bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
/
Exodus 13
Exodus 13
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
← Chapter 12
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 14 →
1
De HEERE sprak tot Mozes en zei:
2
“Heilig Mij iedere mannelijke eerstgeborene, die onder de zonen van Israël de baarmoeder als eerste opent, zowel van de mens als van het vee. Hij is voor Mij.”
3
En Mozes zei tegen het volk: “Gedenk deze dag waarop jullie uit Egypte, uit het huis van de slavernij, weggetrokken zijn, want de HEERE heeft jullie met een sterke hand daaruit geleid. Op deze dag mag er niets gezuurds gegeten worden.
4
Op deze dag zullen jullie uittrekken, in de maand Abib.
5
Wanneer de HEERE je in het land van de Kanaäniet en, de Hethiet en, de Amoriet en, de Heviet en en de Jebusiet en gebracht zal hebben, in het land dat Hij je vaderen gezworen heeft jou te zullen geven, een land vloeiende van melk en honing, dan zul jij deze herdenkings dienst in deze maand houden.
6
Zeven dagen zul je ongezuurde broden eten en op de zevende dag zal er een Feest voor de HEERE zijn.
7
Zeven dagen zal men ongezuurde broden eten en mag er bij jou niets gezuurds worden gezien. In heel je woon gebied mag er bij jou geen zuurdeeg te zien zijn.
8
Op die dag zul je aan je zoon vertellen: Dit is om wat de HEERE voor mij heeft gedaan toen ik uit Egypte wegtrok.
9
Het zal tot een teken op je hand en ter herinnering tussen je ogen zijn, opdat de Wet van de HEERE in je mond zal zijn, want de HEERE heeft je met een sterke hand uit Egypte geleid.
10
Onderhoud daarom dit wets voorschrift op de vastgestelde tijd, van jaar tot jaar.
11
Wanneer de HEERE je in het land van de Kanaäniet en gebracht heeft, zoals Hij jou en je vaderen gezworen heeft, en jou het land gegeven heeft, zal het gebeuren
12
dat je ieder eerste jongetje dat de baarmoeder opent aan de HEERE zult overdragen, ook elk eerste jong van een stuk vee dat je bezit, dat de baarmoeder als eerste opent: de mannetjes zijn voor de HEERE.
13
Maar elk eerste jong dat de baarmoeder van een ezel opent, zul je met een lam vrijkopen. Wanneer je het niet vrijkoopt, zul je het de nek breken. Iedere eerstgeborene van een mens onder je zonen moet je loskopen.
14
En wanneer je zoon je morgen vraagt en zegt: ‘Wat is dat?’, dan zul je tegen hem zeggen: ‘De HEERE heeft ons met een sterke hand uitgeleid uit Egypte, uit het huis van de slavernij.
15
Toen de farao zich tegen onze uittocht verzette, doodde de HEERE alle eerstgeborenen in het land Egypte, zowel de eerstgeborene van de mens en als de eerstgeborene van het vee. Daarom breng ik elk mannelijk jong dat de baarmoeder als eerste opent, als een slachtoffer aan de HEERE, maar alle eerstgeborenen onder mijn zonen koop ik vrij.
16
Het zal tot een teken op je hand en tot een richtsnoer tussen je beide ogen zijn, want de HEERE heeft ons met een sterke hand uit Egypte geleid.’ ”
17
Toen de farao het volk had laten wegtrekken, leidde GOD hen niet de weg op naar het land van de Filistijnen, hoewel die het kortste was, want GOD zei: “Anders zal het volk zich bedenken bij het zien van de strijd en naar Egypte terugkeren.”
18
GOD leidde het volk om langs de weg door de woestijn naar de Wierzee. De zonen van Israël trokken gevechtsklaar op uit het land Egypte.
19
Mozes nam het gebeente van Jozef met zich mee, want deze had de zonen van Israël een eed laten zweren en gezegd: “GOD zal zeker naar jullie omzien. Neem dan mijn gebeente hier vandaan met jullie mee!”
20
Zij braken op uit Sukkoth en sloegen hun kamp op in Etham aan de rand van de woestijn.
21
De HEERE trok voor hen uit, overdag in een wolkzuil om hen op de weg te leiden en ’s nachts in een vuurzuil om hen bij te lichten, zodat ze dag en nacht konden voortgaan.
22
Overdag nam Hij de wolkzuil niet van voor het volk weg en ’s nacht de vuurzuil niet.
← Chapter 12
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 14 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40