bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
/
Matthew 11
Matthew 11
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
← Chapter 10
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 12 →
1
Toen Jezus zijn twaalf leerlingen instructies gegeven had, vertrok Hij daar om ook in andere steden onderricht te geven en te prediken.
2
Toen Johannes in de gevangenis hoorde over alles wat Christus deed, stuurde hij twee van zijn leerlingen naar Hem toe met de vraag:
3
"Bent U het die zou komen, of wachten we op iemand anders?"
4
Jezus antwoordde hen: "Ga Johannes vertellen wat jullie horen en zien:
5
blinden gaan zien, kreupelen gaan lopen, melaatsen worden rein, doven gaan horen, doden worden tot leven gewekt en armen krijgen het goede nieuws te horen.
6
Gezegend is wie zich niet aan Mij ergert."
7
Toen ze weer vertrokken waren, zei Jezus tegen de menigte over Johannes: "Waar zijn jullie in de woestijn naar gaan kijken? Naar een rietstengel die heen en weer wuift in de wind?
8
Maar waar zijn jullie dan wel naar gaan kijken? Naar een man in kostbare kleding? Nee, zij die kostbare kleding dragen, wonen in de paleizen.
9
Maar waar zijn jullie dan naar gaan kijken? Naar een profeet? Ja, Ik zeg jullie: naar iemand die zelfs veel meer is dan een profeet,
10
want hij is het over wie geschreven staat: 'Zie, Ik zend mijn gezant voor U uit om voor U de weg te banen.'
11
Ik verzeker jullie: van hen die uit vrouwen zijn geboren, is er geen groter man opgetreden dan Johannes de Doper; maar de minste in het Koninkrijk van de hemel is groter dan hij.
12
Vanaf de tijd van Johannes de Doper tot nu toe wordt het Koninkrijk van de hemel geweld aangedaan en zijn er die het met geweld willen grijpen.
13
Want alle profeten en de Wet hebben tot aan Johannes hierover geprofeteerd.
14
Voor wie het wil aannemen: hij is Elia die zou komen.
15
Heb je oren, zorg dan dat je hoort!
16
Maar waarmee zal Ik dit geslacht vergelijken? Het lijkt op de kinderen die op de markt zitten en naar hun vriendjes roepen:
17
'We hebben voor jullie op de fluit gespeeld, maar jullie wilden niet dansen. Toen hebben we klaagzangen voor jullie gezongen, maar jullie wilden niet weeklagen.'
18
Want toen Johannes kwam, die niet at en niet dronk, zei men: 'Er zit een demon in hem.'
19
Toen kwam de Mensenzoon, die wel eet en drinkt, en men zegt: 'Zie Hem eens, wat een veelvraat en een zuiplap, een vriend van tollenaars en zondaars!' Maar de Wijsheid wordt herkend door wie haar toebehoren."
20
Vervolgens begon Jezus de steden waar Hij de meeste wonderen had gedaan, te verwijten dat ze zich niet bekeerd hadden: "Wee jou, Chorazin, en wee jou, Betsaïda!
21
Want als de wonderen die bij jullie zijn gebeurd hadden plaatsgevonden in Tyrus en Sidon, zouden zij zich allang in rouwkleed en met as op het hoofd hebben bekeerd.
22
Maar Ik zeg jullie dat voor Tyrus en Sidon de dag van het oordeel draaglijker zal zijn dan voor jullie.
23
En jij, Kapernaüm, zou jij tot de hemel verheven worden? Nee, in het dodenrijk zul je worden neergeworpen! Want als de wonderen die in jou zijn gebeurd hadden plaatsgevonden in Sodom, zou die stad tot op de dag van vandaag zijn blijven bestaan.
24
Maar Ik zeg je dat voor Sodom en omgeving de dag van het oordeel draaglijker zal zijn dan voor jou."
25
In die tijd zei Jezus: "Ik dank U, Vader, Heer van hemel en aarde, dat U deze dingen voor wijze en verstandige mensen hebt verborgen, maar ze aan eenvoudige mensen hebt onthuld.
26
Ja, Vader, want zo hebt U het gewild."
27
"Alle dingen zijn aan Mij toevertrouwd door mijn Vader. Alleen de Vader kent de Zoon; en alleen de Zoon kent de Vader, en degenen aan wie de Zoon het wil openbaren.
28
Kom naar Mij als je moe bent en onder zware lasten gebukt gaat, en Ik zal je rust geven.
29
Neem mijn juk op je en leer van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart. Bij Mij zal je ziel rust vinden.
30
Want mijn juk is zacht en mijn last is licht."
← Chapter 10
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 12 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28