bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
/
Exodus 11
Exodus 11
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
← Chapter 10
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 12 →
1
De HEERE zei tegen Mozes: “Ik zal nog één plaag over de farao en over Egypte brengen. Daarna zal hij jullie hier vandaan wegsturen. Als hij jullie allemaal wegstuurt, zal hij jullie werkelijk hiervandaan wegjagen.
2
Spreek dan ten aanhoren van het volk, dat iedere man van zijn naaste en iedere vrouw van haar naaste zilveren en gouden voorwerpen vraagt.”
3
De HEERE schonk het volk genade in de ogen van de Egyptenaren. Ook stond de man Mozes hoog in aanzien in het land Egypte, in de ogen van de dienaren van de farao en in de ogen van het volk.
4
Mozes zei: “Zo heeft de HEERE gezegd: ‘Omstreeks middernacht zal Ik dwars door Egypte heen uittrekken
5
en iedere eerstgeborene in het land Egypte zal sterven, vanaf de eerstgeborene van de farao die op de troon zit tot op de eerstgeborene van de slavin die achter de molen steen zit en tot op iedere eerstgeborene van het vee toe.
6
Er zal een groot gejammer zijn in heel het land Egypte zoals er nooit geweest is en nooit meer wezen zal.
7
Maar bij alle zonen van Israël zal er zelfs geen hond blaffen tegen mens of dier, opdat jullie weten, dat de HEERE een onderscheid maakt tussen de Egyptenaren en Israël.
8
Dan zullen al deze dienaren van jou naar mij afdalen en voor mij neerknielen en zeggen: Ga weg, jij en al het volk dat je op de voet volgt! Daarna zal ik uittrekken.’ ” En hij ging bij de farao weg, laaiend van boosheid.
9
De HEERE had immers tot Mozes gesproken: “De farao zal niet naar jullie luisteren, opdat mijn wonderen in het land Egypte machtig groot zullen worden.”
10
Mozes en Aäron hebben al deze wonderen voor de ogen van de farao gedaan, maar de HEERE verhardde het hart van de farao, zodat hij de zonen van Israël niet uit zijn land liet wegtrekken.
← Chapter 10
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 12 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40