bible
ra
🌐 Language
English
Español
Français
Deutsch
Português
Italiano
Nederlands
Русский
中文
日本語
한국어
العربية
Türkçe
Tiếng Việt
ไทย
Indonesia
All Languages
Home
/
Dutch
/
Dutch 2007 (HTB)
/
Ezekiel 28
Ezekiel 28
Dutch 2007 (HTB)
← Chapter 27
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 29 →
1
Dit is de volgende boodschap, die de HERE mij gaf:
2
"Mensenzoon, vertel de heerser van Tyrus dat de Oppermachtige HERE zegt: U bent zo trots, dat u denkt dat u God bent. U denkt: Op de troon van een god zit ik hier op dit eiland, omringd door de zeeën. Maar u bent slechts een mens, geen god, ook al zegt u dat u zo wijs bent als God. Maar natuurlijk bent u wijzer dan Daniël, want voor u bestaan geen geheimen.
4
Uw wijsheid en inzicht hebt u gebruikt voor het binnenhalen van grote rijkdommen, goud, zilver en vele andere schatten.
5
Ja, uw deskundigheid heeft u erg rijk, maar ook buitengewoon trots gemaakt.
6
Daarom zegt de Oppermachtige HERE: Omdat u denkt zo wijs als een god te zijn,
7
zal een vijandelijk leger het zwaard trekken tegen uw enorme wijsheid, u van uw roem beroven en uw schoonheid vernietigen!
8
Het zal u naar uw graf brengen en u zult sterven als iemand die zwaargewond in de strijd sneuvelt, daar op uw eiland midden in de zee.
9
Zult u dan nog in het bijzijn van uw vijanden blijven volhouden dat u een god bent? Voor degenen die u aanvallen, zult u in elk geval geen god zijn, maar gewoon een mens!
10
U zult door toedoen van buitenlanders de dood van een onreine sterven. Want Ik heb gesproken, zegt de Oppermachtige HERE."
11
En de HERE vervolgde Zijn boodschap met de woorden:
12
"Mensenzoon, zing een klaaglied over de koning van Tyrus. (A) Vertel hem dat de Oppermachtige HERE zegt: U vormde het toonbeeld van wijsheid en volkomen schoonheid.
13
U was in Eden, de tuin van God; uw kleding was bezaaid met waardevolle stenen (robijn, topaas, jaspis, kristal, onyx, turkoois, saffier, hematiet en smaragd) alle in prachtige zettingen van zuiver goud. Op de dag dat u werd geschapen, werden ze al voor u klaargelegd.
14
Ik benoemde u tot de gezalfde, beschermende cherub. U had toegang tot de heilige berg van God. U liep tussen de vlammende stenen. (B)
15
U was volmaakt in alles wat u deed, vanaf de dag dat u werd geschapen tot op het moment dat het kwaad in u werd aangetroffen.
16
Door uw wereldwijde handel werd u steeds meer besmet door onrechtvaardigheid en zondigde u. Daarom verjaag Ik u van de berg van God. Ik verbande u, beschermende cherub, en tussen de vlammende stenen was niet langer plaats voor u.
17
Uw hart was vol trots wegens al uw schoonheid; u misbruikte uw wijsheid terwille van uw machtspositie. Daarom heb Ik u op de aarde neergeworpen en u hulpeloos blootgesteld aan de minachtende blikken van koningen.
18
Uit winstbejag ontwijdde u uw heiligheid; daarom liet Ik vuur opvlammen uit uw eigen daden. Dat vuur verbrandde u tot as op aarde voor de ogen van allen die naar u keken.
19
Alle volken, die u kennen, zijn met stomheid geslagen door uw lot; u bent een afschrikwekkend voorbeeld. U bent voor altijd vernietigd."
20
Hierna kreeg ik een volgende boodschap van de HERE:
21
"Mensenzoon, kijk in de richting van de stad Sidon en profeteer tegen haar met de woorden:
22
De Oppermachtige HERE zegt: Ik ben uw vijand, Sidon, en Ik zal mijn heerlijkheid aan u openbaren. Als Ik u vernietig en mijn heiligheid aan u toon, zullen allen die daar getuige van zijn, weten dat Ik de HERE ben.
23
Ik zal een epidemie op u afsturen en een verwoestend leger; de gewonden zullen in uw straten worden gedood door strijders die van alle kanten komen. Dan zult u erkennen dat Ik de HERE ben.
24
Niet langer zullen u en andere kwaadwillige buurstaten Israël prikken en verwonden als dorens en distels.
25
De Israëlieten zullen opnieuw in een eigen land wonen, het land dat Ik hun voorvader Jakob gaf. Want Ik zal hen verzamelen vanuit de verre landen, waarover Ik hen verstrooide. Ik zal de volken van de wereld temidden van mijn volk mijn heiligheid laten zien.
26
Zij zullen weer veilig in Israël wonen en daar hun huizen bouwen en wijngaarden planten. Wanneer Ik over de naburige volken, die hen met zo'n grote kwaadaardigheid behandelden, het oordeel laat komen, zullen zij weten dat Ik, de HERE, hun God ben."
← Chapter 27
Jump to:
Chapter 1
Chapter 2
Chapter 3
Chapter 4
Chapter 5
Chapter 6
Chapter 7
Chapter 8
Chapter 9
Chapter 10
Chapter 11
Chapter 12
Chapter 13
Chapter 14
Chapter 15
Chapter 16
Chapter 17
Chapter 18
Chapter 19
Chapter 20
Chapter 21
Chapter 22
Chapter 23
Chapter 24
Chapter 25
Chapter 26
Chapter 27
Chapter 28
Chapter 29
Chapter 30
Chapter 31
Chapter 32
Chapter 33
Chapter 34
Chapter 35
Chapter 36
Chapter 37
Chapter 38
Chapter 39
Chapter 40
Chapter 41
Chapter 42
Chapter 43
Chapter 44
Chapter 45
Chapter 46
Chapter 47
Chapter 48
Chapter 29 →
All chapters:
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
18
19
20
21
22
23
24
25
26
27
28
29
30
31
32
33
34
35
36
37
38
39
40
41
42
43
44
45
46
47
48