bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
/
Proverbs 2
Proverbs 2
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
← Chapter 1
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 3 →
1
Mijn zoon, als je mijn woorden aanneemt en mijn geboden bij je bewaart,
2
zodat je oor aan de wijsheid aandacht schenkt, en je hart zich tot het inzicht neigt,
3
ja, als je roept om verstand, je stem gebruikt om inzicht te verkrijgen,
4
als je ernaar zoekt als naar zilver, ernaar speurt als naar verborgen schatten,
5
dan zul je de vrees voor de HEERE gaan begrijpen, en kennis van GOD vinden.
6
Want de HEERE geeft wijsheid, uit zijn mond komt kennis en inzicht.
7
Voor de oprechten houdt Hij een passende uitkomst gereed, voor wie onberispelijk wandelen een schild,
8
opdat zij de paden van het recht aanhouden, Hij beschermt de weg van wie Hem trouw toegewijd zijn.
9
Dan zul je gerechtigheid en recht kunnen onderscheiden, ook oprechtheid, elk goed spoor.
10
Want wijsheid zal in je hart komen, en kennis zal aangenaam zijn voor je ziel.
11
Bedachtzaamheid zal over je waken, inzicht zal je beschermen,
12
… om je te doen ontkomen aan de weg van bedrog, aan de man die bij zijn spreken de dingen verdraait.
13
van hen die de rechte paden verlaten hebben om over duistere wegen voort te gaan,
14
die zich verblijden in kwaad doen, en juichen over de draaierijen van het kwaad,
15
van wie de paden krom zijn, en die lopen te kronkelen in hun eigen sporen.
16
… om je te doen ontkomen aan de vreemde vrouw, aan de onbekende vrouw die je met haar woorden vleit,
17
die de vriend van haar jeugd verlaat, en het verbond van haar GOD vergeet.
18
Want haar huis daalt af naar de dood, haar sporen naar de schimmen van de doden.
19
Allen die bij haar binnengaan, zullen nooit meer terugkeren, zij zullen de paden ten leven niet bereiken.
20
… opdat je de weg van de goeden inslaat, en vasthoudt aan de paden van rechtvaardigen,
21
want de oprechten zullen het land bewonen, wie volkomen toegewijd zijn, zullen daarin overblijven.
22
De boosdoeners zullen uit het land worden uitgeroeid, de trouwelozen worden eruit weggerukt.
← Chapter 1
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 3 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31