bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
/
Revelation 9
Revelation 9
Dutch 2023 (Venster Bijbel)
← Chapter 8
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 10 →
1
De vijfde engel blies op zijn bazuin, en ik zag een ster die uit de hemel op de aarde was gevallen. Aan de ster werd de sleutel gegeven van de put naar de bodemloze afgrond.
2
Hij opende de put naar de bodemloze afgrond en er kwam rook uit, als de rook van een grote oven. De zon en de lucht werden verduisterd door de rook uit de put.
3
Uit de rook kwamen sprinkhanen tevoorschijn op de aarde. Hun werd dezelfde macht gegeven als de schorpioenen van de aarde.
4
Er werd hun opgedragen geen schade toe te brengen aan het gewas van de aarde, aan geen enkele plant of boom, maar alleen aan de mensen die het zegel van God niet op hun voorhoofd hadden.
5
Ze kregen de opdracht hen niet te doden, maar hen gedurende vijf maanden te pijnigen. De pijn was gelijk aan de pijn die iemand heeft wanneer hij door een schorpioen gestoken is.
6
In die tijd zullen de mensen de dood zoeken, maar hem niet vinden; ze zullen wensen te sterven, maar de dood zal van hen wegvluchten.
7
De sprinkhanen zagen eruit als paarden die zijn toegerust voor de strijd. Op hun kop hadden ze iets wat leek op een krans van goud. Hun gezicht leek op dat van een mens.
8
Ze hadden haar dat leek op vrouwenhaar en hun tanden leken op leeuwentanden.
9
Hun borstschild leek op een ijzeren pantser. Het geluid van hun vleugels klonk als het dreunen van grote aantallen strijdwagens en paarden die ten strijde trekken.
10
Hun staart leek op die van een schorpioen, met een angel erin. Ze mochten de mensen vijf maanden lang kwaad doen.
11
Hun koning was de engel van de bodemloze afgrond. In het Hebreeuws heet hij Abaddon, in het Grieks Apollyon.
12
Het eerste 'Wee!' is voorbij, maar er komen er nog twee!
13
De zesde engel blies op zijn bazuin, en ik hoorde een stem uit de vier horens van het gouden altaar dat voor God staat.
14
De stem zei tegen de zesde engel met de bazuin: "Laat de vier engelen vrij die bij de grote rivier de Eufraat gevangengehouden worden."
15
En de vier engelen, die speciaal voor dat moment op die dag van die maand van dat jaar gereed waren gehouden, werden vrijgelaten om een derde deel van de mensen te doden.
16
Ze hadden een leger van tweemaal tienduizend maal tienduizend ruiters bij zich. Hun aantal werd mij genoemd.
17
In het visioen zag ik de paarden en hun ruiters: ze droegen vuurrode, hemelsblauwe en zwavelgele borstpantsers. De hoofden van de paarden zagen eruit als leeuwenkoppen. Uit hun mond kwamen vuur en rook en zwavel.
18
Door deze drie oordelen werd een derde deel van de mensen gedood, namelijk door het vuur, de rook en de zwavel die uit de mond van de paarden kwamen.
19
Hun macht was in hun mond en in hun staart, want hun staart leek op een slang: er zat kop aan waarmee ze kwaad konden aanrichten.
20
Maar de overgebleven mensen, degenen die niet door deze oordelen gedood werden, bekeerden zich niet van hun menselijke maaksels en stopten niet met het aanbidden van de demonen: gouden, zilveren, koperen, stenen en houten afgoden, die niet kunnen zien, of horen, of lopen.
21
Ze hebben zich ook niet bekeerd van hun moorden, toverijen, ontucht en uitbuiting.
← Chapter 8
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 10 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22