bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
/
Hebrews 11
Hebrews 11
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
← Chapter 10
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 12 →
1
Het geloof is de zekerheid van de dingen waar wij vol hoop naar uitzien, het is de overtuiging van de waarheid van de dingen die men niet ziet.
2
En vanwege hun geloof wordt er van onze voorouders een goed getuigenis gegeven.
3
Door geloof begrijpen we dat de wereld door het woord van God is gevormd, zodat de zichtbare dingen niet zijn ontstaan uit het waarneembare.
4
Door geloof heeft Abel een beter offer aan God gebracht dan Kaïn. Daarom wordt er van hem getuigd dat hij rechtvaardig was, want God aanvaardde zijn gaven. Door zijn geloof spreekt Abel nog steeds tegen ons, ook al is hij gestorven.
5
Door geloof is Henoch van de aarde weggenomen, zodat hij niet hoefde te sterven. Men zag hem niet meer, doordat God hem opgenomen had. Want voordat hij werd opgenomen, werd er van hem getuigd dat hij God vreugde gaf.
6
Maar zonder geloof is het onmogelijk God vreugde te geven. Want wie naar God komt, moet geloven dat HIJ IS en dat Hij een Beloner is voor wie Hem oprecht zoeken.
7
Door geloof heeft Noach vol ontzag de ark gebouwd om zijn gezin te redden, daartoe aangespoord door een goddelijke openbaring over iets wat nog niet zichtbaar was. Daarmee veroordeelde hij de wereld en verkreeg hij de rechtvaardigheid die door geloof verkregen wordt.
8
Door geloof is Abraham, toen hij geroepen werd, gehoorzaam vertrokken naar het land dat hij later in bezit zou krijgen. Hij vertrok, zonder te weten waar hij heen ging.
9
Door geloof heeft hij als vreemdeling gewoond in het land dat hem beloofd was, in tenten, met Izaäk en Jakob, die deelhadden aan dezelfde belofte.
10
Hij zag uit naar de stad met fundamenten, ontworpen en gebouwd door God.
11
Door geloof heeft ook Sara, die onvruchtbaar was, kracht ontvangen om een kind te krijgen toen ze al hoogbejaard was, doordat ze geloofde dat Hij die haar dat beloofd had, trouw was.
12
Zo is er uit één man – een man nog wel wiens kracht al was uitgedoofd – een menigte geboren zo talrijk als de sterren aan de hemel, zo ontelbaar als het zand langs de zee.
13
Zij allen zijn in het geloof gestorven, zonder de vervulling van de belofte te hebben gezien. Ze hebben die alleen uit de verte gezien en vol geloof begroet. Ze erkenden dat ze als vreemdelingen en gasten op deze aarde woonden.
14
Wie zoiets zeggen, laten daarmee zien dat ze een vaderland zoeken.
15
Als ze daarbij het vaderland in gedachten zouden hebben gehad dat ze verlaten hadden, zouden ze daarheen hebben kunnen terugkeren.
16
Maar nee, zij verlangden naar een beter vaderland, namelijk het hemelse vaderland. Daarom schaamt God Zich er niet voor om hun God genoemd te worden, want Hij heeft voor hen een stad gereedgemaakt.
17
Door geloof was Abraham, toen hij op de proef werd gesteld, bereid Izaäk te offeren.
18
Hoewel hem de belofte gedaan was: "Alleen Izaäks afstammelingen zullen gelden als jouw nageslacht," was hij bereid zijn enige zoon te offeren. Hij zei bij zichzelf dat God bij machte was hem zelfs uit de dood op te wekken.
19
En hij heeft hem als het ware inderdaad uit de dood teruggekregen.
20
Door geloof heeft Izaäk Jakob en Ezau gezegend en daarbij over dingen in de toekomst gesproken.
21
Door geloof heeft Jakob op zijn sterfbed de beide zonen van Jozef gezegend en heeft hij God aanbeden, leunend op zijn staf.
22
Door geloof heeft Jozef op zijn sterfbed gesproken over de uittocht van de Israëlieten en gaf hij opdracht wat er met zijn gebeente moest gebeuren.
23
Door geloof werd Mozes na zijn geboorte drie maanden lang door zijn ouders verborgen gehouden, omdat ze zagen dat hij een mooi kind was. Ze waren niet bang voor het bevel van de farao.
24
Door geloof heeft Mozes, toen hij volwassen geworden was, geweigerd om door te gaan voor een zoon van de dochter van de farao.
25
Hij wilde liever samen met Gods volk slecht behandeld worden, dan tijdelijk genieten van de zonde.
26
Hij beschouwde de smaad omwille van Christus als een grotere rijkdom dan de schatten van Egypte, omdat hij de blik gericht hield op de beloning.
27
Door geloof heeft hij Egypte verlaten, zonder angst voor de woede van de farao. Hij hield stand, alsof hij de Onzienlijke zag.
28
Door geloof heeft hij het Pesach laten houden en het bloed laten aanbrengen, opdat de vernietiger hun eerstgeborenen niet zou treffen.
29
Door geloof zijn ze de Rode Zee doorgetrokken als over droog land, maar de Egyptenaren, die dat ook probeerden, verdronken allemaal.
30
Door geloof zijn de muren van Jericho gevallen, nadat men daar zeven dagen lang omheen gelopen had.
31
Door geloof is de hoer Rachab niet omgekomen met de ongehoorzame inwoners, omdat ze de verkenners met vrede had ontvangen.
32
En wat moet ik nog meer zeggen? Want ik zou tijd tekortkomen als ik zou gaan vertellen van Gideon, Barak, Simson, Jefta, David, Samuel en de profeten,
33
die door geloof koninkrijken overwonnen, voor vergelding zorgden, beloften vervuld zagen worden, de muilen van leeuwen dichtbonden,
34
de kracht van het vuur doofden, aan de dood door het zwaard ontkwamen, kracht ontvingen in zwakte, sterk waren in de strijd, vijandelijke legers op de vlucht joegen;
35
vrouwen kregen hun overledenen uit de dood terug; anderen zijn op de pijnbank gelegd en wilden van geen bevrijding weten omdat ze deel wilden krijgen aan een betere opstanding;
36
anderen zijn bespot en gegeseld, geboeid en gevangengezet,
37
gestenigd, doorgezaagd, gemarteld, gedood door het zwaard; ze zwierven rond in schapenvachten en geitenvellen, leden onder ontbering, vervolging en mishandeling
38
– mensen die te goed waren voor deze wereld – en ze doolden rond door woestijnen, in de bergen, in bergkloven en grotten.
39
Van al deze mensen wordt een goed getuigenis gegeven vanwege hun geloof, maar ze hebben geen van allen de vervulling van de belofte gezien.
40
Want God had voor ons iets beters op het oog, opdat zij niet zonder ons het einddoel zouden bereiken.
← Chapter 10
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 12 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13