bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
/
Proverbs 9
Proverbs 9
Dutch 2024 (EBV24 een Eigentijdse Bijbelvertaling)
← Chapter 8
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 10 →
1
De wijsheid heeft haar huis gebouwd, zij heeft haar zeven zuilen uitgehouwen.
2
Zij heeft haar slachtvee geslacht, haar wijn gemengd. Ook heeft zij haar tafel gedekt.
3
Zij heeft haar jonge dienaressen uitgezonden. Op de kale toppen van de hoogten van de stad roept zij:
4
“Laat de simpele ziel zich hierheen wenden!” Tegen wie onstandvastig van hart is, zegt zij:
5
“Kom, eet van mijn brood, drink van de wijn die ik gemengd heb.
6
Laat die onnozelheid achter je, en leef, en volg de weg van het inzicht.”
7
“Wie een spotter vermaant, laadt schande op zich, wie een boosdoener bestraft, draagt zijn schandvlek.
8
Bestraf een spotter niet, opdat hij je niet gaat haten, bestraf de wijze en hij zal je liefhebben.
9
Geef de wijze, dan zal hij nog wijzer worden, breng de rechtvaardige kennis bij, dan zal hij steeds meer begrijpen.”
10
De vrees voor de HEERE is het begin van wijsheid, kennis van de Hoogheilige is het begin van inzicht.
11
Want door mij zul je langer leven, je zult er levensjaren bij krijgen.
12
Als je wijs bent, zul je wijs zijn ten voordele van jezelf, en als je spot, moet je dat alleen dragen.
13
Vrouwe dwaasheid is luidruchtig, onnozel is zij en zij heeft nergens weet van.
14
Zij zit bij de deur van haar huis, op een stoel, op de hoogten van de stad
15
om wie over de weg voorbijgaan te roepen, die rechttoe rechtaan hun paden gaan, en zij zegt:
16
“Laat de simpele ziel zich hierheen wenden!” Tegen wie onstandvastig van hart is, zegt zij:
17
“Gestolen wateren zijn zoet, verborgen brood is aantrekkelijk.”
18
Hij weet niet dat daar schimmen huizen, dat haar genodigden in de diepten van het dodenrijk zijn.
← Chapter 8
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 10 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31