bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
/
Isaiah 45
Isaiah 45
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
← Chapter 44
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 46 →
1
Zo zegt de HEERE tegen Zijn gezalfde, tegen Kores, die Ik vastgrijp bij zijn rechterhand, om de volken vóór hem neer te werpen, en de lendenen van koningen zal Ik ontgorden; om deuren voor hem te openen, poorten zullen niet gesloten worden:
2
Zelf zal Ik voor u uit gaan, het oneffene zal Ik rechtmaken, bronzen deuren zal Ik openbreken, en ijzeren grendels stukbreken.
3
En Ik zal u geven schatten die in het duister zijn, verborgen rijkdommen, opdat u zult weten dat Ik de HEERE ben, Die u bij uw naam roept, de God van Israël.
4
Ter wille van Jakob, Mijn dienaar, Israël, Mijn uitverkorene, riep Ik u bij uw naam; Ik gaf u een erenaam, hoewel u Mij niet kende.
5
Ik ben de HEERE, en niemand anders, buiten Mij is er geen God. Ik zal u omgorden, hoewel u Mij niet kende,
6
opdat men zal weten, vanwaar de zon opkomt tot waar zij ondergaat, dat er buiten Mij niets is. Ik ben de HEERE, en niemand anders.
7
Ik formeer het licht en schep de duisternis, Ik maak de vrede en schep het onheil; Ik, de HEERE, doe al deze dingen.
8
Druip, hemel van boven, en laten de wolken gerechtigheid uitgieten, laat de aarde zich openen. Laten de wolken heil voortbrengen, en laat de aarde tegelijk gerechtigheid doen opkomen. Ík, de HEERE, heb het geschapen.
9
Wee hem die het tegen zijn Formeerder opneemt — een potscherf tussen aarden scherven. Zal het leem soms tegen zijn formeerder zeggen: Wat maakt u? Of zal uw werk zeggen: Hij heeft geen handen?
10
Wee hem die tegen zijn vader zegt: Wat verwekt u? Of tegen diens vrouw: Wat baart u?
11
Zo zegt de HEERE, de Heilige van Israël, zijn Formeerder: Zij hebben Mij naar de toekomstige dingen gevraagd, aangaande Mijn kinderen — zou u Mij bevel geven aangaande het werk van Mijn handen?
12
Ik heb de aarde gemaakt en Ik heb de mens daarop geschapen. Ik ben het, Mijn handen hebben de hemel uitgespannen en aan heel zijn sterren leger geef Ik Mijn bevelen.
13
Ík heb Kores doen opstaan in gerechtigheid, en al zijn wegen zal Ik rechtmaken. Híj zal Mijn stad bouwen en hij zal Mijn ballingen vrijlaten, zonder betaling en zonder geschenk, zegt de HEERE van de legermachten.
14
Zo zegt de HEERE: De arbeids opbrengst van de Egyptenaren en de koophandel van de Cusjieten, en de Sabeeërs, mannen van grote lengte, zullen naar u overgaan en zullen van u zijn. Zíj zullen u navolgen, in boeien zullen zij overkomen en voor u zullen zij zich buigen, zij zullen u smeken en zeggen: Voorzeker, God is bij u, en niemand anders; er is geen andere God.
15
Voorwaar, U bent een God Die Zich verborgen houdt, de God van Israël, de Heiland.
16
Zij allen zullen beschaamd en ook te schande worden, tezamen zullen zij met smaad weggaan, de makers van afgodsbeelden.
17
Israël echter wordt door de HEERE verlost: een eeuwige verlossing. U zult niet beschaamd en niet te schande worden, voor eeuwig niet, nooit!
18
Want zo zegt de HEERE, Die de hemel geschapen heeft, die God Die de aarde geformeerd en haar gemaakt heeft. Hij heeft haar gegrondvest, Hij heeft haar niet geschapen opdat zij woest zou zijn, maar Hij heeft haar geformeerd opdat men erop zou wonen: Ik ben de HEERE, en niemand anders.
19
Ik heb niet in het verborgene gesproken, in een duistere plaats op aarde. Ik heb tegen het nageslacht van Jakob niet gezegd: Zoek Mij tevergeefs. Ik ben de HEERE, Die gerechtigheid spreekt, Die bekendmaakt wat billijk is.
20
Verzamel u, kom, treed tezamen naar voren, u die bent ontkomen aan de heidenvolken. Zij weten niets, zij die hun houten beelden rond dragen, of een god aanbidden die niet verlossen kan.
21
Maak bekend en breng naar voren, ja, beraadslaag samen: Wie heeft dit van oudsher doen horen? Wie heeft dat van toen af bekendgemaakt? Ben Ik het niet, de HEERE? Buiten Mij is er geen andere God, een rechtvaardig God, een Heiland; er is niemand behalve Ik.
22
Wend u tot Mij, word behouden, alle einden der aarde, want Ik ben God en niemand anders.
23
Ik heb gezworen bij Mijzelf — uit Mijn mond is in gerechtigheid een woord uitgegaan en het zal niet terugkeren — dat voor Mij elke knie zich zal buigen, elke tong bij Mij zal zweren.
24
Voorzeker, in de HEERE — zal men van Mij zeggen — zijn rechtvaardige daden en kracht, tot Hem zal men komen. Maar zij zullen beschaamd worden, allen die tegen Hem in woede ontstoken zijn.
25
Echter in de HEERE zal gerechtvaardigd worden en zich beroemen heel het nageslacht van Israël.
← Chapter 44
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 46 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58
59
60
61
62
63
64
65
66