bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
/
Psalms 18
Psalms 18
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
← Chapter 17
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 67
Chapter 68
Chapter 69
Chapter 70
Chapter 71
Chapter 72
Chapter 73
Chapter 74
Chapter 75
Chapter 76
Chapter 77
Chapter 78
Chapter 79
Chapter 80
Chapter 81
Chapter 82
Chapter 83
Chapter 84
Chapter 85
Chapter 86
Chapter 87
Chapter 88
Chapter 89
Chapter 90
Chapter 91
Chapter 92
Chapter 93
Chapter 94
Chapter 95
Chapter 96
Chapter 97
Chapter 98
Chapter 99
Chapter 100
Chapter 101
Chapter 102
Chapter 103
Chapter 104
Chapter 105
Chapter 106
Chapter 107
Chapter 108
Chapter 109
Chapter 110
Chapter 111
Chapter 112
Chapter 113
Chapter 114
Chapter 115
Chapter 116
Chapter 117
Chapter 118
Chapter 119
Chapter 120
Chapter 121
Chapter 122
Chapter 123
Chapter 124
Chapter 125
Chapter 126
Chapter 127
Chapter 128
Chapter 129
Chapter 130
Chapter 131
Chapter 132
Chapter 133
Chapter 134
Chapter 135
Chapter 136
Chapter 137
Chapter 138
Chapter 139
Chapter 140
Chapter 141
Chapter 142
Chapter 143
Chapter 144
Chapter 145
Chapter 146
Chapter 147
Chapter 148
Chapter 149
Chapter 150
Chapter 19 →
1
Voor de koorleider. Van David, de dienaar van de Heer***. Hij maakte dit lied voor de Heer*** toen de Heer*** hem had gered uit de macht van zijn vijanden en uit de handen van Saul.
2
Hij zei: Ik heb U lief met mijn hele hart, Heer***, U bent mijn kracht.
3
De Heer*** is mijn rots, mijn burcht, mijn Bevrijder, mijn God, mijn rots waar ik kan schuilen, mijn schild, kracht die mij redt, mijn vesting.
4
Ik riep de Heer*** aan, die het waard is dat wij Hem prijzen, en ik werd van mijn vijanden gered.
5
Banden van de dood hadden mij omsloten, kolkende stromen joegen mij angst aan.
6
Het dodenrijk had zijn touwen om mij heen geworpen, de dood hield mij gevangen in zijn dodelijke strik.
7
In mijn nood riep ik de Heer*** aan, ik schreeuwde het uit tot mijn God. Hij hoorde mijn stem vanuit zijn paleis, mijn hulpgeroep bereikte zijn oren.
8
Toen dreunde en beefde de aarde, de bergen schudden op hun grondvesten, omdat Hij in toorn ontstoken was.
9
Rook steeg op uit zijn neus, vernietigend vuur schoot uit zijn mond en zette kolen in brand.
10
Hij schoof de hemel open en daalde af, duisternis was onder zijn voeten.
11
Hij besteeg een cherub en vloog, ja, Hij vloog snel op de vleugels van de wind.
12
Hij verborg zich in diepe duisternis, in een tent van zware regen en wolken.
13
Het licht dat van Hem afstraalde joeg wolken, hagel en gloeiende kolen voor Hem uit.
14
Vanuit de hemel liet de Heer*** de donder klinken, de Allerhoogste sprak – hagel en gloeiende kolen kwamen neer.
15
Hij schoot zijn pijlen af, sloeg [mijn vijanden] uiteen, joeg hen angst aan met talloze bliksemschichten.
16
De afgronden van de zee werden zichtbaar, de fundamenten van de aarde werden blootgelegd door uw dreigende stem, Heer***, door de briesende adem van uw neus.
17
Hij reikte uit de hoogte, greep mij vast, trok mij op uit het kolkende water.
18
Hij redde mij van mijn machtige vijand, van mijn tegenstanders, die sterker waren dan ik.
19
Ze vielen mij aan op de dag dat het onheil toesloeg, maar de Heer*** was mij tot steun.
20
Hij bevrijdde mij en gaf mij weer ruimte. Hij redde mij, omdat Hij mij liefheeft.
21
De Heer*** beloonde mijn onschuld, gaf mij wat mij toekwam voor mijn zuivere handen.
22
Want altijd ben ik op de weg van de Heer*** gebleven, nooit heb ik mij in goddeloosheid van mijn God afgekeerd.
23
Altijd hield ik al zijn wetten voor ogen, nooit week ik van zijn voorschriften af.
24
Ik leefde in oprechtheid bij Hem, ik wachtte mij ervoor kwaad te doen.
25
Ja, de Heer*** beloonde mij voor mijn onschuld, voor de zuivere handen die Hij bij mij zag.
26
Voor wie barmhartig is, bent U barmhartig, aan wie trouw is, toont U uw trouw.
27
Voor wie zuiver is, bent U zuiver, maar wie kwaad doen, doet U kwaad.
28
U redt de armen en verdrukten, maar trotse ogen vernedert U.
29
U houdt mijn lamp brandend, mijn Heer*** God brengt licht in mijn duisternis.
30
Met U ren ik op een legerbende af, met mijn God spring ik over een muur.
31
Gods weg is volmaakt, de woorden van de Heer*** zijn volkomen zuiver. Hij is een schild voor ieder die bij Hem bescherming zoekt.
32
Want is er een andere god dan de Heer***? Is er een rots buiten onze God?
33
Het is God die mij kracht geeft, Hij heeft voor mij de weg gebaand.
34
Hij maakt mijn voeten als die van een hinde en plaatst mij hoog op de rots.
35
Hij oefent mijn handen voor de strijd, leert mijn armen een koperen boog te spannen.
36
U was het schild dat mij redde, uw rechterhand was mij tot steun, uw vriendelijkheid maakte mij groot.
37
U hebt voor mijn voeten de weg gebaand, mijn enkels wankelen niet.
38
Ik achtervolgde mijn vijanden, haalde hen in en keerde niet terug voor ik hen vernietigd had.
39
Ik verpletterde hen – ze stonden niet meer op: dood vielen ze neer aan mijn voeten.
40
Want U omgordde mij met kracht in de strijd, mijn aanvallers dwong U voor mij te buigen.
41
U joeg mijn vijanden voor mij op de vlucht, al mijn tegenstanders kon ik doden.
42
Ze riepen om hulp, maar er kwam geen redder. Ze riepen tot de Heer***, maar Hij antwoordde niet.
43
Toen verpulverde ik hen als stof in de wind, veegde hen weg als slijk in de straten.
44
U hebt mij bevrijd van de opstandigheid van het volk. U stelde mij aan tot hoofd van de volken. Een mij onbekend volk onderwierp zich aan mij.
45
Zodra ze van mij hoorden, gehoorzaamden ze mij, vreemden onderwierpen zich uit vrees onderdanig,
46
vreemdelingen beefden van angst en kwamen sidderend uit hun burchten.
47
De Heer*** leeft! Geprezen is mijn rots! Alle eer is voor de God die mij redt!
48
Hij is de God die mij volkomen vergelding geeft, de volken aan mij onderwerpt
49
en mij van mijn vijanden verlost. Ja, U geeft mij de overwinning op mijn belagers, U redt mij van wie mij kwaad willen doen.
50
Daarom wil ik U prijzen, Heer***, onder de volken, uw naam in mijn liederen bezingen.
51
Hij redt zijn koning op machtige wijze, Hij betoont zijn liefde aan zijn gezalfde, aan David en zijn nageslacht, in eeuwigheid.
← Chapter 17
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 67
Chapter 68
Chapter 69
Chapter 70
Chapter 71
Chapter 72
Chapter 73
Chapter 74
Chapter 75
Chapter 76
Chapter 77
Chapter 78
Chapter 79
Chapter 80
Chapter 81
Chapter 82
Chapter 83
Chapter 84
Chapter 85
Chapter 86
Chapter 87
Chapter 88
Chapter 89
Chapter 90
Chapter 91
Chapter 92
Chapter 93
Chapter 94
Chapter 95
Chapter 96
Chapter 97
Chapter 98
Chapter 99
Chapter 100
Chapter 101
Chapter 102
Chapter 103
Chapter 104
Chapter 105
Chapter 106
Chapter 107
Chapter 108
Chapter 109
Chapter 110
Chapter 111
Chapter 112
Chapter 113
Chapter 114
Chapter 115
Chapter 116
Chapter 117
Chapter 118
Chapter 119
Chapter 120
Chapter 121
Chapter 122
Chapter 123
Chapter 124
Chapter 125
Chapter 126
Chapter 127
Chapter 128
Chapter 129
Chapter 130
Chapter 131
Chapter 132
Chapter 133
Chapter 134
Chapter 135
Chapter 136
Chapter 137
Chapter 138
Chapter 139
Chapter 140
Chapter 141
Chapter 142
Chapter 143
Chapter 144
Chapter 145
Chapter 146
Chapter 147
Chapter 148
Chapter 149
Chapter 150
Chapter 19 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58
59
60
61
62
63
64
65
66
67
68
69
70
71
72
73
74
75
76
77
78
79
80
81
82
83
84
85
86
87
88
89
90
91
92
93
94
95
96
97
98
99
100
101
102
103
104
105
106
107
108
109
110
111
112
113
114
115
116
117
118
119
120
121
122
123
124
125
126
127
128
129
130
131
132
133
134
135
136
137
138
139
140
141
142
143
144
145
146
147
148
149
150