bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2007 (HTB)
/
Ezekiel 14
Ezekiel 14
Dutch 2007 (HTB)
← Chapter 13
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 15 →
1
Enkele leiders van Israël kwamen mij bezoeken en zij gingen zitten.
2
Toen kreeg ik een boodschap van de HERE, die ik aan hen moest doorgeven:
3
"Mensenzoon, in hun hart aanbidden deze mensen afgoden die hen voortdurend voor ogen staan; moet Ik toestaan dat zij Mij iets vragen?
4
Vertel hun dat de Oppermachtige HERE zegt: Ik, de HERE, zal een persoonlijk antwoord geven dat past bij deze grote zonde van de afgoderij.
5
Want Ik zal hen die zich van Mij naar de afgoden keren, in hun hart treffen.
6
Waarschuw hen daarom, dat de Oppermachtige HERE zegt: Bekeer u van de verering van afgoden. Zondig niet meer door hen in uw hart te aanbidden. Ik, de HERE, zal persoonlijk iedereen straffen (iedere Israëliet en buitenlander die bij u woont) die afgoden verkiest boven Mij en vervolgens naar een profeet gaat om mijn hulp en raad te vragen.
8
Ik zal Mij tegen hem keren en hem tot een afschrikwekkend voorbeeld maken door hem uit het midden van het volk weg te vagen. Dan zult u weten dat Ik de HERE ben.
9
En als één van de valse profeten hem tcch een boodschap geeft, zal dat een leugen zijn. Zijn profetie zal niet uitkomen en Ik zal Mij tegen die 'profeet' keren en hem wegvagen uit het midden van mijn volk Israël.
10
Valse profeten en huichelaars (goddeloze mensen die zeggen dat zij mijn woorden willen) zullen allemaal worden gestraft voor hun zonden,
11
zodat het volk Israël leert Mij niet af te wijzen en niet door zonde te worden verontreinigd, maar dat het mijn volk is en Ik hun God ben. Dat zegt de Oppermachtige HERE."
12
Daarna kreeg ik deze boodschap van de HERE:
13
"Mensenzoon, als de inwoners van dit land tegen Mij zondigen, zal Ik hen verbrijzelen met mijn vuist, hun voedselvoorraden laten verdwijnen en een hongersnood sturen, die mens en dier doodt.
14
Als Noach, Daniël en Job hier nu waren, zouden alleen zij worden gered door hun rechtvaardigheid en de rest van Israël zou Ik doden, zegt de Oppermachtige HERE.
15
Als Ik gevaarlijke wilde dieren in dit land zou loslaten om het tot een verlaten en gevaarlijke wildernis te maken
16
en deze drie mannen waren hier, zo zweert de Oppermachtige HERE, dan zou zelfs dat geen verschil maken; het zou de Israëlieten niet van hun ondergang redden. Alleen die drie zouden worden gespaard (zij zouden zelfs hun eigen kinderen niet kunnen redden) en het land zou beslist een woestenij worden.
17
Of als Ik oorlog naar dit land zou brengen en de legers van de vijand laat komen om alles te vernietigen,
18
zelfs al waren deze drie mannen in het land, dan zouden zij de enigen zijn die werden gered, verklaart de HERE.
19
En als Ik mijn grimmige toorn zou laten uitbarsten door een epidemie naar dit land te sturen, een epidemie die mens en dier doodt,
20
dan zouden alleen Noach, Daniël en Job worden gered als zij hier verbleven en wel om hun rechtvaardigheid, stelt de HERE.
21
Want de HERE zegt: Vier grote straffen, die alle leven zullen uitroeien, staan Jeruzalem te wachten: oorlog, hongersnood, verscheurende wilde dieren en epidemieën.
22
Er zullen echter overlevenden zijn en zij zullen u gezelschap komen houden in de ballingschap. Dan zult u met eigen ogen kunnen zien hoe goddeloos zij zijn. Dan zult u weten dat Ik alle recht had Jeruzalem te vernietigen.
23
U zult het met Mij eens zijn dat alles wat Ik Israël heb aangedaan, niet zonder reden was."
← Chapter 13
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 15 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48