath en zij bleven daar wonen tot op deze dag.
7
Achaz zond boden naar Tiglath-Pileser, de koning van Assyrië, om te zeggen: “Ik ben je dienaar en je zoon. Trek op en red mij uit de hand van de koning van Aram en uit de hand van de koning van Israël, die tegen mij opgestaan zijn.”
8
Achaz nam het zilver en het goud, dat in het Huis van de HEERE en in de schatkamers van het huis van de koning aangetroffen werd, en zond het als een geschenk aan de koning van Assyrië.
9
De koning van Assyrië gaf gehoor aan zijn verzoek en de koning van Assyrië trok op tegen Damascus en nam het in. Hij voerde het volk in ballingschap naar Kir en doodde Rezin.
10
Koning Achaz ging Tiglath-Pileser, de koning van Assyrië, tegemoet naar Damascus en zag een altaar in Damascus. Koning Achaz stuurde een model van het altaar en het bijbehorende bouwplan, geheel in overeenstemming met het ontwerp ervan, naar Uria, de priester.
11
Uria, de priester, bouwde het altaar. Tegen de tijd dat koning Achaz uit Damascus terug kwam, had de priester Uria het gemaakt in overeenstemming met alles wat koning Achaz hem vanuit Damascus had toegestuurd.
12
Toen de koning uit Damascus terug kwam, zag de koning het altaar en de koning naderde tot het altaar en deed daarop offers in rook opgaan.
13
Hij liet zijn brandoffer en zijn spijs offer in rook opgaan en goot zijn plengoffer erover uit. Ook stortte hij het bloed van zijn vredeoffers over het altaar uit.
14
Het koperen altaar, dat voor het aangezicht van de HEERE stond, verplaatste hij van de voorkant van het Huis, van tussen het nieuwe altaar en het Huis van de HEERE, naar de noordzijde van het nieuwe altaar, waar hij het neerzette.
15
Koning Achaz gebood de priester Uria en zei: “Laat het brandoffer in de ochtend en het spijs offer in de avond op het grote altaar in rook opgaan en ook het brandoffer van de koning en zijn spijs offer en het brandoffer van heel het volk van het land met hun spijs offers en met hun plengoffers en stort al het bloed van de brandoffers en al het bloed van de slacht offers daarover uit. Het koperen altaar zal voor mij zijn om het te onderzoeken.
16
De priester Uria handelde overeenkomstig alles wat koning Achaz geboden had.
17
Koning Achaz sneed de dekplaten van de onderstellen af en nam het was vat weg. Hij nam ook het waterbassin van de koperen runderen af, die daaronder stonden, en zette het op een stenen plaveisel.
18
Ook de sabbatsgalerij, die zij in het Huis gebouwd hadden, en de ingang voor de koning aan de buitenzijde verwijderde hij uit het Huis van de HEERE voor de koning van Assyrië.
19
Het overige van de geschiedenissen van Achaz, wat hij heeft gedaan, staat dat niet beschreven in het boek van de kronieken van de koningen van Juda?
20
Achaz ging bij zijn vaderen te ruste, in de stad van David. Zijn zoon Hizkia, werd koning in zijn plaats.
← Chapter 15
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 17 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25