bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
/
Psalms 68
Psalms 68
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
← Chapter 67
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 67
Chapter 68
Chapter 69
Chapter 70
Chapter 71
Chapter 72
Chapter 73
Chapter 74
Chapter 75
Chapter 76
Chapter 77
Chapter 78
Chapter 79
Chapter 80
Chapter 81
Chapter 82
Chapter 83
Chapter 84
Chapter 85
Chapter 86
Chapter 87
Chapter 88
Chapter 89
Chapter 90
Chapter 91
Chapter 92
Chapter 93
Chapter 94
Chapter 95
Chapter 96
Chapter 97
Chapter 98
Chapter 99
Chapter 100
Chapter 101
Chapter 102
Chapter 103
Chapter 104
Chapter 105
Chapter 106
Chapter 107
Chapter 108
Chapter 109
Chapter 110
Chapter 111
Chapter 112
Chapter 113
Chapter 114
Chapter 115
Chapter 116
Chapter 117
Chapter 118
Chapter 119
Chapter 120
Chapter 121
Chapter 122
Chapter 123
Chapter 124
Chapter 125
Chapter 126
Chapter 127
Chapter 128
Chapter 129
Chapter 130
Chapter 131
Chapter 132
Chapter 133
Chapter 134
Chapter 135
Chapter 136
Chapter 137
Chapter 138
Chapter 139
Chapter 140
Chapter 141
Chapter 142
Chapter 143
Chapter 144
Chapter 145
Chapter 146
Chapter 147
Chapter 148
Chapter 149
Chapter 150
Chapter 69 →
1
Een psalm, een lied van David. Voor de koorleider.
2
Wanneer God opstaat, slaan zijn vijanden op de vlucht, wie Hem haten, vluchten weg voor Hem.
3
U verdrijft hen zoals de wind rook verdrijft. Zoals was smelt bij het vuur, zo vergaan de goddelozen in Gods tegenwoordigheid.
4
Maar de rechtvaardigen verheugen zich, ze jubelen van vreugde in Gods tegenwoordigheid, van blijdschap zullen ze juichen.
5
Zing voor God, bezing zijn naam, baan de weg voor Hem die over de vlakten rijdt, want zijn naam is Heer***. Jubel voor Hem van vreugde.
6
Hij is een Vader voor de wezen, een Beschermer van de weduwen, God in zijn heilige woning.
7
God plaatst eenzamen in een gezin, Hij bevrijdt wie in boeien gevangen zitten, maar wie opstandig zijn, moeten wonen in een dor land.
8
God, toen U vóór uw volk uittrok, voor hen uit ging door de woestijn,
9
beefde de aarde, stortte de regen uit de hemel neer, voor de tegenwoordigheid van God, de God van de Sinaï, bij het verschijnen van God, de God van Israël.
10
U liet een milde regen neerdalen, God, U schonk uw uitgeputte land nieuwe kracht.
11
Uw kudde woonde daarin, God, in uw liefde voorzag U in de noden van de zwakken.
12
De Heer*** liet het goede nieuws bekendmaken door een grote menigte vrouwen:
13
"De koningen zijn gevlucht, ze zijn gevlucht met hun legers! De vrouwen verdelen thuis de buit!
14
Ook al zitten jullie nog thuis tussen de schaapskooien, duivenvleugels zullen jullie deel zijn, overdekt met zilver, overdekt met glanzend goud."
15
De Almachtige joeg de koningen uiteen als sneeuw die wegstuift op de berg Zalmon.
16
De bergen van Basan vormen een machtig gebergte, de Basan is een veeltoppig gebergte.
17
Jij met je vele toppen, waarom kijk jij afgunstig naar de berg die God als zijn woning uitkoos en waar de Heer*** voor eeuwig zal wonen?
18
De strijdwagens van God zijn tweemaal tienduizend, ja, duizenden duizendtallen. De Heer*** bevond Zich onder hen en ging van de Sinaï zijn heiligdom binnen.
19
Toen U opsteeg naar de hemel, voerde U krijgsgevangenen mee. U ontving geschenken [om uit te delen] onder de mensen, ja, ook onder hen die opstandig zijn, om onder hen te wonen, Heer*** God.
20
Geprezen is de Heer***! Dag aan dag draagt Hij ons, Hij is de God die ons redt.
21
Alleen die God is de God die ons volkomen redt, alleen de Heer Heer*** redt ons van de dood.
22
God zal immers de hoofden van zijn vijanden verpletteren, de harige hoofden van wie volharden in hun schuld.
23
De Heer*** heeft gezegd: "Ik haal jullie vijanden op uit Basan, Ik haal hen op uit de diepten van de zee,
24
opdat jullie voeten door hun bloed kunnen waden en jullie honden het oplikken met hun tong."
25
God, de mensen zien uw intocht, de intocht van mijn God, mijn Koning, in zijn heiligdom.
26
De zangers gaan voorop, achteraan de muzikanten, in het midden meisjes met tamboerijnen.
27
Prijs God wanneer jullie samenkomen, prijs de Heer***, jullie die uit Israëls bron voortgekomen zijn.
28
Voorop gaat Benjamin, de jongste, daar gaan de leiders van Juda, een grote menigte, en de leiders van Zebulon, de leiders van Naftali.
29
Jullie God gebood dat jullie machtig zouden zijn. Toon ons uw macht, God, zoals U vroeger deed!
30
Vanwege uw tempel in Jeruzalem zullen koningen U geschenken brengen.
31
Spreek de wilde dieren in het riet dreigend toe, die kudde stieren, de stierkalveren van de volken. Vertrap degenen die uit zijn op zilver, sla de volken uiteen die belust zijn op strijd.
32
Koninklijke gezantschappen zullen uit Egypte komen, Kush strekt haastig de handen naar God uit.
33
Koninkrijken van de aarde, zing voor God, zing liederen voor de Heer***.
34
Zing voor Hem die langs de hoogste, eeuwige hemel rijdt. Hoor: Hij laat zijn machtige stem weerklinken!
35
Erken Gods macht, zijn heerlijkheid is over Israël, zijn macht reikt tot in de wolken.
36
God, hoe ontzagwekkend bent U in uw heiligheid, de God van Israël, die kracht en macht geeft aan zijn volk. Geprezen is God!
← Chapter 67
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 49
Chapter 50
Chapter 51
Chapter 52
Chapter 53
Chapter 54
Chapter 55
Chapter 56
Chapter 57
Chapter 58
Chapter 59
Chapter 60
Chapter 61
Chapter 62
Chapter 63
Chapter 64
Chapter 65
Chapter 66
Chapter 67
Chapter 68
Chapter 69
Chapter 70
Chapter 71
Chapter 72
Chapter 73
Chapter 74
Chapter 75
Chapter 76
Chapter 77
Chapter 78
Chapter 79
Chapter 80
Chapter 81
Chapter 82
Chapter 83
Chapter 84
Chapter 85
Chapter 86
Chapter 87
Chapter 88
Chapter 89
Chapter 90
Chapter 91
Chapter 92
Chapter 93
Chapter 94
Chapter 95
Chapter 96
Chapter 97
Chapter 98
Chapter 99
Chapter 100
Chapter 101
Chapter 102
Chapter 103
Chapter 104
Chapter 105
Chapter 106
Chapter 107
Chapter 108
Chapter 109
Chapter 110
Chapter 111
Chapter 112
Chapter 113
Chapter 114
Chapter 115
Chapter 116
Chapter 117
Chapter 118
Chapter 119
Chapter 120
Chapter 121
Chapter 122
Chapter 123
Chapter 124
Chapter 125
Chapter 126
Chapter 127
Chapter 128
Chapter 129
Chapter 130
Chapter 131
Chapter 132
Chapter 133
Chapter 134
Chapter 135
Chapter 136
Chapter 137
Chapter 138
Chapter 139
Chapter 140
Chapter 141
Chapter 142
Chapter 143
Chapter 144
Chapter 145
Chapter 146
Chapter 147
Chapter 148
Chapter 149
Chapter 150
Chapter 69 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48
49
50
51
52
53
54
55
56
57
58
59
60
61
62
63
64
65
66
67
68
69
70
71
72
73
74
75
76
77
78
79
80
81
82
83
84
85
86
87
88
89
90
91
92
93
94
95
96
97
98
99
100
101
102
103
104
105
106
107
108
109
110
111
112
113
114
115
116
117
118
119
120
121
122
123
124
125
126
127
128
129
130
131
132
133
134
135
136
137
138
139
140
141
142
143
144
145
146
147
148
149
150