bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
/
Proverbs 9
Proverbs 9
Dutch (HSV) 2017 (Herziene Statenvertaling)
← Chapter 8
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 10 →
1
De hoogste Wijsheid heeft Haar huis gebouwd, Haar zeven pilaren uitgehakt.
2
Zij heeft Haar vee geslacht, Haar wijn gemengd, ook heeft Zij Haar tafel gereedgemaakt.
3
Zij heeft Haar dienstmeisjes uitgezonden: Zij roept op de toppen van de hoogten van de stad.
4
Wie is er onverstandig? Laat hij hierheen afwijken. Wie zonder verstand is, tegen hem zegt Zij:
5
Kom, eet van Mijn brood en drink van de wijn die Ik gemengd heb.
6
Verlaat de onverstandige dingen en leef, en begeef u op de weg van het inzicht.
7
Wie een spotter bestraft, laadt schande op zich, en wie een goddeloze terechtwijst, draagt zijn schandvlek.
8
Wijs een spotter niet terecht, anders zal hij u haten. Wijs een wijze terecht, en hij zal u liefhebben.
9
Geef onderricht aan een wijze, en hij zal nog wijzer worden, onderwijs een rechtvaardige, en hij zal inzicht vermeerderen.
10
Het beginsel van wijsheid is de vreze des HEEREN en de kennis van de heiligen is inzicht.
11
Want door Mij zullen uw dagen talrijk worden, en zullen jaren van leven u worden toegevoegd.
12
Als u wijs bent, bent u wijs ten bate van uzelf. Bent u een spotter, dan moet u dat alleen dragen.
13
Vrouwe Dwaasheid is onrustig, louter onverstand: zij heeft nergens weet van.
14
Zij zit bij de deur van haar huis, op een troon, op de hoogten van de stad
15
om naar de voorbijgangers op de weg, die rechtdoor willen gaan, te roepen:
16
Wie ook maar onverstandig is, laat hij van zijn weg hiernaartoe afwijken. Wie zonder verstand is, tegen hem zegt zij:
17
Gestolen water is zoet, en in het geheim genuttigd brood is aangenaam.
18
Maar men weet niet dat daar gestorvenen liggen, haar genodigden liggen in de diepten van het graf.
← Chapter 8
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 10 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31