bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
/
Genesis 4
Genesis 4
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
← Chapter 3
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 5 →
1
Adam had gemeenschap met Eva, zijn vrouw, en zij werd zwanger en baarde Kaïn en zij zei: “Ik heb een man voortgebracht, de HEERE!”
2
Daarna baarde zij ook zijn broer Abel. Abel werd schaapherder en Kaïn werd landbouwer.
3
Na verloop van tijd bracht Kaïn een offergave van de vrucht van de aardbodem aan de HEERE.
4
Abel bracht ook een gave van de eerstgeborenen van zijn schapen en geiten en wel van de vetste ervan. De HEERE schonk aandacht aan Abel en zijn offer gave,
5
maar aan Kaïn en zijn offer gave schonk Hij geen aandacht. Toen laaide Kaïns woede op en zijn gezicht betrok.
6
De HEERE zei tegen Kaïn: “Waarom ben je zo woedend en waarom is je gezicht betrokken?
7
Is het niet zo, dat als je goed doet, er verhoging wacht en als je niet goed doet, dat dan de zonde bij de deur op de loer ligt. Zijn begeerte gaat naar jou uit, maar jij moet over hem heersen.”
8
Kaïn sprak met zijn broer Abel en toen zij in het veld waren, kwam het zover, dat Kaïn zijn broer Abel aanviel en hem doodde.
9
Toen zei de HEERE tegen Kaïn: “Waar is je broer Abel?” Hij zei: “Ik weet het niet. Ben ik de hoeder van mijn broer?”
10
Hij zei: “Wat heb je gedaan? De stem van het bloed van je broer roept tot Mij van de aardbodem.
11
Nu dan, vervloekt ben je vanwege de aardbodem, die haar mond heeft opengesperd om het bloed van je broer uit jouw hand te ontvangen.
12
Als je de aarde zult bewerken, zal zij jou haar volle opbrengst niet meer geven. Jij zult rondzwerven en ronddwalen op aarde.”
13
Daarop zei Kaïn tegen de HEERE: “Mijn straf is groter dan ik kan dragen.
14
Zie, op de ze dag verjaagt U mij van de ze grond en ik zal voor uw aangezicht verborgen zijn en ik zal rondzwerven en ronddwalen op aarde en het zal erop uit lopen dat ieder die mij vindt, mij zal doden.”
15
De HEERE zei tegen hem: “Daarom zal ieder die Kaïn doodslaat, zevenvoudig gewroken worden!” En de HEERE gaf Kaïn een teken, opdat ieder die hem vond, hem niet zou dood slaan.
16
En Kaïn ging weg van het aangezicht van de HEERE en ging wonen in het land Nod, ten oosten van Eden.
17
Kaïn had gemeenschap met zijn vrouw en zij werd zwanger en baarde Henoch. Hij bouwde een stad en hij noemde de stad naar zijn zoon Henoch.
18
Aan Henoch werd Irad geboren en Irad verwekte Mechujaël en Mechujaël verwekte Methusaël en Methusaël verwekte Lamech.
19
Lamech nam zich twee vrouwen. De naam van de ene was Ada en de naam van de andere was Zilla.
20
Ada baarde Jabal. Hij is de vader geworden van hen die in tent en wonen en veekudden hebben.
21
Zijn broer heette Jubal. Hij is de vader geworden van allen die op de lier en fluit spelen.
22
Zilla baarde ook Tubal-Kaïn, de meester smid van allen die koper en ijzer bewerken. De zus van Tubal-Kaïn was Naëma.
23
Lamech zei tegen zijn vrouwen Ada en Zilla: “Luister naar mijn stem, vrouwen van Lamech! Hoor wat ik zeg, want ik sloeg een man dood om mijn wond en een jongen om mijn striem!
24
Want Kaïn zal zevenvoudig gewroken worden, maar Lamech zevenenzeventig keer.”
25
Adam had weer gemeenschap met zijn vrouw en zij baarde een zoon. Zij noemde hem Seth, want, zei zij: “GOD heeft mij een andere nakomeling gegeven in plaats van Abel, want Kaïn heeft hem gedood.”
26
Ook aan Seth werd een zoon geboren en hij noemde hem Enos. Toen begon men de Naam van de HEERE aan te roepen. Dit is de boekrol van de geboortegeschiedenissen van Adam.
← Chapter 3
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 5 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50