bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2007 (HTB)
/
Proverbs 4
Proverbs 4
Dutch 2007 (HTB)
← Chapter 3
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 5 →
1
Luister naar de lessen van een vader, mijn kinderen. Luister goed, want zij leren je verstandig te leven.
2
Mijn lessen zijn goed, dus houd ze in gedachten en pas ze toe.
3
Mijn vader hield veel van mij; teder was hij en in mijn moeders ogen was ik een enig kind.
4
Hij onderwees mij en zei: "Sluit mijn woorden in je hart, want als je je aan mijn geboden vasthoudt, zul je leven.
5
Word wijs en ontwikkel een goed beoordelingsvermogen en gezond verstand; zorg dat je dit nooit vergeet!
6
Die wijsheid zal je beschermen; door haar lief te hebben, zal zij je bewaren.
7
De wijsheid is het hoogste bezit; word dus wijs en ga verstandig om met je bezit.
8
Houd de wijsheid hoog, dan zal zij jou verhogen. Zij zal je eer brengen, wanneer je haar toepast
9
en je hoofd tooien met een prachtige kroon.
10
Luister naar mij, mijn zoon, en neem mijn woorden ter harte. Dan zul je een lang en goed leven hebben.
11
Ik leer je de weg van de wijsheid en zet zo je voeten op de rechte weg.
12
Dan hoef je niet moeizaam je weg te zoeken en zul je niet struikelen.
13
Houd mijn wijze lessen in gedachten; vergeet ze niet, want de wijsheid beïnvloedt je hele leven.
14
Zet geen voet op de weg van de goddelozen, laat het pad van de boosdoeners links liggen.
15
Sla die wegen niet in, maar loop eraan voorbij.
16
Want zij kunnen de slaap niet vatten, als zij niet iets verkeerds hebben gedaan. Konden zij niet iemand dwarszitten, dan wil de slaap niet komen.
17
Want het brood dat zij eten en de wijn die zij drinken, hebben zij niet eerlijk verkregen.
18
Maar het gedrag van oprechte mensen werpt een helder licht om zich heen. Zelfs bij klaarlichte dag!
19
De goddelozen tasten echter rond in het duister, zonder te weten waarover zij struikelen.
20
Luister naar mij, mijn zoon, en stel je open voor wat ik zeg.
21
Houd wijsheid, verstand en kennis voor ogen; berg ze weg, diep in je hart.
22
Want zij geven leven aan wie hen vinden en zijn een medicijn voor het hele lichaam.
23
Bescherm je hart boven alles, want uit je hart komt alles voort wat je doet.
24
Zondig niet door wat je zegt, laten je lippen geen verkeerde dingen zeggen.
25
Houd je ogen gericht op de weg vccr je en dwaal niet af naar links of rechts.
26
Houd goed in de gaten waar je voeten gaan, zodat de weg die je volgt de goede is.
27
Doe geen stap naar links of rechts en zet geen voet op de verkeerde weg.
← Chapter 3
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 5 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31