bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
/
Ezekiel 14
Ezekiel 14
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
← Chapter 13
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 15 →
1
Daarna kwamen enkele oudsten van Israël naar mij toe en gingen vóór mij zitten.
2
Toen kwam het woord van de Heer*** tot mij:
3
"Mensenzoon, deze mannen hebben in hun hart hun walgelijke afgoden opgesteld, ze hebben hun hoop gevestigd op dat struikelblok dat hen tot zonde bracht. Zou Ik Mij dan nog door hen laten raadplegen?
4
Zeg daarom tegen hen: Dit zegt de Heer Heer***: Elke man van het huis van Israël die zijn walgelijke afgoden in zijn hart heeft opgesteld en zijn hoop gevestigd houdt op dat struikelblok dat hem tot zonde bracht, en die vervolgens naar de profeet gaat, zal Ik, de Heer***, antwoord geven naar wat hij met zijn menigte walgelijke afgoden verdient.
5
Zo zal Ik Israël in het hart raken, omdat ze allemaal door hun walgelijke afgoden van Mij zijn vervreemd.
6
Zeg daarom tegen het huis van Israël: Dit zegt de Heer Heer***: Bekeer je, verlaat je walgelijke afgoden, keer al je gruwelijkheden de rug toe.
7
Ieder van het huis van Israël en iedere vreemdeling die in Israël woont, die Mij verlaat, in zijn hart zijn walgelijke afgoden opstelt en zijn hoop vestigt op dat struikelblok dat hem tot zonde bracht, en dan naar de profeet komt om Mij door hem te raadplegen – Ik ben de Heer*** en Ik zal hem van antwoord dienen!
8
Ik zal Mij tegen hem keren en hem tot een afschrikwekkend voorbeeld stellen en tot een spreekwoord maken. Ik zal hem uit mijn volk wegvagen en jullie zullen weten dat Ik de Heer*** ben.
9
Wanneer een profeet zich heeft laten verleiden hem iets te antwoorden, dan heb Ik, de Heer***, die profeet daartoe laten verleiden. Ik zal mijn hand tegen hem opheffen en hem wegvagen uit mijn volk Israël.
10
Ze zullen beiden hun straf dragen: de schuld van de profeet is even groot als de schuld van degene die hem raadpleegde.
11
Daardoor zal het huis van Israël niet meer van Mij afdwalen en zichzelf niet meer onrein maken met al hun wandaden. Dan zullen ze mijn volk zijn en Ik zal hun God zijn, zegt de Heer Heer***."
12
En het woord van de Heer*** kwam tot mij:
13
"Mensenzoon, als een land tegen Mij heeft gezondigd door [Mij] ontrouw te worden, en Ik mijn hand tegen dat land ophef en er het brood schaars maak, en Ik die staf breek waarop de mens steunt, en Ik hongersnood laat komen waarmee Ik mens en dier dood
14
– zelfs als Noach, Daniël en Job onder hen woonden, zouden deze drie mannen met hun rechtvaardigheid alleen hun eigen leven redden, zegt de Heer Heer***.
15
Als Ik wilde dieren op het land af stuur, die het land van bewoners beroven, zodat het land een woestenij wordt waar niemand nog komt vanwege de wilde dieren
16
– zelfs als die drie mannen er zouden wonen, zo waar Ik leef, zegt de Heer Heer***, zij zouden zelfs geen zoon of dochter kunnen redden. Alleen zijzelf zouden worden gered, maar het hele land zou een woestenij worden.
17
Of als Ik het zwaard in het land laat komen, en Ik zeg: 'Zwaard, trek het land door, Ik ga er mens en dier uitroeien'
18
– zelfs als die drie mannen er zouden wonen, zo waar Ik leef, zegt de Heer Heer***, zij zouden zelfs geen zoon of dochter kunnen redden, maar alleen zijzelf zouden worden gered.
19
Of als Ik de pest in het land zend en mijn woede erover uitstort door bloedvergieten om daarmee mens en dier uit te roeien
20
– zelfs als Noach, Daniël, en Job er zouden wonen, zo waar Ik leef, zegt de Heer Heer***, zij zouden zelfs geen zoon of dochter kunnen redden, ze zouden alleen hun eigen leven redden door hun rechtvaardigheid.
21
Want dit zegt de Heer Heer***: hoeveel erger zal het dan wel niet zijn, wanneer Ik Jeruzalem tref met mijn vier zwaarste straffen – het zwaard, de honger, de wilde dieren en de pest – om er mens en dier uit te roeien!
22
Maar zie, enkele zonen en dochters zullen ontkomen en worden de stad uit gebracht. Zie, zij zullen naar jullie toe komen. Wanneer jullie dan zien hoe ze leven en wat ze allemaal doen, zal dat jullie troosten over het kwaad dat Ik Jeruzalem heb aangedaan, ja, over alles wat Ik het aangedaan heb.
23
Zo zullen zij jullie tot troost zijn, wanneer jullie zien hoe ze leven en wat ze allemaal doen. En jullie zullen begrijpen dat Ik alles wat Ik Jeruzalem heb aangedaan, niet zonder reden heb gedaan, zegt de Heer Heer***."
← Chapter 13
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 15 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48