bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
/
Revelation 7
Revelation 7
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
← Chapter 6
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 8 →
1
Daarna zag ik vier engelen staan bij de vier hoeken van de aarde. Ze hielden de vier winden van de aarde in bedwang, zodat er geen wind zou waaien over het land, over de zee of door enige boom.
2
En waar de zon opkomt zag ik een andere engel opstijgen, met het zegel van de levende God. Hij riep luid tegen de vier engelen die de opdracht hadden gekregen om schade toe te brengen aan het land en de zee:
3
"Breng geen schade toe aan het land, de zee en de bomen, voordat wij het zegel hebben aangebracht op het voorhoofd van de dienaren van onze God."
4
Ik hoorde het aantal dat verzegeld werd: 144.000 waren er verzegeld uit alle stammen van de Israëlieten.
5
Uit de stam Juda waren er 12.000 verzegeld, uit de stam Ruben waren er 12.000 verzegeld, uit de stam Gad waren er 12.000 verzegeld,
6
uit de stam Aser waren er 12.000 verzegeld, uit de stam Naftali waren er 12.000 verzegeld, uit de stam Manasse waren er 12.000 verzegeld,
7
uit de stam Simeon waren er 12.000 verzegeld, uit de stam Levi waren er 12.000 verzegeld, uit de stam Issaschar waren er 12.000 verzegeld,
8
uit de stam Zebulon waren er 12.000 verzegeld, uit de stam Jozef waren er 12.000 verzegeld en uit de stam Benjamin waren er 12.000 verzegeld.
9
Hierna, terwijl ik bleef kijken, zag ik plotseling een enorme menigte die niemand tellen kon, uit alle landen en stammen en volken en talen, die voor de troon en voor het Lam stond, gekleed in lange witte gewaden en met palmtakken in hun handen.
10
En ze riepen luid: "Redding komt van onze God, die op de troon zit, en van het Lam!"
11
En alle engelen omringden de troon, de oudsten en de vier wezens, en wierpen zich in aanbidding voor de troon neer
12
en zeiden: "Amen! Alle lofprijs en heerlijkheid, wijsheid en dank, eer, macht en kracht komen toe aan onze God, in alle eeuwigheid! Amen!"
13
Een van de oudsten vroeg mij: "Wie zijn dat in die lange witte gewaden en waar komen ze vandaan?"
14
Ik zei: "Mijn heer, u weet het." Hij antwoordde mij: "Zij zijn degenen die de grote verdrukking hebben meegemaakt. Ze hebben hun gewaad gewassen en wit gemaakt in het bloed van het Lam.
15
Daarom staan ze voor Gods troon en dienen Hem dag en nacht in zijn tempel. En Hij die op de troon zit, zal bij hen wonen.
16
Ze zullen nooit meer honger hebben en nooit meer dorst hebben. De zon zal hen niet meer steken en ze zullen niet door enige hitte bevangen worden.
17
Want het Lam in het midden van de troon zal hen weiden. Hij zal hun Herder zijn en hen naar de waterbronnen van het leven leiden. En God zal alle tranen van hun ogen wegvegen."
← Chapter 6
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 8 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22