bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
/
Deuteronomy 29
Deuteronomy 29
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
← Chapter 28
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 30 →
1
Dit zijn de woorden van het verbond dat Mozes in opdracht van de Heer*** sloot met de Israëlieten in Moab, naast het verbond dat Hij bij de Horeb met hen gesloten had.
2
Mozes riep heel Israël bijeen en zei tegen hen: "Jullie hebben met eigen ogen alles gezien wat de Heer*** in Egypte heeft gedaan met de farao en al zijn dienaren en zijn hele land.
3
Met eigen ogen hebben jullie de zware beproevingen gezien, de grote tekenen en wonderen.
4
Maar tot op de dag van vandaag heeft de Heer*** jullie geen hart gegeven dat begrijpt, geen ogen die zien, geen oren die horen.
5
[De Heer*** zegt]: 'Ik heb jullie 40 jaar door de woestijn laten trekken. De kleren die jullie droegen en de schoenen aan jullie voeten zijn in die tijd niet versleten.
6
Jullie hebben geen brood gegeten en geen wijn of sterke drank gedronken, opdat jullie zouden erkennen dat Ik, de Heer***, jullie God ben.'
7
Toen jullie hier aankwamen, trokken koning Sihon van Hesbon en koning Og van Basan ons tegemoet voor de strijd, maar wij versloegen hen.
8
We hebben hun land veroverd en het aan de stammen Ruben en Gad en de halve stam Manasse tot erfbezit gegeven.
9
Houd je daarom altijd nauwkeurig aan de woorden van dit verbond, dan zal alles wat jullie ondernemen voorspoedig verlopen.
10
Vandaag staan jullie in de tegenwoordigheid van jullie Heer*** God – al jullie stamhoofden, oudsten en beambten,
11
alle mannen van Israël, jullie kinderen, jullie vrouwen, en de vreemdelingen die in jullie kamp wonen, zelfs de houthakkers en waterdragers –
12
om toe te treden tot het verbond dat jullie Heer*** God vandaag met jullie sluit en tot de bijbehorende vervloeking.
13
Hiermee maakt Hij jullie vandaag tot zijn eigen volk en Zichzelf tot jullie God, zoals Hij jullie had beloofd en aan jullie voorvaders Abraham, Izaäk en Jakob had gezworen.
14
Dit verbond en deze vervloeking gelden niet alleen voor jullie
15
die hier vandaag met ons in de tegenwoordigheid van de Heer*** staan, maar ook voor hen die er nu nog niet zijn."
16
"Jullie weten immers hoe we in Egypte hebben gewoond en hoe we onderweg door de gebieden van andere volken zijn getrokken.
17
Jullie hebben daar hun gruwelijke en walgelijke goden gezien van hout, steen, zilver en goud.
18
Laat vandaag onder jullie geen enkele man of vrouw, familie of stam zijn hart afkeren van onze Heer*** God om de goden van deze volken te gaan dienen. Laat die wortel met zijn bittere, giftige vrucht niet onder jullie aanwezig zijn.
19
Als iemand bij het horen van deze vervloeking zichzelf geruststelt en bij zichzelf zegt: 'Ook als ik koppig mijn eigen hart volg, zal ik heus wel vrede en voorspoed hebben. De overvloed zal mijn dorst wel lessen,'
20
– de Heer*** zal hem niet ongestraft laten. Zijn toorn en jaloersheid zullen tegen die man ontbranden en alle vervloekingen die in dit boek staan opgeschreven zullen op hem neerkomen. En de Heer*** zal zijn naam van onder de hemel wegvagen.
21
Hij zal hem afzonderen van de stammen van Israël en hem in het ongeluk storten, Hij zal hem treffen met alle vervloekingen van dit verbond dat in dit Wetboek staat opgeschreven.
22
Jullie kinderen, de generatie die na jullie komt, en vreemdelingen uit verre landen zullen alle onheil en ellende zien waarmee de Heer*** dit land heeft getroffen en ze zullen zeggen:
23
'De bodem is er door zwavel en zout verschroeid, er wordt niets gezaaid omdat er niets wil groeien, er schiet geen enkel gewas op, net zoals na de verwoesting van Sodom, Gomorra, Adama en Zeboïm toen de Heer*** ze in zijn toorn en woede had omgekeerd.'
24
En alle volken zullen zeggen: 'Waarom heeft de Heer*** dat land zo behandeld? Waarover is zijn toorn zo hoog opgelaaid?'
25
Dan zal men antwoorden: 'Ze hebben het verbond verbroken van de Heer***, de God van hun voorvaders, dat Hij met hen sloot toen Hij hen uit Egypte wegleidde.
26
Ze zijn andere goden gaan aanbidden en dienen, goden die hun onbekend waren en die Hij hun niet gegeven had.
27
Daarom is de toorn van de Heer*** tegen dit land ontbrand en heeft Hij het getroffen met al deze vervloekingen die in dit boek staan opgeschreven.
28
De Heer*** heeft hen in zijn toorn, zijn woede en zijn grote verontwaardiging uitgerukt uit hun land en hen weggeslingerd naar een ander land, tot op de dag van vandaag.'
29
De verborgen dingen zijn voor onze Heer*** God, maar de geopenbaarde zijn voor ons en onze kinderen, opdat wij ons voor eeuwig aan alle woorden van deze Wet zullen houden."
← Chapter 28
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 30 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34