bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
/
Exodus 31
Exodus 31
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
← Chapter 30
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 32 →
1
De HEERE sprak tot Mozes en zei:
2
“Zie, Ik heb Bezaleël, de zoon van Uri, de zoon van Hur, uit de stam van Juda bij zijn naam geroepen.
3
Ik heb hem vervuld met de Geest van GOD, met wijsheid en met verstand en met kennis en met al het benodigde vakmanschap
4
voor het uitdenken van kunstige ontwerpen om die te maken van goud, van zilver en van koper
5
en voor het bewerken van edel stenen om die in te zetten en voor het bewerken van hout, om zo al het werk uit te voeren.
6
En Ik, zie, Ik heb Aholiab, de zoon van Ahisamach uit de stam Dan naast hem gesteld. Aan het hart van allen die wijs van hart zijn, heb Ik wijsheid geschonken. Zij zullen alles maken wat Ik je geboden heb:
7
de Tent van de Ontmoeting, de Kist van de Getuigenis, het verzoendeksel daarop en alle voorwerpen voor de Tent:
8
de tafel met zijn voorwerpen, de zuivere kandelaar met al zijn voorwerpen en het reukofferaltaar,
9
het brandofferaltaar met al zijn voorwerpen en het was vat met zijn voetstuk,
10
de dienstkleding en de heilige kleding van de priester Aäron en de kleding van zijn zonen om als priester te dienen,
11
de zalfolie en het reukwerk van de geurige kruiden voor het Heiligdom. In overeenstemming met alles wat Ik je geboden heb, moeten zij het maken.”
12
De HEERE sprak tot Mozes en zei:
13
“Jij nu, spreek tot de zonen van Israël en zeg: ‘Mijn sabbatten moeten jullie beslist onderhouden, want de sabbat is een teken tussen Mij en jullie, voor al jullie generaties, opdat men weet dat Ik de HEERE ben, die jullie heiligt.
14
Jullie moeten de sabbat onderhouden, want die is heilig voor jullie! Wie hem ontwijdt, zal zeker gedood worden, want ieder die daarop één of ander werk doet, die persoon zal uit het midden van zijn volk worden uitgeroeid.
15
Zes dagen zal er gewerkt worden en op de zevende dag zal het sabbat, volstrekte rust, zijn. Heilig is die dag voor de HEERE! Ieder die op de sabbatdag werk doet, zal zeker gedood worden.
16
De zonen van Israël zullen de sabbat onderhouden door de sabbat te houden door al hun generaties heen als een eeuwig Verbond.
17
Hij zal een eeuwig teken zijn tussen Mij en de zonen van Israël, want in zes dagen heeft de HEERE de hemel en de aarde gemaakt en op de zevende dag rustte Hij en kwam Hij op adem.”
18
Toen de HEERE het gesprek met hem op de berg Sinaï beëindigd had, gaf Hij Mozes de twee tafelen van de Getuigenis. Het waren tafelen van steen beschreven met de vinger van GOD.
← Chapter 30
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 32 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40