bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
/
Numbers 9
Numbers 9
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
← Chapter 8
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 10 →
1
De Heer*** zei tegen Mozes in de Sinaïwoestijn, in de eerste maand van het tweede jaar na hun vertrek uit Egypte:
2
"De Israëlieten moeten op de voorgeschreven dag het Pesach vieren,
3
op de voorgeschreven tijd, bij het vallen van de avond, op de 14e dag van deze maand, overeenkomstig alle hiervoor geldende voorschriften en wetten."
4
Daarop zei Mozes tegen de Israëlieten dat ze het Pesach moesten vieren.
5
En op de avond van de 14e dag van de eerste maand vierden ze in de Sinaïwoestijn het Pesach overeenkomstig alle voorschriften die de Heer*** daarvoor aan Mozes had gegeven.
6
Nu waren er een paar mannen onrein, doordat ze in aanraking waren geweest met een dode. Daarom mochten ze die dag niet aan de pesachmaaltijd deelnemen. Ze gingen diezelfde dag naar Mozes en Aäron
7
en vroegen Mozes: "Wij zijn onrein doordat we een dode hebben aangeraakt, maar moet het ons nu verboden worden om met de andere Israëlieten op de voorgeschreven dag dit offer aan de Heer*** te brengen?"
8
Mozes antwoordde: "Wacht hier, dan ga ik horen wat de Heer*** jullie hierover te zeggen heeft."
9
De Heer*** zei tegen Mozes:
10
"Zeg tegen de Israëlieten: Als iemand van jullie of van jullie nakomelingen onrein is doordat hij een dode heeft aangeraakt, of als iemand een verre reis maakt, dan moet hij tóch het Pesach vieren voor de Heer***.
11
Maar hij moet het vieren op de avond van de 14e dag van de tweede maand, met ongezuurde broden en saus van bittere kruiden.
12
Hij mag er niets van bewaren tot de volgende morgen en hij mag er geen enkel bot van breken; hij moet zich aan alle voorschriften houden die voor de pesachmaaltijd gegeven zijn.
13
Maar als iemand rein is en niet op reis, en toch nalaat het Pesach te vieren, moet hij uit zijn familie verdelgd worden, want hij heeft niet op de voorgeschreven dag het offer aan de Heer*** gebracht. Hij zal de gevolgen van zijn zonde moeten dragen.
14
En als er vreemdelingen bij jullie wonen die het Pesach willen vieren voor de Heer***, moeten ze het vieren volgens de voor het Pesach gegeven voorschriften en wetten. Voor iedereen, vreemdeling of geboren Israëliet, gelden dezelfde voorschriften."
15
Vanaf de dag dat de tabernakel was opgezet, bedekte de wolk de tabernakel, de tent met de verbondsplaten. Van de avond tot de ochtend leek de wolk boven de tabernakel op een vuur.
16
Zo was het altijd: overdag bedekte de wolk de tent en 's nachts leek de wolk op een vuur.
17
Wanneer de wolk boven de tent opsteeg, trokken de Israëlieten verder. Op de plaats waar de wolk bleef staan, sloegen de Israëlieten hun kamp op.
18
Op het bevel van de Heer*** trokken de Israëlieten verder en op het bevel van de Heer*** sloegen ze hun kamp weer op. Zolang de wolk boven de tabernakel bleef, bleven ze gelegerd op de plaats waar ze waren.
19
Wanneer de wolk lange tijd boven de tabernakel bleef, hielden de Israëlieten zich aan het bevel van de Heer*** en trokken niet verder.
20
Ook wanneer de wolk maar een paar dagen boven de tabernakel bleef, bleven ze op het bevel van de Heer*** in hun kamp en trokken dan op het bevel van de Heer*** weer verder.
21
Wanneer de wolk er slechts van de avond tot de morgen was en 's morgens weer opsteeg, trokken ze verder. Of het nu dag was of nacht, wanneer de wolk opsteeg trokken ze verder.
22
Of de wolk nu twee dagen, een maand of langer op de tabernakel bleef, de Israëlieten bleven waar ze waren en trokken niet verder. Pas als de wolk opsteeg, trokken ze verder.
23
Op het bevel van de Heer*** sloegen ze hun kamp op en op het bevel van de Heer*** trokken ze verder. Ze hielden zich aan het bevel van de Heer***, zoals de Heer*** het door Mozes bevolen had.
← Chapter 8
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 10 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36