bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2007 (HTB)
/
Ezekiel 35
Ezekiel 35
Dutch 2007 (HTB)
← Chapter 34
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 36 →
1
Opnieuw kwam er een boodschap van de HERE. Hij zei: "Mensenzoon, kijk in de richting van de berg Seïr en profeteer tegen dat volk met de woorden:
3
De Oppermachtige HERE zegt: Ik ben tegen u en zal u met mijn vuist neerslaan en volledig vernietigen.
4
Omdat u mijn volk Israël haat, zal Ik uw steden verwoesten en u tot een onbewoonbaar gebied maken. Dan zult u weten dat Ik de HERE ben. U slachtte mijn volk af toen het machteloos was als gevolg van mijn straf op hun zonden.
6
Zowaar Ik leef, zegt de Oppermachtige HERE, omdat u zo graag bloed ziet vloeien, zal Ik u een bloedbad geven maar dan wel van uw eigen bloed!
7
Ik zal de bewoners van de berg Seïr totaal uitroeien. En allen die proberen te ontsnappen of die terugkeren, zullen ook omkomen.
8
Ik zal uw bergen vullen met doden; uw heuvels en dalen zullen zijn gevuld met de slachtoffers van het zwaard.
9
U zult nooit meer herleven. Voor altijd zult u verlaten liggen; uw steden zullen nooit meer worden herbouwd. Dan zult u weten dat Ik de HERE ben.
10
Want u zei: 'Ik zal zowel Israël als Juda in handen krijgen. Wij zullen ze veroveren. Wat kan het ons schelen dat God daar is!'
11
Daarom zegt de Oppermachtige HERE: Zowaar Ik leef, Ik zal mijn toorn tegenover uw boze daden stellen; Ik zal u al uw jaloezie en haat betaald zetten. En Ik zal mijn naam in Israël eer aandoen door wat Ik met u doe.
12
En u zult erachter komen dat Ik elk kwaad woord dat u tegen het bergland van Israël uitte, heb gehoord. 'Zijn volk is hulpeloos; we kunnen het nu zonder gevaar opslokken', zei u in uw grootspraak tegen de HERE. En Ik heb alles gehoord!
14
De hele wereld zal blij zijn als Ik u in een wildernis verander.
15
U had plezier om Israëls angstaanjagende lot. Maar nu zal Ik Mij verheugen over het uwe! Uw land zal een woestijn worden. U zult worden weggevaagd, volk van de berg Seïr en alle inwoners van Edom! Dan zult u moeten erkennen dat Ik de HERE ben!"
← Chapter 34
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 36 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48