bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
/
2 Samuel 8
2 Samuel 8
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
← Chapter 7
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 9 →
1
Hierna versloeg David de Filistijnen en hij onderwierp hen. David nam de Filistijnen het bestuur uit handen.
2
Ook versloeg hij de Moabieten. Hij mat hen met een meet snoer op terwijl ze op de grond lagen. Hij mat van hen twee meet snoeren om die te doden en een vol meet snoer om die in leven te laten. De Moabieten werden voor David tot dienaren die verplicht gaven moesten afdragen.
3
David versloeg ook Hadad-Ezer, de zoon van Rechob, de koning van Zoba, toen die uittrok om zijn macht bij de rivier de Eufraat te herstellen.
4
David nam zeventienhonderd ruiters en twintigduizend man te voet van hem af en David sneed de pezen door van alle wagen paarden, maar hij liet daarvan honderd wagen paarden over.
5
Aram van Damascus kwam Hadad-Ezer, de koning van Zoba, te hulp en David versloeg tweeëntwintigduizend man van Aram.
6
David legerde bezettingslegers onder de Arameeërs van Damascus en de Arameeërs werden dienaren van David die hem geschenken moesten brengen. De HEERE maakte ruimte voor David overal waar hij heentrok.
7
David nam de harde gouden schilden, die van de dienaren van Hadad-Ezer geweest waren, mee en bracht ze in Jeruzalem.
8
Uit Betach en uit Berothai, steden van Hadad-Ezer, nam koning David heel veel koper mee.
9
Toen Toï, de koning van Hamat, hoorde dat David heel het leger van Hadad-Ezer verslagen had,
10
zond Toï zijn zoon Joram naar koning David om hem naar zijn welzijn te vragen en om hem te zegenen, omdat hij tegen Hadad-Ezer had gestreden en hem verslagen had, want Hadad-Ezer was tegenover Toï een oorlogszuchtig man geweest. Hij had zilveren, gouden en koperen voorwerpen bij zich,
11
die koning David ook aan de HEERE heiligde, samen met het zilver en het goud dat hij geheiligd had van alle volken die hij onderworpen had,
12
van Aram, van Moab, van de zonen van Ammon, van de Filistijnen, van Amalek en van de buit van Hadad-Ezer, de zoon van Rechob, de koning van Zoba.
13
Ook maakte David naam, toen hij terugkwam van het verslaan van de Arameeërs in het Zoutdal, achttienduizend man.
14
Hij legerde bezettingslegers in Edom. In heel Edom legerde hij bezettings legers en alle Edomieten werden aan David onderworpen. De HEERE maakte ruimte voor David overal waar hij heentrok.
15
David regeerde over heel Israël en David handelde naar recht en naar gerechtigheid voor heel zijn volk.
16
Joab, de zoon van Zeruja, had de leiding over het leger en Josafat, de zoon van Achilud, was geschiedschrijver.
17
Zadok, de zoon van Ahitub, en Achimelech, de zoon van Abjatar, waren priesters en Seraja was schrijver.
18
Benaja, de zoon van Jehojada, was aangesteld over de lijfgarde en de ijlboden. De zonen van David waren zijn vertrouwelingen.
← Chapter 7
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 9 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24