bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
/
John 1
John 1
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 2 →
1
In het begin was het Woord. Het Woord was bij God en het Woord was God.
2
Het was in het begin bij God.
3
Alle dingen zijn door het Woord ontstaan en niets van wat bestaat is zonder het Woord ontstaan.
4
In het Woord was leven en het leven was het Licht voor de mensen.
5
Het Licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet overweldigd.
6
Er was een man die door God gezonden was. Hij heette Johannes.
7
Hij kwam als getuige, om van het Licht te getuigen, opdat iedereen erdoor tot geloof zou komen.
8
Hij was niet zelf het Licht, maar hij kwam om te getuigen van het Licht,
9
het ware Licht dat elk mens verlicht en naar de wereld kwam.
10
Hij was in de wereld, de wereld die door Hem was ontstaan, maar de wereld erkende Hem niet.
11
Hij kwam naar zijn eigen volk, maar zijn eigen mensen hebben Hem niet aangenomen.
12
Maar aan allen die Hem aangenomen hebben en in zijn naam geloven, heeft Hij het recht gegeven kinderen van God te worden.
13
Zij zijn niet geboren uit bloed, niet uit een lichamelijk verlangen, niet uit de wil van een man, maar ze zijn uit God geboren.
14
Het Woord is mens geworden en heeft onder ons gewoond. We hebben zijn grootheid gezien: zijn grootheid als eniggeboren Zoon van de Vader, vol genade en waarheid.
15
Johannes getuigde van Hem en riep uit: "Hij is het van wie ik zei: 'Hij die na mij komt is meer dan ik, want Hij was er vóór mij.' "
16
Uit zijn overvloed hebben wij allemaal genade op genade ontvangen.
17
De Wet is door Mozes gegeven, genade en waarheid zijn door Jezus Christus gekomen.
18
Niemand heeft ooit God gezien. Zijn eniggeboren Zoon, die aan het hart van de Vader rust, heeft Hem aan ons bekendgemaakt.
19
Dit is wat Johannes getuigde toen de Joden priesters en Levieten uit Jeruzalem naar hem hadden gestuurd om hem te vragen wie hij was.
20
Hij erkende openlijk en eerlijk: "Ik ben niet de Christus."
21
Ze vroegen hem: "Wie dan wel? Ben je Elia?" Maar Johannes zei: "Nee, die ben ik niet." "Ben je de profeet?" Hij antwoordde: "Nee."
22
Daarop zeiden ze: "Maar wie ben je dan? We moeten een antwoord hebben voor degenen die ons hebben gestuurd. Hoe noem je jezelf?"
23
Johannes antwoordde: "Ik ben de stem die roept in de woestijn: 'Baan de weg voor de Heer!' zoals de profeet Jesaja gezegd heeft."
24
De afgevaardigden, die tot de Farizeeërs behoorden,
25
vroegen hem: "Waarom doop je dan, als je niet de Christus bent, niet Elia en niet de profeet?"
26
Johannes antwoordde: "Ik doop in water, maar onder jullie bevindt zich degene die jullie nog niet kennen.
27
Hij komt na mij, maar was er al vóór mij, en ik ben het niet eens waard de riemen van zijn sandalen los te maken."
28
Deze dingen vonden plaats in Betanië, aan de overkant van de Jordaan, waar Johannes aan het dopen was.
29
De volgende dag zag Johannes Jezus naar zich toe komen en zei: "Zie, daar is het Lam van God dat de zonde van de wereld wegneemt!
30
Hem bedoelde ik toen ik zei: 'Na mij komt Iemand die meer is dan ik, want Hij was er vóór mij.'
31
Ik kende Hem nog niet, maar om Hem aan Israël bekend te maken ben ik in water komen dopen."
32
En Johannes getuigde: "Ik zag de Geest als een duif uit de hemel neerdalen en op Hem blijven.
33
Ik kende Hem nog niet, maar Hij die mij gezonden heeft om in water te dopen had mij gezegd: 'Degene op wie je de Geest ziet neerdalen en op Hem blijven, die is het die in de Heilige Geest zal dopen.'
34
Ik heb het gezien, en ik getuig dat Hij de Zoon van God is."
35
De volgende dag stond Johannes daar weer, met twee van zijn leerlingen.
36
Toen hij Jezus zag lopen, zei hij: "Zie, daar is het Lam van God!"
37
De twee leerlingen hoorden hem dat zeggen en volgden Jezus.
38
Jezus draaide Zich om en zag dat de twee Hem volgden.
39
Hij vroeg hun: "Wat zoeken jullie?" Ze zeiden tegen Hem: "Rabbi (vertaald is dat: Meester), waar logeert U?"
40
Hij zei tegen hen: "Kom mee, dan kunnen jullie het zien." Ze gingen mee en zagen waar Hij logeerde. Ze bleven die dag bij Hem. Het was toen ongeveer het tiende uur.
41
Andreas, de broer van Simon Petrus, was een van deze twee die Johannes dat hadden horen zeggen en Hem toen waren gevolgd.
42
Hij zocht zijn broer Simon op en zei tegen hem: "We hebben de Messias gevonden!" (vertaald is dat: de Christus.) En hij bracht hem bij Jezus.
43
Jezus keek hem aan en zei: "Jij bent Simon, de zoon van Jona, maar voortaan heet je Kefas." (Wat vertaald wordt met Petrus, rots.)
44
De volgende dag besloot Jezus naar Galilea te gaan. Daar ging Hij naar Filippus en zei tegen hem: "Volg Mij."
45
Filippus kwam uit Betsaïda, dezelfde stad als Andreas en Petrus.
46
Filippus ging naar Natanaël en zei tegen hem: "We hebben degene gevonden over wie Mozes in de Wet heeft geschreven en over wie de Profeten spreken! Het is Jezus, de zoon van Jozef uit Nazaret!"
47
Natanaël antwoordde: "Kan er uit Nazaret iets goeds komen?" Filippus antwoordde hem: "Kom mee, dan kun je Hem zien."
48
Jezus zag Natanaël aankomen en zei over hem: "Kijk, daar heb je nu een ware Israëliet, een eerlijk en oprecht man."
49
Natanaël vroeg Hem: "Waar kent U mij van?" Jezus antwoordde: "Nog voordat Filippus je riep, zag Ik je onder je vijgenboom zitten."
50
Natanaël antwoordde: "Rabbi, U bent de Zoon van God! U bent de Koning van Israël!"
51
Jezus zei tegen hem: "Geloof je dit omdat Ik tegen je zei dat Ik je onder je vijgenboom zag zitten? Je zult grotere dingen zien dan dat!"
52
En Hij ging verder: "Luister goed, Ik verzeker jullie dat jullie vanaf vandaag de hemel geopend zullen zien en de engelen van God zullen zien opklimmen en afdalen op de Mensenzoon."
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 2 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21