bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
/
Ezekiel 35
Ezekiel 35
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
← Chapter 34
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 36 →
1
Ook kwam dit woord van de Heer*** tot mij:
2
"Mensenzoon, ga met je gezicht in de richting van het Seïrgebergte staan en profeteer ertegen:
3
Dit zegt de Heer Heer***: Zie, Ik zál je, Seïrgebergte! Ik zal mijn hand tegen je opheffen en van jou een verlaten woestenij maken.
4
Ik zal van je steden puinhopen maken en van je land een woestenij. Dan zul je weten dat Ik de Heer*** ben.
5
Omdat je eeuwige vijandschap koesterde en je de Israëlieten hebt overgeleverd aan het geweld van het zwaard in de tijd van hun rampspoed toen de eindafrekening kwam,
6
zo waar Ik leef, zegt de Heer Heer***, daarom zal Ik jou nu aan bloedvergieten overgeven en zul je door bloedvergieten worden achtervolgd. Omdat je niet geschuwd hebt bloed te vergieten, zal het bloedvergieten je achtervolgen.
7
Ik zal het Seïrgebergte volkomen verwoesten en er zal geen mens meer komen of gaan.
8
Ik zal je bergen bedekken met lijken. Je heuvels, je dalen en je beken zullen vol liggen met de lijken van wie door het zwaard zijn geveld.
9
Ik zal je voor eeuwig verwoest laten liggen, je steden zullen nooit meer worden bewoond. Dan zul je weten dat Ik de Heer*** ben.
10
Omdat je hebt gezegd: 'Die twee volken en die twee landen zullen van mij zijn! We zullen ze in bezit nemen, hoewel de Heer*** daar verbleef,'
11
zo waar Ik leef, zegt de Heer Heer***, daarom zal Ik met je doen overeenkomstig je eigen woede en afgunst waarmee je in je haat tegen hen tekeer bent gegaan. Wanneer Ik het vonnis aan je heb voltrokken, zullen zij weten wie Ik ben.
12
En jij zult weten dat Ik, de Heer***, al je smalende woorden gehoord heb die je tegen de bergen van Israël hebt gesproken, toen je zei: 'Kijk eens, ze zijn verwoest! We kunnen ze verslinden!'
13
Ik heb wel gehoord wat een grote mond je tegen Mij had en dat je steeds brutaler werd tegen Mij!
14
Dit zegt de Heer Heer***: Tot vreugde van het hele land zal Ik je verwoesten.
15
Omdat jij je verheugde over de verwoesting van het erfbezit van het huis van Israël, zal Ik jou hetzelfde aandoen: het Seïrgebergte en heel Edom zullen volledig verwoest worden. Dan zal men weten dat Ik de Heer*** ben."
← Chapter 34
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 36 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48