bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
/
Judges 17
Judges 17
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
← Chapter 16
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 18 →
1
Er was een man uit het bergland van Efraïm die Micha heette.
2
Hij zei tegen zijn moeder: “De elfhonderd zilver stukken die bij u weggenomen zijn en waarover u een vervloeking hebt geuit, die u bovendien ten aanhoren van mij hebt uitgesproken, zie, die zilver stukken zijn bij mij, ik heb ze weggenomen.” Zijn moeder zei: “Mag mijn zoon door de HEERE gezegend worden!”
3
Hij gaf de elfhonderd zilver stukken terug aan zijn moeder en zijn moeder zei: “Het zilver geld heb ik uit mijn hand volledig aan de HEERE geheiligd voor mijn zoon om er een gesneden en een gegoten beeld van te maken. Nu dan, ik geef het aan je terug.”
4
Hij echter gaf het zilver weer aan zijn moeder terug. Toen nam zijn moeder tweehonderd zilver stukken en gaf die aan de goudsmid. Hij maakte er een gesneden en een gegoten afgods beeld van en dat kwam in het huis van Micha te staan.
5
De man Micha had een godshuis en hij maakte een priester tuniek en afgodsbeeldjes en hij wijdde één van zijn zonen en die werd priester voor hem.
6
In die dagen was er geen koning in Israël. Ieder deed wat recht was in zijn eigen ogen.
7
Nu was er een jongeman uit Bethlehem in Juda, uit de familie van Juda. Deze was een Leviet die daar als vreemdeling verbleef.
8
Deze man was uit die stad, uit Bethlehem in Juda, weggetrokken om als vreemdeling daar te verblijven waar hij onderdak zou vinden. Op zijn weg kwam hij in het bergland van Efraïm aan bij het huis van Micha.
9
Micha zei tegen hem: “Waar kom je vandaan?” En hij zei tegen hem: “Ik ben een Leviet, uit Bethlehem in Juda. Ik trek rond om daar te verblijven waar ik onderdak vind.”
10
Toen zei Micha tegen hem: “Blijf bij mij en wees voor mij tot vader en tot priester en ik zal je jaarlijks tien zilver stukken geven en een stel kleren en wat nodig is voor je levensonderhoud.” De Leviet ging met hem mee.
11
De Leviet stemde erin toe om bij de man te blijven en de jongeman was voor hem als één van zijn zonen.
12
Micha wijdde de Leviet en de jongeman werd priester voor hem en hij verbleef in het huis van Micha.
13
En Micha zei bij zichzelf: “Nu weet ik dat de HEERE mij goed zal doen, omdat de ze Leviet priester voor mij geworden is.”
← Chapter 16
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 18 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21