bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
/
Revelation 4
Revelation 4
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
← Chapter 3
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 5 →
1
Hierna zag ik opeens een deur openstaan in de hemel. En de stem die ik eerder had gehoord en die klonk als een bazuin toen hij tegen mij sprak, zei: "Kom naar boven, dan zal Ik je laten zien wat er hierna gebeuren moet."
2
Op hetzelfde moment raakte ik in geestvervoering en zie: er stond een troon in de hemel, en op de troon zat Iemand.
3
Degene die op de troon zat, had een uiterlijk als van jaspis of sardius. Rondom de troon was een regenboog, die eruitzag als smaragd.
4
En om de troon heen stonden vierentwintig tronen, en op deze tronen zag ik vierentwintig oudsten zitten, gekleed in witte kleren en met een gouden kroon op hun hoofd.
5
Uit de troon kwamen bliksemschichten en donderslagen en stemmen. Zeven vurige fakkels brandden vóór de troon – dat zijn de zeven Geesten van God.
6
En vóór de troon was iets dat eruitzag als een zee van glas, zo helder als kristal. Midden voor de troon en om de troon heen waren vier wezens die van voren en van achteren vol ogen waren.
7
Het eerste wezen zag eruit als een leeuw, het tweede wezen als een stierkalf, het derde wezen had een gezicht als een mens en het vierde wezen zag eruit als een vliegende arend.
8
De vier wezens hadden ieder zes vleugels en waren rondom en van binnen vol ogen. Dag en nacht riepen ze zonder ophouden: "Heilig! Heilig! Heilig is de Heer God, de Almachtige, die was en die is en die komt!"
9
Telkens wanneer de wezens eer, lof en dank brachten aan Hem die op de troon zit en die tot in alle eeuwigheid leeft,
10
wierpen de vierentwintig oudsten zich in aanbidding neer voor Hem die op de troon zit en die tot in alle eeuwigheid leeft, wierpen hun kronen voor de troon neer en zeiden:
11
"Aan U, Heer, komt alle heerlijkheid en eer en macht toe, want U hebt alles geschapen en door uw wil bestaat alles en is alles geschapen."
← Chapter 3
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 5 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22