bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
/
Hebrews 12
Hebrews 12
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
← Chapter 11
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 13 →
1
Omdat we door zo'n grote wolk van getuigen omringd worden, is het goed om alle lasten en zonden af te leggen die ons zo gemakkelijk in de weg staan, en met volharding de wedloop uit te lopen die voor ons ligt.
2
Laten we daarbij de blik alleen gericht houden op Jezus, onze Leidsman en de Voltooier van ons geloof, die vanwege de vreugde die Hij in het vooruitzicht had, het kruis verdroeg en geen aandacht schonk aan alle schande. Nu zetelt Hij rechts van Gods troon.
3
Bedenk hoeveel tegenspraak Hij van de zondaars heeft verdragen, dan zullen jullie niet de moed verliezen en het opgeven.
4
Jullie hebben nog niet tot bloedens toe weerstand geboden in jullie strijd tegen de zonde.
5
Jullie zijn de vermaning vergeten die zich tot jullie richt als tot zonen en dochters: "Mijn zoon, denk niet te licht over de terechtwijzing van de Heer, en verlies niet de moed wanneer Hij je bestraft.
6
Want de Heer wijst terecht wie Hij liefheeft, Hij bestraft ieder die Hij als zoon aangenomen heeft."
7
Verdraag dus de bestraffing, want daarmee behandelt God jullie als zonen. Iedere zoon wordt toch wel eens door zijn vader bestraft?
8
Als jullie nooit bestraft worden terwijl dat de anderen niet bespaard blijft, zijn jullie kennelijk geen echte zonen, maar bastaards.
9
Bovendien, we werden toch ook bestraft door onze aardse vaders, en we hadden respect voor hen. Zouden we ons dan niet zoveel te meer schikken onder het gezag van de Vader van alle geesten, opdat we leven?
10
Onze aardse vaders hebben ons wel voor een korte tijd naar beste weten streng opgevoed, maar onze hemelse Vader voedt ons streng op voor ons bestwil, opdat we deel zullen krijgen aan zijn heiligheid.
11
Elke bestraffing lijkt op het moment geen vreugde maar alleen verdriet te brengen, maar later draagt zij de aangename vrucht van rechtvaardigheid voor wie zich erdoor hebben laten terechtwijzen.
12
Hef dus je slappe handen op, strek je zwakke knieën
13
en maak met je voeten een recht spoor, zodat wat kreupel is niet verder beschadigt, maar juist geneest.
14
Streef naar vrede met alle mensen en naar een heilig leven, want wie dat niet doet, zal beslist de Heer niet zien.
15
Zorg ervoor dat niemand Gods genade misloopt. Laat onder jullie geen bitter onkruid wortel schieten, want dat veroorzaakt veel onrust en zal velen besmetten.
16
Zorg ervoor dat niemand van jullie overspelig is, of gericht op het wereldse zoals Ezau, die in ruil voor één enkele maaltijd zijn eerstgeboorterecht weggaf.
17
Want toen hij later de zegen wilde ontvangen, werd hij afgewezen, zoals jullie weten. Hij kon er niets aan veranderen, hoewel hij er onder tranen om smeekte.
18
Want jullie zijn niet gekomen naar een tastbare berg, en naar een laaiend vuur, naar diepe duisternis en stormwind,
19
naar het geluid van een bazuin en een luide stem – waarbij zij die de stem hoorden, smeekten dat Hij niet langer tot hen zou spreken,
20
omdat het bevel ondraaglijk was voor hen: "Zelfs een dier dat de berg aanraakt, moet worden gestenigd of met een pijl doodgeschoten."
21
Zo angstaanjagend was de verschijning, dat Mozes zei: "Ik sidder helemaal van vrees."
22
Nee, jullie zijn gekomen naar de berg Sion, naar de stad van de levende God, het hemelse Jeruzalem, en naar duizenden engelen,
23
en naar de plechtige vergadering, de bijeenkomst van eerstgeborenen die in de hemel opgeschreven staan, en naar God, de Rechter van alle mensen, en naar de geesten van de rechtvaardigen die de volmaaktheid bereikt hebben,
24
en naar Jezus, de Bemiddelaar van een nieuw verbond, en naar het bloed waarmee jullie zijn besprenkeld en dat een betere boodschap brengt dan dat van Abel.
25
Zorg ervoor dat jullie Hem die spreekt niet afwijzen. Immers, als zij destijds niet ontkwamen toen ze hem afwezen die hen op aarde namens God waarschuwde, hoeveel minder wij wanneer we ons afkeren van Hem die vanuit de hemel spreekt.
26
Destijds deed zijn stem de aarde schudden, maar nu heeft Hij beloofd: "Nog eenmaal zal Ik niet alleen de aarde, maar ook de hemel laten schudden."
27
Dit 'nog eenmaal' wijst op de verwijdering van alle wankele dingen, namelijk de dingen die geschapen zijn, opdat alleen de onwankelbare dingen zullen overblijven.
28
Wij hebben een onwankelbaar Koninkrijk ontvangen. Laten we daarom vasthouden aan de genade, opdat wij God mogen dienen op een manier die Hem vreugde geeft, vol eerbied en ontzag,
29
want onze God is een laaiend vuur.
← Chapter 11
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 13 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13