bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2007 (HTB)
/
Ezekiel 47
Ezekiel 47
Dutch 2007 (HTB)
← Chapter 46
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 48 →
1
Toen bracht de man mij terug naar de ingang van de tempel. Ik zag water van onder de ingang van de tempel wegstromen in oostelijke richting. Het water liep rechts langs de zuidkant van het altaar naar beneden.
2
Hij bracht mij daarna via de noordelijke poort buiten de muur en leidde mij naar de oostelijke poort, waar ik het water zag voortstromen aan de zuidkant (van de oostelijke poort).
3
Al metend nam hij mij over een afstand van 450 meter mee langs de stroom en zei mij mee over te steken. Op die plaats kwam het water tot aan mijn enkels.
4
Hij telde nog eens 450 meter uit en daar reikte het water al tot mijn knieën.
5
Nog eens 450 meter verderop reikte het water tot mijn middel. Bij het volgende meetpunt na 450 meter was het water zo diep dat ik moest zwemmen om te kunnen oversteken. Lopen was niet mogelijk.
6
Hij zei mij te onthouden wat ik had gezien en nam mij mee terug langs de oever.
7
Toen ik aan de oever terugkwam, zag ik aan beide zijden van de stroom talloze bomen staan!
8
Hij vertelde mij toen: "Deze rivier stroomt in oostelijke richting door de woestijn en door het Jordaandal naar de Dode Zee, waar het het zoute water zal genezen en weer fris en helder zal maken.
9
Alles wat het water in deze rivier aanraakt, zal leven. De Dode Zee zal wemelen van vis, omdat haar water genezen zal zijn. Waar dit water ook stroomt, zal het leven brengen.
10
Vissers zullen langs de kusten van de Dode Zee staan en vis vangen van Engedi tot aan En-Eglaïm. Overal langs de kust zullen visnetten in de zon liggen te drogen. Alle soorten vis zullen in de Dode Zee rondzwemmen, net als in de Middellandse Zee!
11
Alleen de moerassen en poelen zullen niet worden genezen; zij zullen zout blijven.
12
Langs de rivieroevers zullen allerlei soorten vruchtbomen groeien. De bladeren zullen nooit bruin worden en afvallen. Er zullen altijd vruchten aan zitten. Elke maand zal er een nieuwe oogst zijn, zonder ook maar één misoogst! Want de bomen krijgen voortdurend water van de rivier, die in de tempel zijn bron heeft. Het fruit zal als voedsel dienen en de bladeren zullen genezende kracht bezitten. (A)
13
De Oppermachtige HERE zegt: Dit zijn de aanwijzingen voor de verdeling van het land onder de twaalf stammen van Israël: De stam van Jozef (Efraïm en Manasse) zal twee gedeelten krijgen.
14
Verder zal elke stam een even groot gedeelte krijgen. Ik heb plechtig gezworen dat Ik het land aan uw voorouders zou geven en nu zult u het erven.
15
De noordgrens zal vanaf de Middellandse Zee naar Hethlon lopen, vandaar naar Zedad,
16
dan via Hamath, Beroth en Sibraïm, plaatsen op de grens tussen Damascus en Hamath, tenslotte naar Hazer, dat op de grens van Hauran ligt.
17
Zo zal de noordgrens lopen van de Middellandse Zee tot aan Hazar-Enon op de grens, de omgeving van Damascus en Hamath in het noorden.
18
De oostgrens zal vanaf Hazar-Enon in zuidelijke richting naar de berg Hauran lopen, waar hij naar het westen in de richting van de Jordaan zal afbuigen tot aan de zuidelijke punt van het Meer van Galilea. Vandaar loopt hij verder langs de Jordaan en voorbij de Dode Zee naar Tamar, op die manier Israël van Gilead scheidend.
19
De zuidgrens zal vanaf Tamar in westelijke richting naar de bronnen bij Meribath-Kades lopen en vanaf dat punt verder de loop van de beek van Egypte volgen tot aan de Middellandse Zee.
20
In het westen zal uw land worden begrensd door de Middellandse Zee, vanaf de zuidgrens tot aan het punt op de kust tegenover Hamath.
21
Verdeel het land binnen deze grenzen onder de stammen van Israël.
22
Neem het land als een erfenis voor uzelf en voor de buitenlanders die met hun gezinnen bij u wonen. Alle kinderen die in het land worden geboren (ook als hun ouders buitenlanders zijn) moeten worden beschouwd als Israëlitische burgers door geboorte en hebben dezelfde rechten als uw eigen kinderen.
23
Al deze immigranten moet land worden gegeven, bij welke stam zij ook verblijven.
← Chapter 46
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 48 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48